Flickr / FaceMePLS

16 miljoen politiek analisten

Deze verkiezingen waren ongetwijfeld de meest geanalyseerde tot nu toe. Twitter, tweede schermen, bloggers, factcheckers, voorbeschouwingen, nabeschouwingen, dagelijkse praatprogramma's op de publieke omroep, dagelijkse praatprogramma's op de commerciële zenders, dagelijkse praatprogramma's online, in de ochtend, in de middag, in de namiddag, in de vroege avond, in de late avond. Het pluizige donshaar van Diederik Samsom, de angstige blik van Roemer, een stemanalyse, peilingen, nog meer peilingen, samengevoegde peilingen, gemiddelde peilingen.

Jean Tillie, hoogleraar electorale politiek twitterde: "Rond het EK is iedereen voetbaltrainer, rond de verkiezingen is iedereen politicoloog  #goedvoordeberoepsgroep.” Politieke analyses zijn al lang niet meer voorbehouden aan enkel de politicologen. De communicatie-adviseurs, logopedisten, campagnestrategen, marktonderzoekers en socialmediadeskundigen doen vrolijk mee. Terecht; politiek gaat bij uitstek om een combinatie van inhoud én vorm.

Was er in al die analyses niet té veel aandacht voor de vorm, het stemgebruik, de stropdas, de spotjes, het gebruik van social media? De campagnes zijn inhoudsloos geworden, slechts gericht op strategie en oneliners, zeggen sommigen. Maar waren die debatten nu echt inhoudsloos, zoals sommigen vermoeid uitpuften, of kwamen nu eigenlijk de analisten niet veel verder dan dat?

Het debat ging over fundamentele vragen, waar de partijen ook echt over van mening verschillen. Voor of tegen zijn. Geen verschil in details of in de uitwerking, maar fundamentele verschillen.

Nee, deze verkiezingen gingen nu juist wél over inhoudelijke thema's. Politieke thema's bij uitstek. Politiek gaat namelijk over de vraag “who gets what, when and how?'” stelt politicoloog Lasswell. Nu is er in deze tijden überhaupt niet zo veel meer te krijgen, dus gaat het eerder over de vraag “who keeps what, when and how?”, maar het principe is hetzelfde. Wat vinden we een rechtvaardige verdeling van de lasten? Wie levert het meeste in? Deze fundamentele vragen in de politiek werden in deze verkiezingen goed belicht. Maar dan moest je wel goed luisteren.

Omdat deze verkiezingen in de kern over deze vraag gingen, zagen we het traditionele onderscheid tussen 'links' en 'rechts' weer meer naar voren komen. Waar eerder door politicologen werd gezegd dat links en rechts eigenlijk niet meer bestaan in de Nederlandse politiek, lijkt deze categorisering toch weer aan belang te hebben gewonnen. 'Links' en 'rechts' als labels om politieke partijen te plaatsen in het politieke landschap, leken eerder een te eenzijdig beeld te geven. Naast een economische as verdeelde een tweede, sociaal-culturele as, het politieke landschap verder. Een partij kon misschien op de sociaal culturele as 'rechts' zijn, maar op economisch gebied 'linkse' standpunten in nemen, zoals de PVV. Maar met de afwezigheid van sociaal-culturele onderwerpen in de debatten, zoals integratie, immigratie, de Islam, werd juist dat traditionele onderscheid tussen 'linkse' en 'rechtse' partijen duidelijker .

Twitteraars vielen massaal over deze vraag; "een scootmobiel, waar hebben het over?!" Het lijkt een futiel detail, maar dat is nu juist een hele politieke vraag.

Deze verkiezingen gingen dus juist bij uitstek juist over de vragen waar politiek over gaat. Hoe verhouden wij ons tot Europa? Hoeveel macht zijn wij bereid aan Brussel te geven? Die vraag, we kunnen het ons bijna niet meer voorstellen, is tijdenlang niet aan de orde geweest in het Nederlandse politieke debat. Als we de begroting op orde willen krijgen, wie gaat daar dan het meeste aan bijdragen? Gaan we met zijn allen bijdragen aan de kosten van de zorg, of alleen de hoogste inkomens? Wat vinden we eerlijk en rechtvaardig om te vragen? Van wie? Opgebouwde pensioenen behouden voor de babyboomers, of ook jongere generaties in de toekomst van een pensioen verzekeren. Je eigen scootmobiel betalen als je die nodig hebt, of dat soort zaken regelen via collectieve voorzieningen? Twitteraars vielen massaal over deze vraag; "een scootmobiel, waar hebben het over?!" Het lijkt een futiel detail, maar dat is nu juist een hele politieke vraag. Door politici te dwingen antwoord te geven op deze vraag, worden de verschillende ideeën over hoe een samenleving er uit zou moeten zien duidelijk en bovendien meer tastbaar voor hen die de politiek niet op de voet volgen.

Het debat ging dus zeker wel ergens over. Het debat ging over fundamentele vragen, waar de partijen ook echt over van mening verschillen. Voor of tegen zijn. Geen verschil in details of in de uitwerking, maar fundamentele verschillen. Dat heeft weer wat duidelijkheid geschapen in het politieke landschap, voor de oplettende kijkers. Dat de SP links is en de VVD rechts, dat was bekend. Maar wat Groenlinks, de PvdA en D66 van elkaar onderscheidt, dat was de laatste jaren nog maar voor weinigen duidelijk. De PvdA lijkt inmiddels haar ideologische veren weer te hebben aangeknoopt, en D66 deelt wel de liberale gedachten met GroenLinks, maar is toch echt een stuk rechtser dan de deze partij.

De analisten, bloggers en twitteraars hebben helaas weinig aandacht gehad voor de meer fundamentele verschillen tussen de partijen. Dat is zonde, maar de vraag is of we dat van hen kunnen verwachten. Gelukkig hebben we­ daar altijd nog de politicologen voor. Die zijn immers minder goed in het voorspellen van de toekomst, maar wel experts op het gebied van terugkijken. Zij zijn nu aan zet.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven