Flickr // kittivanilli

Het uitstrekken

Ik ben ambitieus en gedreven. Die zin gebruikte ik weleens in een sollicitatiebrief. 'Ben ik ambitieus en gedreven?', vraag ik, terwijl ik nog steeds op bed lig. Er is de wil om een essay te schrijven, het voornemen, maar er ontbreekt iets. Naast mij een stapeltje kranten. Een artikel over de biënnale in Venetië. Het gaat over de foto’s van Mladen Stilinovic, een kunstenaar geboren in 1947 in Belgrado. De recensent haalt zijn manifest The Praise of Laziness aan. Interessant, denk ik. Ik google het, nieuwsgierig en gedreven als ik ben. Ik lees hoe Stilinovic luiheid omschrijft als de afwezigheid van beweging en gedachte, als inactiviteit.

In zijn manifest vergelijkt Stilinovic Oost- met West-Europa: ‘Kunstenaars in het westen zijn niet lui en zij zijn daardoor geen kunstenaars maar eerder de makers van iets. [...] Hun verwikkeling in zaken van geen belang zoals productie, promotie, het galeriesysteem, museumsysteem, competitiesysteem (wie is eerst), hun obsessie met objecten; alles dat hen wegdrijft van luiheid, van kunst. Zoals geld papier is, is een galerie een ruimte. Kunstenaars uit het oosten waren lui en arm omdat het hele systeem van onbeduidende factoren niet bestond.’ De verdienste van Stilinovic is dat hij activiteit en productiviteit onderscheidt: niet elke activiteit is productief, of van belang, nodig.

Niet elke activiteit is productief, of nodig

Volgens Stilinovic is sommige activiteit zelfs contraproductief terwijl bepaalde inactiviteit juist productief is. Hierin is zijn betoog theoretisch gezien niet helemaal zuiver. Hoe kan luiheid gedefinieerd worden als inactiviteit als het nog steeds essentieel is voor het maken van kunst? Verwordt luiheid dan niet zelf tot een productief onderdeel hiervan? Stilinovic gaat niet in op hoe luiheid zich verhoudt tot het maken van kunst, waardoor zijn betoog luiheid impliciet definieert als de inactiviteit die iets doet. Tegelijkertijd spreekt Stilinovic over de tijd dat er een diepe ideologische kloof bestond tussen het Oost-Europese communisme en het West-Europese kapitalisme. Eigenlijk wijst The Praise of Laziness daarmee op iets veel wezenlijkers: het verloren gaan van de conceptie van luiheid als waardevol binnen de context van een kapitalistisch systeem.

Dit zien we terug bij de meest elementaire vorm van luiheid en activiteit: slaap. Een doorgevoerd kapitalistisch systeem bestaat uit een wereld die 24/7 non-stop doorgaat, omdat een continue wereld doorgaande productie en daarmee aanhoudende winst waarborgt. Slaap botst met de eisen van die continuïteit. Slaap is onbruikbaar: het veroorzaakt een enorm verlies in productie-, circulatie- en consumptietijd. In het boek '24/7: Late Capitalism and the Ends of Sleep' stelt Jonathan Crary het volgende: ‘het grote gedeelte van ons leven dat we slapend doorbrengen, bevrijd van een moeras aan gesimuleerde behoeften, blijft bestaan als het grootste menselijke tarten van de vraatzuchtigheid van hedendaags kapitalisme. Slaap is de compromisloze onderbreking van de beroving van onze tijd door het kapitalisme.’ De meest fundamentele menselijke behoeften, zoals honger, dorst en seksueel verlangen, zijn omgezet in winstgevende praktijken. Bij slaap blijkt die commerciële vertaling echter onmogelijk: slaap valt niet te exploiteren, er is simpelweg geen waarde te abstraheren uit slaap. Crary bevestigt het beeld dat luiheid, met slaap als concrete uiting hiervan, niet als waarde gezien wordt binnen het kapitalisme, maar als last. Luiheid levert niets op.

Er is simpelweg geen waarde te abstraheren uit slaap

Luiheid en slaap zien we tegenwoordig als (in)activiteit die losstaat van noodzakelijkheid of natuurlijkheid. In plaats daarvan worden luiheid en slaap gezien als beheersbare functies, inzetbaar om een bepaalde productiviteit te realiseren. Met terugwerkende kracht: is Stilinovic' theoretische onzuiverheid – inactiviteit als productieve activiteit – dus niet eerder een praktische paradox?

De relatie tussen inactiviteit en productiviteit houdt me wakker. Luiheid staat in een interessant verband met discipline, haar tegenovergestelde. ‘Discipline’ houdt een spanning in, een weerstand om iets te doen: het individu zet zich over een bepaalde luiheid heen om zich tot iets te zetten wat het vervolgens bereikt. Discipline is product- en/of effectgedreven en dus doelmatig, en past daardoor perfect in het kapitalistische stelsel. Anderzijds is discipline ook hetgeen wat zich uitstrekt tussen het voornemen en het effect van de onderneming. Discipline is het proces, de onderneming zelf. Ook in die zin past discipline een kapitalistisch systeem goed. De huidige maatschappij verlangt constante activiteit van ons, zij wil dat we ons voortdurend ergens toe zetten. Onze tijd is een tijd van ambitie, en gedrevenheid, maar ook een tijd waarin we ons hier expliciet toe zetten omdat ons verlangen hiertoe onmogelijk even groot kan zijn als die van de kapitalistische maatschappij.

Vereiste activiteit tekent onze tijd, we zetten ons steeds ergens toe. Hierbij is blijven bewegen het belangrijkste, want de effecten en producten waar we ons naartoe bewegen zijn in constante verandering. Dit legt Gilles Deleuze uit in het essay 'Postscript on the Societies of Control'. In het essay bouwt Deleuze voort op het door Michel Foucault besproken fenomeen van de controlemaatschappij. Foucault omschrijft de samenleving van de achttiende en de negentiende eeuw als disciplinemaatschappij. Deze werd gekenmerkt door afgesloten omgevingen als de familie, de school en de fabriek. Elke gesloten omgeving heeft zijn eigen regels en wetten, zodat het individu, dat zich steeds in dergelijke gesloten omgevingen bevindt, gedisciplineerd wordt op een verschillende manier in elke omgeving.

In de twintigste eeuw vindt de overgang naar een controlemaatschappij plaats. In deze maatschappij zijn omgevingen niet langer afgesloten, maar aaneengesloten door een controlerend mechanisme. De duidelijk afgebakende (werk)omgevingen, oftewel: disciplines, zijn verdwenen. De disciplinemaatschappij is een maatschappij van omsluiting, de maatschappij van controle is een maatschappij van ‘modulatie’. Modulatie is veel dreigender dan de omsluiting van de disciplinemaatschappij: waar het individu uit de controlemaatschappij zich namelijk ook bevindt, het bevindt zich altijd in hetzelfde systeem met dezelfde wetten en regels, alleen veranderen deze continu. Waar discipline verschillend maar van lange duur was, is controle van korte duur en constant verschillend. Het individu moet zich dus steeds omvormen en omscholen.

Luiheid is het uitstellen van een volgend doel

Deleuze schreef zijn postscriptum in 1992 en schetste een toekomst die inmiddels is aangebroken. De controlemaatschappij die de disciplinemaatschappij vervangen heeft, is zelf vervangen door een maatschappij van discipline – zij het op een andere manier. Deleuze schrijft: ‘de mens is niet langer ingesloten, maar de huidige mens is een mens in schuld.’ Hiermee verwijst hij naar de scheef verdeelde rijkdom en daarmee naar de overvloedige armoede en schulden die het kapitalisme met zich heeft gebracht. Maar deze schuld is ook figuurlijk op te vatten: er moet altijd nóg iets. De mens in schuld (zonder letterlijke schulden) is de mens die zich schuldig voelt. In de controlemaatschappij is de mens nooit klaar, schrijft Deleuze. Luiheid wordt daardoor gezien als schuld, in plaats van natuurlijke noodzakelijkheid. Luiheid is niet langer luiheid, maar altijd het uitstellen van een volgend doel.

In een tijd waarin controle discipline vervangen heeft en zelf de vorm van discipline aanneemt, worden luiheid en inactiviteit (met slaap als de meest elementaire inactiviteit) weliswaar verdrongen, maar blijkt ook dat luiheid daadwerkelijk een vereiste is voor productiviteit. Stilinovic waarschuwt ons dat continue activiteit niet per se productief is, maar vooral actief. Luiheid, de afwezigheid van beweging en gedachte, inactiviteit, is intrinsiek waardevol. Of juist niet waardevol, maar natuurlijk, en noodzakelijk aanwezig. We zouden luiheid niet moeten zien als inzetbare functie omwille van productiviteit. Evenmin is luiheid iets om je schuldig over te voelen. Luiheid is een activiteit om te prijzen, en vooral een activiteit om te bezigen, omwille van zichzelf. Uitstrekken is een kwestie van uitstrekken. Productiviteit is iets wat zich omdraait, denk ik, en ik draai me nog één keer om.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven