Wikimedia Commons

Adeldom of oliedom?

De heer X, vermeend nakomeling van een Duits adel geslacht, wordt niet erkend als adel door de Hoge Raad van Adel. Hij laat zich interviewen door een tijdschrift om zijn verhaal te doen. De publicatie suggereert dat hij gebruik maakt van een strategisch instrument ter bepaling van zijn gegoede positie in de samenleving. De rechter oordeelt dat het tijdschrift niet onrechtmatig handelt door deze suggestie te wekken en X te beschuldigen van de valse pretentie van adel te zijn.

De suggestie dat X zich in relatie tot de rest van de samenleving beter wil voordoen is niet noodzakelijk onjuist, maar wel onvolledig. De motivatie van X kan namelijk veel persoonlijker liggen dan gesuggereerd wordt. Als de heer X immers is opgegroeid in adellijke kringen, dan is het voor hem vooral belangrijk om als volledig deelgenoot te worden erkend. Het ontbreken van een adellijke titel zet hem daarentegen neer als bastaard met adellijke pretenties ten aanzien van het gewone volk.

Het adeldom vindt haar merites in het feodale tijdperk. In een maatschappij waarin de groep haves ruimschoots werd overtroffen door de have-nots. De bevoegdheid om volledige zeggenschap uit te oefenen over het eigendom impliceert een onderhandelingspositie. Met deze onderhandelingspositie hebben enkele heren van stand  privileges kunnen afdwingen die bij koninklijk decreet zijn vastgelegd.

Zoals het eigendom wordt opgevolgd door bloedverwanten, zo werden ook de privileges van rechtswege aan de bloedverwanten overgedragen.

Het vergt niet veel inlevingsvermogen om te bedenken dat de combinatie van eigendom en privileges voorzien door koninklijk decreet voor de nazaten enkele voordelen met zich meebracht. Ten eerste creëerde deze combinatie een voorsprong op educatief vlak. Universiteiten en academies werden gevuld met studenten van aristocratische huize. Met een goede opleiding is het vanzelfsprekend dat het nationale bestuur in handen bleef van dit selecte gezelschap. Daarnaast is er weinig sociale cohesie tussen groepen van verschillende standen. Huwelijken werden gesloten tussen families uit dezelfde klasse. Desnoods buiten de landsgrenzen. Vanuit psychologisch oogpunt is het goed voorstelbaar dat de prestaties van voorvaderen een zeker vertrouwen wekte bij derden die relaties aan wilden gaan met zonen of kleinzonen.

Na de Franse Revolutie en het bewind onder Napoleon is de positie van de adel in het gedrang geraakt. In Nederland heeft de adel, overeenkomstig het Besluit verreischten en voorregten van den Adelstand, slechts de bevoegdheid tot het dragen van een adellijke titel. Ook zijn zij gekwalificeerd tot de jacht zonder betaling van leges. Dit staat in schril contrast met het Verenigde Koninkrijk, waar het Hogerhuis (House of Lords), uitsluitend wordt bemand door edellieden.

Gedurende de 19de eeuw groeide de welvaart onder het ‘gewone’ volk. Wilhelm von Humboldt, een baron nota bene, initieerde in Pruisen een educatief systeem dat toegang tot de universiteiten mogelijk maakte voor ‘de man in de straat.’ Het privilege van een degelijke opleiding werd derhalve door de adel zelf om zeep geholpen. Eigendom werd gemeengoed en economische nivellering maakte het onderscheid tussen de verschillende klassen onzichtbaar.  Eigendom van land en huizen werd langzamerhand een vloek voor de nazaten van heren van stand. Het gras van de statige tuinen moest gemaaid worden en de tuinman werd geacht een redelijke vergoeding krijgen. Ook de stookkosten van de landhuizen begon de spuigaten uit te lopen.

Door een verschuiving van de macht moest zelfs de koning, Willem III, naar de pijpen van zijn regering dansen. Door het contraseign werd de minister immers strafrechtelijk verantwoordelijk gehouden voor de koninklijke decreten.

Kortom, van de adel rest weinig meer dan een predikaat, een lange achternaam en een goedkope jachtvergunning. In het AVRO-programma Blik op de Weg zie ik hoe een edelman een verkeersboete krijgt voor het rijden zonder gordel. Als hem vervolgens wordt gevraagd of hij nog iets wil verklaren stelt hij:

[…] en dat het ophoudt met iedereen gelijk maken aan elkaar. Er zijn hier bepaalde grote verschillen in het land en dat betekent onder andere dat mensen zoals ik niet door mevrouw (lees: politieagente) van de straat gehaald kunnen worden. Dat gebeurde vroeger niet.

Telkens als ik de clip zie wordt ik overrompeld door een gevoel van medelijden en leedvermaak. Immers, de man heeft groot gelijk dat dit vroeger niet zou zijn gebeurd. Echter, in de tijd dat edelen konden doen en laten wat ze wilden bestonden er nog geen auto’s. En had hij daarom geen boete kunnen krijgen voor het rijden zonder gordel.

De edelman is niets anders meer dan een gewone man met een lange achternaam en een hete aardappel in zijn keel. Verzoek om toelating tot deze klasse doet men daarom niet om respect van het volk af te dwingen. Integendeel, het is tegenwoordig zelfs gênant om te koop te lopen met de edele afkomst. De heer X moet daarom wel een heel persoonlijke reden hebben om bij dit clubje te willen horen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Mag ik opmerken dat we een groot deel van ons cultureel erfgoed aan deze adel te danken hebben? En is het dus niet zo dat dat medelijden en leedvermaak ten diepste zin op ons zelf gericht is, omdat we weten dat door de afkalving van de adelstand we ook een deel van onze potentie op hoogcultuur afsnijden?

    X, wie je ook bent, adel kan je niet worden, je kan het alleen zijn. Daar doe je niets aan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven