Zombievarkens

Alle varkens zijn gelijk

Het slot van de reeks ‘de ethische gamer’

Diep onder mijn huis bevindt zich een uitgestrekte mijn. Zo’n vijftig meter onder zeeniveau lopen talloze gangen honderden meters de verte in. In de vorige aflevering vertelde ik al wat ik daar voornamelijk zoek: diamanten en goud. Over goud gaat deze laatste aflevering. En over de hel natuurlijk.

Goud is de op twee na zeldzaamste delfstof in Minecraft, na smaragd en diamant. Je kan er wapens van maken, maar die gaan heel snel stuk: goud is – ook buiten Minecraft – een tamelijk zacht metaal. Wat je er ook mee kan is spoorrails maken die, als je ze op een krachtbron aansluit, je mijnkarretje voortstuwen. Die rails, en daarmee de goudstaven waar je ze van maakt, zijn erg belangrijk. Er zijn namelijk drie sneltransportmethoden in Minecraft: varen, paardrijden en mijnkarretjes op rails. Op lange afstanden zijn die rails de beste optie, zeker in de hel waarin we nu afdalen. Daar is geen water en kun je dus niet per boot reizen, en het is er veel te gevaarlijk om een paard doorheen te jagen.

In die hel, The Nether, kom je door een soort Satansportaal te bouwen en het is er vol met lava en nog afschuwelijkere monsters dan in de gewone Minecraftwereld. Er is eigenlijk maar één monster daar beneden dat jou niet meteen een kopje kleiner probeert te maken, en dat is het zombievarken. De naam dekt de lading: het is de monsterlijke, zieke kruising tussen een varken en een zombie, een schepsel waarvan je niet wil weten hoe het eerste exemplaar verwekt is.

portaalDe doorgang naar de hel in Doesborgh zijn privémijn

In groten getalen hangen ze wat rond tussen de brandjes, de lavastromen en de duistere helkastelen, en ze laten je met rust. Ze zijn bewapend met gouden zwaarden en ze kreunen klaaglijk, maar verder zijn ze poeslief. Tot je er eentje aanvalt. Dan blijk je ineens een verrassend sterke tegenstander tegenover je te hebben, en dat niet alleen: alle zombievarkens in de wijde omtrek storten zich op je en beuken op je in dat het een lieve lust is. Als je dat overleeft is de beloning zoet: waar net nog een wilde horde zombievarkens stond, ligt nu een paar dozijn goudklompjes voor het oprapen. Het is op zich natuurlijk terecht dat je een hoge beloning ontvangt als je een sterke tegenstander verslaat, maar bij de zombievarkens is het de speler die de eerste slag uit moet delen.

De alomtegenwoordigheid van de zombievarkens maakt de verleiding nóg groter

Ik was daarom altijd heel vriendelijk tegen de zombievarkens. Tot ik een keer in een vuurgevecht verwikkeld was met een naargeestig hellewezen dat vlammen op je afschiet en uit een soort vliegende bundel plutoniumstaven bestaat (uitstekende brandstof overigens). Een verdwaalde pijl of vuurbal raakte een zombievarken en ik had de biggen aan het dansen. De goudschat na afloop zette me aan het denken: dit is een handige manier om een zeldzaam materiaal te verwerven. Ik wist natuurlijk wel dat het doden van een zombievarken goud oplevert, maar tot ik daadwerkelijk een flinke hoeveelheid goud gratis op de grond zag liggen was het voor mij geen optie om een wezen aan te vallen dat mij niet aanvalt. Het zombievarken was een variant op het varken, en varkens laat je met rust.

Nu ik het eenmaal buiten mijn schuld om aan de stok had gekregen met de zombievarkens kantelde mijn perceptie. Ik had de kant van het zombievarken gezien die het een variant op de zombie maakt. De makers moeten dit element bewust als ethisch dilemma hebben toegevoegd. Het is zo fraai in balans: de grote tegenstand in een gevecht en de hoge beloning maken van het zombievarken een uitdagende en aanlokkelijke tegenstander. De alomtegenwoordigheid van de zombievarkens maakt de verleiding nóg groter. Maar vervolgens is daar hun passiviteit, die van die hele verleidelijke vijandstatus een keuze in de handen van de speler maakt. Zelfs in hun uiterlijk, nee, in de meest fundamentele aard van hun wezen zit die dualiteit. Het varken is een van de vroegste aan het spel toegevoegde wezens, het archetypische vreedzame vee, net als de zombie, die daarmee de archetypische tegenstander wordt. Het zombievarken combineert de oer-passiviteit en de oer-animositeit tot het rottend-vleesgeworden morele dilemma. Ik ben er in mijn hoofd vaak mee bezig als ik het eentonige werk in de mijn verricht om goud te vinden, als ik met tegenzin goud uit mijn kluis haal om bijvoorbeeld een paard te fokken (ik weet ook niet waarom je daar goud voor nodig moet hebben), en als ik door de hel loop en al die apathische goudklompjes rond zie wandelen.

Minecraft laat mij zien dat ik in wezen een vrek ben

Minecraft laat mij zien dat ik in wezen een vrek ben. Net zoals het mij laat zien dat ik een drang tot domesticeren heb met mijn boerderij vol dieren die ik toch nooit ga eten, en een drang tot koloniseren met het dorp dat ik schaamteloos geapproprieerd heb. Dat is wat in ieder geval voor mij het spel interessant houdt. Spelen is een vorm van ontspanning, ik ga mijn bibliotheek verbouwen of een haven aanleggen om het echte leven een uurtje op pauze te zetten. Maar terwijl ik ontspan, train ik mijn richtingsgevoel en ruimtelijk inzicht, en worden mijn morele opvattingen bevraagd.

Ik kan het nog eindeloos langer hebben over Minecraft en de keuzes op het gebied van natuurbehoud, over gender in Minecraft, de parallellen tussen Minecraft en het boek Genesis, of over mijn keuzes in het gebruik van kweekhout en het compenseren van ontbossing bij grote bouwprojecten, want ik denk veel te veel na over dit spel. Maar het is beter om deze reeks hier af te sluiten met de aanbeveling om toch vooral zelf eens Minecraft te gaan spelen. Het heeft alle potentie om een interessant moreel laboratorium te vormen, en anders zijn er altijd zombies om af te knallen. Als de zombievarkens maar ongedeerd blijven.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven