Wikimedia Commons

“To the dumb question, “Why me?” the cosmos barely bothers to return the reply, “Why not?””

Het gaat niet goed met Christopher Hitchens. Hij lijdt al maanden aan een zware vorm van slokdarmkanker, en de effecten van zijn behandeling zorgden ervoor dat een aantal publieke optredens is geannuleerd. Ondanks zijn fysieke beperkingen behoudt Hitchens een scherpe geest en krachtige pen.

Christopher Hitchens (1949) is een van oorsprong Britse schrijver, reporter, debater en columnist. Hij produceerde een enorm oeuvre, maar kreeg bekendheid bij het grote publiek door zijn bestseller ‘God is not Great – How Religion poisons everything’ (2007). In het boek, een lichtere aanvulling op de atheïstische literatuur van Richard Dawkins en Sam Harris, combineert Hitchens de gebruikelijke argumenten tegen religie (de bewijslast van het bestaan van een god, wetenschappelijke inzichten, de bedenkelijke oorsprong en overlevering van heilige teksten) met een humoristische bereidheid om de hypocrisie van allerlei religieuze praktijken bloot te leggen. Zoals hem eigen is gaat Hitchens daarbij een directe aanpak niet uit de weg: hij stelt de hemel gelijk aan Noord-Korea en noemt Maria Theresa “a fanatic, a fundamentalist and a fraud”. De vaak humoristische en provocerende toon kan zijn oprechte verontrusting en boosheid niet altijd verbergen. Hitchens ziet religie als de belangrijkste bedreiging voor de vrije samenleving. De ontnuchtering kwam toen zijn vriend Salman Rushdie (bij hem) moest onderduiken nadat tegen hem een fatwah was uitgevaardigd bij publicatie van ‘The Satanic Verses’.

Over deze ervaring en over vele andere belangrijke momenten in Hitchens leven verhaalt ‘Hitch-22 - A Memoir’ (2010). Het boek druipt van de smakelijke anekdotes van zijn ontmoetingen met –zo lijkt het- alle groten (en minder groten) der aarde, van Henry Kissinger en Generaal Videla tot Oswald Mosley en Jorge Luis Borges. Zo vertelt Hitchens met veel plezier hoe hij als linkse journalist een kritisch stuk over Margaret Thatcher schreef, waarin hij haar ‘surprisingly sexy’ noemde. Op een cocktailparty nam de Iron Lady wraak door hem diep te laten buigen en vervolgens met een rol papieren (en de woorden “naughty boy”) hard op de kont te slaan. Bovenal vertelt Hitchens openhartig over zijn persoonlijke levensverhaal: hij herinnert zich hoe hij met goedgekozen woorden de kostschool bullies van het lijf kon houden, waarom hij als marxistische studentenleider in 1968 op propagandareis naar Cuba ging en wat er door hem heen ging toen de kogels hem in Sarajevo om de oren vlogen. Hij vertelt ook dat hij zichzelf deels schuldig acht aan de mysterieuze dood van zijn moeder en hoe hij pas na haar dood zijn Joodse afkomst ontdekte.

Uit zijn memoires doemt het beeld op van een kleurrijk figuur, bijna larger than life. Een levensgenieter en kettingroker die iedereen onder tafel zuipt maar (naar eigen zeggen) nog nooit een deadline miste. Een family man, vroeger een rokkenjager met een geschiedenis van homoseksuele toegevingen. Critici verwijten hem provocerend gedrag en geldingsdrang. Zo besloot Hitchens op bezoek in Beirut een poster van de Syrische Nationaal-socialistische Partij (SSNP) van het opschrift ‘fuck you SSNP’ te voorzien waarna zijn reisgezelschap en hij door een knokploeg stevig werden aangepakt. En hij haalde zich de woede van zijn vroegere linkse verwanten op de hals door de Amerikaanse inval in Irak te steunen en zich door neo-cons zoals Paul Wolfowitz te omgeven. In 2007 ‘bekeerde’ Hitchens zich tot Amerikaan. Op de trappen van het Jefferson monument in Washington D.C. legde hij de eed af, nota bene tegenover Michael Chertoff, baas van het Department of Homeland Security. Een jaar later trok hij ten strijde tegen diezelfde Bush kliek: hij onderging voor de camera een waterboarding sessie om aan te tonen dat het wel degelijk foltering betrof en geen humane ondervragingstechniek, zoals de regering volhield.

Hitchens is bij het ventileren van zijn mening niet wars van dramatiek. Samen met zijn oratorisch talent, Britse humor en de gewoonte om zijn stellingen te ondersteunen met historische feiten en passages uit de wereldliteratuur maakt dit hem een veelgevraagd en invloedrijk debater in de V.S.. Hij wordt vaak vergeleken met illustere voorgangers in het Amerikaanse publieke discours, zoals Mark Twain en H.L. Mencken. De stokoude polemicist en levende legende Gore Vidal riep hem ooit uit tot zijn opvolger om dat vervolgens te bekopen met een vernietigende column van Hitchens.

Toen in 2010 bij Hitchens kanker werd gediagnosticeerd brak een nieuwe periode in zijn leven aan. Zijn flamboyante levenstijl werd gereduceerd tot een beperkt leven van dag tot dag. In columns en interviews beschrijft Hitchens zijn ‘verblijf in Tumourville’ met dezelfde rationaliteit en humor. Hij vertelt hoe hij, vol vertrouwen in de wetenschap, proefkonijn is geworden van een nieuwe behandelmethode, paradoxaal genoeg ontwikkeld door Francis Collins, een evangelisch Christen en vroegere debattegenstander. Hij vertelt over zijn gevoelens, over zijn familie, over de brieven van Christenen die voor hem bidden en over zijn intentie om met een nieuw op te richten atheïstische dienst de competitie aan te gaan met de missionarissen die in het ziekenhuis de terminale patiënten aflopen.

Gevraagd of hij zelf niet zou toegeven aan een bekering op het laatste moment antwoordt Hitchens dat hij op het moment van geen enkel overtuigend bewijs of argument dat daartoe zou aanzetten op de hoogte is, maar dat hij wel van verrassingen houdt. In ieder geval zal hij zich niet overgeven aan jammerklagen: “To the dumb question, “Why me?” the cosmos barely bothers to return the reply, “Why not?””.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • cees zweistra,

    Qua artikel top, qua thematiek: het debat over religie is even dood als de goden zelf...

  • Jan-Kostijn Dieben,

    ‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen’

    aldus Ludwig

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven