Flickr / Ars Electronica

De toenemende medicalisering van depressief gedrag

Depressie staat volop in de belangstelling. Bijna dagelijks staan allerlei soorten media vol met verontrustende statistieken, schokkende persoonlijke verhalen en vlammende betogen die oproepen iets te doen aan de immense toename van depressies onder met name jongeren. Er wordt zelfs gesproken van een epidemie. Maatschappelijke factoren vormen de rode draad in dit geheel: de farmaceutische industrie, maar ook de doorgeschoten flexibilisering van de arbeidsmarkt wordt bijvoorbeeld een rol toebedeeld in de toename van depressie.

Aandacht voor een gruwelijke ziekte is goed en belangrijk, maar hierbij wordt een belangrijk aspect van de verhouding tussen samenleving en ziekte over het hoofd gezien. De maatschappij veroorzaakt niet alleen depressie en andere ziekten, zij definieert deze ook. Homoseksualiteit, hysterie en melancholie werden vroeger als ziekten gezien, terwijl dyslexie, dyscalculie en bepaalde ontwikkelingsstoornissen pas sinds kort onder de noemer ziekten vallen. Bij het zoeken naar verklaringen voor depressie moet niet alleen worden gekeken naar specifieke maatschappelijke factoren, maar ook naar wat we ‘ziekte’ noemen en waarom.

Met deze factoren in het achterhoofd hoeft de opkomst van depressie ons niet te verbazen. Na een verregaande demedicalisering aan het begin van de vorige eeuw (denk aan het schrappen van bijvoorbeeld de genoemde hysterie), zijn in de afgelopen decennia weer steeds meer gedragspatronen als ziekte bestempeld. Vanzelfsprekend zijn de oorzaken hiervoor divers en complex, maar een grote rol is weggelegd voor meer en strengere gedragsnormen.

De maatschappij merkt een gedragspatroon pas als ziekte aan als het negatief afwijkt van een dominante norm. Homoseksualiteit werd in 1910 als abnormaal gezien en daarmee als ziekte. Contrasteer dat met onze tijd: nu we homoseksualiteit gelukkig steeds normaler vinden, is het moeilijker voor te stellen dat het als ziekte werd gezien. Hoewel onze individuele vrijheid de afgelopen decennia op veel vlakken is toegenomen, zijn ons gedrag en voorkeur op steeds meer vlakken naar elkaar toegegroeid, met sterkere normen, meer normafwijkend gedrag en dus meer ziekten tot gevolg. Voor voorbeelden hoef je slechts om je heen te kijken.

Door sterkere, naar elkaar toegegroeide normen zien we steeds meer normafwijkend gedrag

In alle lagen van het onderwijs is de nadruk meer komen te liggen op intellectuele vaardigheden ten koste van praktische vaardigheden. Een ‘druk’ kind gedijt in zo’n systeem minder goed, en de normverandering leidt tot een immense toename van ADHD-diagnoses. Het dagelijks leven en de arbeidsmarkt brengen continue interactie met heel veel prikkels met zich mee: steeds meer mensen dan ooit blijken een aan autisme verwante stoornis te hebben. Populaire en sociale media benadrukken continu het belang van veel en zo ‘succesvol’ mogelijke sociale ontmoetingen: meer en meer mensen worden gediagnosticeerd met Asperger of een ontwikkelingsstoornis.

Dit proces gaat overigens verder dan het domein van mentale gezondheid: nu we allemaal ouder worden en langer fit blijven, is het gezellige buikje van vroeger de obesitas van nu. In een maatschappij waarin iedereen continu energiek en fit moet zijn, is ‘niet zo goed tegen iets kunnen’ veel eerder een medische intolerantie.

Ook de toename in depressie is (gedeeltelijk) verklaarbaar vanuit striktere normen: via sociale media wordt continu benadrukt hoe belangrijk het is om het gelukkige, perfecte leven te leiden. Vaak wordt onderstreept dat de druk aan deze perfecte norm te voldoen tot depressie leidt. Dit is correct, maar het betekent ook dat de hedendaagse maatschappij gedrag dat veertig jaar geleden volstrekt normaal was als ziekte beoordeelt: voordat series, Facebook en Instagram hun normen verspreidden was hele dagen in je pyjama zitten vaak geen ongezond gedrag.

Het is niet mijn bedoeling depressies of andere mentale ziekten te bagatelliseren, of de waarde van therapie te ontkennen: heel veel mensen zijn erbij gebaat. Maar medicalisering heeft een keerzijde: een ziekte betekent vaak een stigma, het gevoel dat er iets mis met je is en daarmee soms, hoe onrechtvaardig ook, een schuldgevoel. De druk om je aan te passen (“beter te worden”) is groot, terwijl het gedrag soms compleet natuurlijk is en in andere tijdperken en culturen nauwelijks tot schouderophalen zou hebben geleid. Je kan moeite hebben met rekenen of spellen, of je af en toe waardeloos voelen zonder dat er iets mis met je is. De onderliggende factoren die de ziekte veroorzaakten worden ondertussen nauwelijks aangepakt: door iets als ziekte te bestempelen wordt gedrag abnormaal. De ziek(t)e wordt een medisch, en geen maatschappelijk, probleem, dat de gewone mens niet raakt.

Ziekte wordt een medisch, en geen maatschappelijk, probleem, dat de gewone mens niet raakt

De medicalisering van depressief gedrag heeft dus twee gezichten: waar zij voor sommigen de toegang tot waardevolle therapie ontsluit en hen helpt de weg omhoog te vinden, veroordeelt zij anderen tot een stigma met bijbehorend schuldgevoel voor gedrag waarmee welbeschouwd niets mis is. Anders dan het verwelkomen of veroordelen van medicalisering als geheel, is het wat mij betreft dus zaak aan te sturen op een grotere diversiteit van normen. Als naast het bekende vrolijke gedrag ook een somberder, meer ingetogen mentaliteit als normaal wordt geaccepteerd bepaalt het individu zelf, en niet de samenleving, of hij een probleem heeft. In die zin mogen we dus erg blij zijn met series als Girls en The Flash, waarin de hoofdpersonen somberder, meer ingetogen gedrag laat zien.

Dergelijke normverschuivingen gaan natuurlijk niet vanzelf en kunnen decennia in beslag nemen. In de tussentijd is er wat mij betreft ook een (grotere) rol weggelegd voor artsen en de omgeving van mogelijke depressieve mensen: dat bepaald gedrag atypisch is, maakt het niet meteen problematisch. Verzeker je ervan dat het gedrag ook daadwerkelijk als een probleem ervaren wordt en behandeling meer goed dan kwaad doet voordat je een medisch traject ingaat.

Meer erkenning voor het sociale aspect van ziekte is belangrijk. Niet alleen geeft het ons inzicht in de keerzijde van de normen en gedragingen aan de hand waarvan we onze samenleving inrichten, het kan ook leiden tot een verminderd stigma en versterkt zelfvertrouwen. Blijf de verontrustende statistieken, schokkende verhalen en vlammende betogen schrijven, maar kijk verder dan de ziekte.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven