Flickr // Jessica Lucia

Ruik het doucheputje

Door de geschiedenis heen heeft de westerse beschaving ernaar gestreefd ziekte, bacteriën en stank uit ons dagelijks bestaan te verdrijven. Hier gaat echter een vervreemding van het eigen lichaam mee gepaard, met kwalijke uitwassen op het gebied van persoonlijke hygiëne als gevolg. Ruiken aan het doucheputje kan ons vertrouwder maken met onszelf.

Rome’s grootste architectonische verdienste was volgens de inwoners niet het Colosseum of het Forum Romanum, maar de Cloaca Maxima, het riool dat in de zesde eeuw voor Christus zou zijn aangelegd. Zo konden de Romeinen de moerassige grond draineren en de excrementen van door elkaar heen levend mens en dier afvoeren. Een riool is een van de basisvoorwaarden voor een gezonde, schone stad, waar schadelijke bacteriën geen vrij spel krijgen.

De bad- en toiletgewoonten van de Romeinen verschilden van onze moderne tijd, de zeer rijke elite daargelaten. Het waren in eerste plaats gemeenschappelijke en sociale activiteiten: in het badhuis en de openbare latrines kwam je niet slechts om je te verfrissen of verlichten, maar ook om een praatje te maken. Lichamen en alles wat daaruit komt, hoorden daarbij en waren heel normaal.

Voor de Romeinen waren baden en toiletteren sociale activiteiten

In de moderne tijd hebben onze bad- en toiletrituelen zich steeds meer teruggetrokken in de privésfeer. Een modern huis heeft een eigen badkamer en toilet, vaak meerdere.  Dat heeft een vorm van schaamte en vervreemding over onze lichamen en uitwerpselen met zich meegebracht: die behoren niet gedeeld te worden met anderen. Schone lichamen, dat wil zeggen, vrij van alle ‘besmettingen’, zijn de norm geworden. Een wind, een boer, slechte adem of sterke lichaamsgeur dienen ingehouden te worden of bestreden met shampoo, deodorant, parfum, tandpasta en mondspoeling.

De grap van mondspoeling is echter dat het pas in het begin van de twintigste eeuw is uitgevonden en een sociale schuld beloofde in te lossen. In deze Youtube-video wordt uitgelegd hoe Listerine, eerst gemarket als vloerreiniger, de term ‘halitosis’ muntte, een verzonnen aandoening van stinkende adem. Het sociale stigma van een riekende mond, zo adverteerde het product, kan voorkomen worden door met het extreem agressieve goedje te spoelen. Dat daarvoor niemand zich zorgen maakte over stinkende adem, was niet meer belangrijk.

Een kwalijker variant van uitbuiting van sociale onzekerheid is een merk als Lactacyd: gezonde vrouwelijke genitaliën ruiken van zichzelf niet naar rozen, maar Lactacyd belooft dagelijks comfort en een prettig odeur. Een simpele zoekopdracht op Google geeft aan dat de angst voor geurende genitaliën diep zit: ‘geur’ en ‘seks’ geven meer dan tweehonderdduizend resultaten, vooral voor fora over ‘onaangename’ vaginale geuren. Het meest privé deel van ons lichaam bezorgt de meeste schaamte.

Maar zoals ik al zei: gezonde genitaliën ruiken niet naar rozen, en ik ben er blij om. Er gaat niets boven de muffige, weeïge, zurige en zweterige geur van lichamen die seks hebben. Waarom zou je dat proberen te maskeren met parfummetjes, glijmiddel of schadelijke zeep? Keer op keer  benadrukken apothekers en artsen dat producten als Lactacyd schadelijk zijn voor de zuurbalans in de vagina. Water is genoeg verschoning en het ruikt dan precies zoals het hoort te ruiken.

In de Westerse beschaving hebben we, wellicht in navolging van Plato’s drie-eenheid, het ‘schone’ gelijkgesteld aan het ‘goede’. Waar het bij Plato strikt om het schone als het mooie gaat, zijn wij ervan overtuigd dat schoon (en dus mooi) gelijkstaat aan ‘vrij van vieze elementen’. Maar deze steriele kijk op onze eigen lichamen is niet houdbaar. Lichamen zijn niet steriel, het zijn levende organismen, die innemen en uitwerpen, die veranderen.

De steriele kijk op lichamen vinden wij op zijn hoogtepunt terug in de porno-industrie. Gladgeschoren lichamen, klysmagereinigde anussen, perfecte rondingen in oogverblindend licht en heel veel glijmiddel: niets wijst op corporele geurtjes en imperfecties. Deze schijnvertoning bepaalt in dit digitale tijdperk ons beeld van seks en dat beïnvloedt onze dagelijkse realiteit. Met de bovenmenselijke beelden in het achterhoofd kan de wippartij met je imperfecte partner en je eigen riekende lichaam alleen maar tegenvallen. Seks is een van de mooiste vormen van menselijke verbintenis en hoort niet door dit soort waanbeelden gecorrumpeerd te worden. Wij moeten vrede hebben met onze aftakelende lichamen.

Zie de groenzwarte massa in je doucheputje. Ruik er nu diep aan.

Dat begint in de badkamer. Ik stel voor merken als Listerine en Lactacyd op hun eigen terrein aan te vallen. Kruip in je douchecabine. Open het doucheputje. Zie de groenzwarte massa van afgevallen haren, huidschilfers, zeepresten, tandpasta, sperma, spuug, oorsmeer, snot en poepresten. Ruik er nu diep aan. De geur van rotting stoot in eerste instantie af, maar het is je eigen product. Dit komt allemaal van je eigen lichaam. Na een paar minuten is je neus gewend aan de geur.

De douchecabine is een paradoxale plek in het ‘schone’ huis. Je staat er om je vrij te maken van ongewenste elementen als vuil en rare geuren, en het is tegelijkertijd de verzamelplek van alles wat niet schoon is. Wij isoleren het abjecte deel van onze lichamen op één plek, maar verliezen daarmee uit het oog dat het een wezenlijk, en uiteindelijk onafscheidbaar, onderdeel van onze dynamische lichamen betreft. Denk daar de volgende keer aan als iemand zijn of haar adem je niet aanstaat, als je tijdens de seks iets gek vindt ruiken of als je de bus deodorant leegspuit onder je oksels. Er is niets mis met onze geuren, we mogen ervan genieten. Onze neuzen zijn evengoed gevoelige openingen tot de waarneming van de wereld. Een geurloze, stankvrije wereld is onleefbaar.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven