Alleen in mijn hoofd kan ik wonen

 ‘Ik ben benieuwd naar jouw beeld van mij,’ zegt Matthijs aan het begin van de documentaire De Regels van Matthijs. In deze documentaire volgen we hem in wat de laatste maanden van zijn leven blijken te zijn.

Matthijs is een autist. Het probleem van de autist is, zoals hij ons zelf uitlegt, dat hij zich niet intuïtief tot de wereld verhoudt. Waar de meesten van ons voelend leren hoe de wereld werkt en hoe we ons daarbinnen moeten bewegen, geldt voor de autist dat hij alles moet beredeneren, dat hij met zijn denkkracht moet doorgronden hoe dingen werken. En dus neemt Matthijs alle telefoongesprekken die hij voert op om ze later te kunnen analyseren. Wanneer blijkt dat zijn regels ontoereikend zijn omdat het er in de wereld nou eenmaal niet altijd logisch aan toe gaat – een woningbouwvereniging komt op gemaakte afspraken terug, in een brief wordt de naam van de ene persoon voluit geschreven terwijl van de andere alleen een voorletter gegeven wordt – wordt hij woedend. Woedend omdat hij zo zijn best doet om de tekenen te lezen maar machteloos staat ten opzichte van een onlogische wereld. In zijn dagboek schrijft hij hierover: “Ik heb een enorm gebrek en een enorme begaafdheid, en ik probeer het een met het ander te compenseren. Maar je kunt nooit met ideeën de existentie omvatten, net zoals je niet alle decimalen van het getal Pi kunt omvatten.”

Zijn huis is zijn universum en daarbinnen moet alles kloppen, waterleidingen incluis.

Matthijs’ probleem is dat hij ondanks zijn denkkracht niet in staat is om afstand te nemen, van zichzelf niet en van de situatie waarin hij zich bevindt niet. Het overweldigt hem. Hij zit er middenin. Dat betekent overigens niet dat hij niet weet dat het anders zou kunnen zijn. Heel soms, als zijn medicijnen goed werken, ziet hij dat zijn huis een puinzooi is en dat het niet zo hoeft te zijn. Dan is het niet langer iets waar hij zich in bevindt, maar iets waar hij tegenover staat en waar hij macht over kan uitoefenen. Hij krijgt dan ook weer zin om zichzelf te verzorgen.

Alleen in zijn huis is hij heer en meester, althans, dat probeert hij te zijn. Zijn huis is zijn universum en daarbinnen moet alles kloppen, waterleidingen incluis. Zichtbare buizen zijn niet mooi, dus die moeten in de muur weggewerkt en omdat hij zijn douchewater niet wil verspillen is hij bezig iets te installeren waarmee het water weer omhoog gepompt kan worden zodat hij het als spoelwater kan hergebruiken. Bovendien moet de kraan anders bevestigd. Echt mis gaat het op het moment dat hij per ongeluk een gat maakt in de muur die zijn flat van de galerij scheidt. Dat blijkt voor de woningbouwvereniging de druppel te zijn en reden hem zijn huis te ontnemen.

Wat is ons beeld van hem? In het juryrapport van Grand Prix voor een lange documentaire op het filmfestival in Lyon lezen wij dat “this film crosses a border into the unknown and mysterious world of autism. Matthew's Laws gives us the opportunity to experience friendship and self-determination in the face of society's demands from a unique point of view”. Dat deze documentaire ons vriendschap en vastbeslotenheid toont in het licht van de eisen die de samenleving aan ons stelt beaam ik zeer, en juist daarom ook vraag ik mij af of we de wereld van Matthijs, die hier gelijkgesteld wordt met de wereld van het autisme, wel als onbekend en mysterieus moeten bestempelen. Want daarmee plaatsen we zijn wereld op afstand van of misschien zelfs buiten de ‘onze’, en ik begrijp hem juist zo goed. Ook ik waan me soms in een uitzichtloze situatie. Dan lijkt alles al bepaald en beslist, dan lijkt ‘er geen ontsnappen meer aan’. Bovendien heeft Matthijs, net als ik, de neiging alles te rationaliseren. Steeds hoor ik mijn vroegere therapeut vragen ‘wat ik nou voel’ en nog steeds geef ik er de voorkeur te onderzoeken wat ik ergens van vind of wat ik ergens van denk.

Ik heb een enorm gebrek en een enorme begaafdheid, en ik probeer het een met het ander te compenseren. Maar je kunt nooit met ideeën de existentie omvatten, net zoals je niet alle decimalen van het getal Pi kunt omvatten.

In alle teksten over deze documentaire staat dat Matthijs ‘autistisch is’. Ik heb dat aan het begin van deze tekst eveneens gedaan en ook Matthijs zelf noemt zich autist. Maar wat zeggen we daar eigenlijk mee? Psychoanalyticus Paul Verhaeghe wijst ons er in zijn boek Identiteit op dat het diagnosticeren van bepaald gedrag als een stoornis een normatief element kent, dat we niet kunnen spreken van een stoornis als iets wat er zonder meer is en wat wij alleen nog hoeven te benoemen. Hij schrijft dat psychodiagnostische criteria op sociale normen berusten, op wat al dan niet aanvaardbaar is binnen een bepaalde maatschappij, ongeacht of bepaalde stoornissen een lichamelijke oorzaak kennen. Verhaeghe volgend zou ik Matthijs’ zelfmoord als een daad van non-conformisme kunnen begrijpen, als de keuze uit een wereld te stappen die bepaald wordt door sociale normen die de zijne niet zijn – Matthijs zelf zegt liever in waarheid te sterven dan in hypocrisie te leven. Denken mag consequenties hebben.

Maar is dit geen te verregaande consequentie? Is het wel terecht dat ik me met Matthijs identificeer? Parasiteer ik dan niet op zijn onmacht? Is hij niet gewoon ziek? Wanneer Matthijs zegt dat het voelt alsof het leven hem voor de gek gehouden heeft en hij zich afvraagt waarom hij in zijn hoofd is gaan wonen, geeft hij ons een dubbelzinnig antwoord op deze vraag. Want hoe kun je zeggen dat iemand die niets dan zijn logisch denkvermogen heeft ervoor kiest alleen nog daarop te vertrouwen? Zijn zelfmoord bevestigt niet de zeggenschap over zijn leven, maar juist zijn onvermogen het in eigen handen te nemen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven