Private School Review

Alles voor de mediadebiel

Vorige maand deed de rechtbank in Limburg uitspraak in een zaak die werd aangespannen door advocaat Theo Hiddema tegen cartoonist Ruben Oppenheimer. In het Limburgse huis-aan-huisblad De Ster had Oppenheimer de advocaat ‘louche’ genoemd. Hiddema deed aangifte wegens smaad en laster en eiste rectificatie van de cartoon in hetzelfde blad, een schadevergoeding van 15 duizend euro en een boete van 100 duizend euro voor elke keer dat Oppenheimer Hiddema opnieuw ‘louche’ of iets van gelijke strekking zou noemen. Hiddema kreeg gelijk en Oppenheimer werd veroordeeld tot het plaatsen van een rectificatie en een dwangsom van 500 euro voor elke dag dat hij de rectificatie te laat zou publiceren.

In de cartoon laat Oppenheimer de advocaat met een spreekwolkje de woorden ‘maar ik ben géén homo’ zeggen, daarboven staat de tekst: 'aangifte tegen louche advocaat'. Het grapje in de cartoon is vrij eenvoudig: de advocaat maakt zich blijkbaar drukker om de stelling dat hij homofiel is, dan om de voor zijn beroepsgroep nogal schadelijke kwalificatie van ‘louche.’ In de media is Hiddema afgelopen jaar beschuldigd van omkoping, wat je zonder al te veel fantasie een ‘louche’ activiteit kunt noemen. Daar reageert hij echter nauwelijks op, terwijl hij wel uitgebreid reageerde op zijn vermeende homoseksualiteit.

De rechter oordeelde dan ook dat de 'interpretatie van de cartoon naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet direct uit die cartoon is te begrijpen, zodat de cartoon een toelichting behoeft, die door Oppenheimer pas ter zitting is gegeven.'

Een cartoonist de mogelijkheid ontzeggen om ironische grappen te maken komt feitelijk neer op het onmogelijk maken van iemands werk

Toegegeven, zonder de nodige context is de cartoon niet voor iedereen te begrijpen. Het besluit van de rechter zou volkomen begrijpelijk zijn als het hier ging om een politicus of een andere openbaar bestuurder die een misselijke opmerking afdoet als ‘een grapje’, of als het zelfs maar zou gaan over een modekoning die ronduit antisemitische grappen zou rechtvaardigen met het smoesje van ‘ironie’. Maar het gaat hier om een satirist. Een cartoonist de mogelijkheid ontzeggen om ambigue, ironische of suggestieve grappen te maken komt feitelijk neer op het onmogelijk maken van iemands werk. En dat is al erg genoeg.

Daar houdt het verbijsterende vonnis niet op. Niet alleen neemt de rechter het Oppenheimer kwalijk dat hij iemand heeft afgebeeld en betiteld als ‘louche’. De rechter neemt het de cartoonist kwalijk omdat van zijn publiek niet verwacht mag worden dat het de cartoon begrijpt. 'Naar zijn aard zal een cartoon niet lang bestudeerd worden door een gemiddelde lezer. Een tekenaar mag dan ook niet verwachten dat een lezer zich uitgebreid gaat verdiepen in de (mogelijke) diepere betekenis daarvan.'

Het betreft dus een cartoon die begrepen kan worden, noch grappig is, zonder context. En de context ontbreekt bij de gepubliceerde cartoon. De vraag is wat de rechter met die wetenschap moet doen. Moet hij de onwetende lezer in bescherming nemen, of moet hij simpelweg concluderen dat niet elke uiting voor iedereen begrijpelijk is? De rechter koos voor de eerste optie, en dat is een gevaarlijke keuze.

De rechter stelt: de lezer is te dom om de cartoon te begrijpen en zal hier dus uit opmaken dat Hiddema een louche advocaat is. En dat is dermate schadelijk voor de bedrijfsvoering van Hiddema dat er sprake is van laster die ongedaan moet worden gemaakt door een rectificatie met een forse dwangsom als stok achter de deur. (Het feit dat de cartoons uitsluitend in Limburgse huis-aan-huis-bladen gepubliceerd werden schept de mogelijkheid voor een hoop grappen over de verstandelijke vermogens van Limburgers. Grappen die we hier niet zullen maken, al was het maar omdat iemand de ‘diepere betekenis’ ervan zou kunnen ontgaan.)

Welk mensbeeld gaat er in vredesnaam schuil achter dit vonnis? De rechter lijkt er werkelijk vanuit te gaan dat cartoons door individuen gelezen worden in een vreemd soort vacuüm. Een vacuüm waarbinnen een lezer nooit zal worden gecorrigeerd door een andere lezer, maar ook een vacuüm waarbinnen de lezer zal besluiten om nooit meer diensten van Hiddema in te huren, een besluit waarvan Hiddema, zo moeten we veronderstellen, schade zou kunnen oplopen.

We zijn weer een stapje dichter bij een medialandschap dat mensen afstompt, in plaats van scherp houdt

De keuze van de rechter om de lezer bij de hand te nemen past in een trend binnen de media om de lezer te behoeden voor verwarring die het veranderende medialandschap met zich meebrengt. Facebook introduceerde een satire-tag opdat iedereen, maar dan ook echt iedereen, zou begrijpen dat het nieuws dat The Onion of De Speld brengt slechts uit verzinsels bestaat. Met de beslissing van de Rechtbank in Limburg (en het satirelabel) zijn we weer een stapje dichter bij een medialandschap dat mensen afstompt, in plaats van scherp houdt.

In een eerder stuk stelden we dat de gestage opmars van Facebook, en met name de keuze om een satire-label toe te voegen aan humoristische posts, het definitieve einde van de beschaving in zou luiden. We hadden het mis. Er hoefde slechts een rechter aan te pas te komen om voor altijd in de jurisprudentie te laten opnemen wat grote media al langer weten: lezers, luisteraars en kijkers thuis zijn debielen.

De rechter lijkt niet te accepteren dat humor, en satire in het bijzonder, nou eenmaal een uitingsvorm is waarbij de nodige kennis van het onderwerp onontbeerlijk is om het leuk te vinden. Met het satire-label, zoals wij eerder schreven, toont zich steeds duidelijker een typisch ‘moderne censuur’. Een censuur die de argeloze ‘nieuwsconsument’ veilig in de armen sluit. Het is omwille van een veronderstelde, op de grootste gemene deler geënte mediadebiel dat satire niet langer een beetje voor insiders mag zijn. Of gewoonweg verwarrend.

Er hoefde slechts een rechter aan te pas te komen om voor altijd in de jurisprudentie te laten opnemen dat lezers, luisteraars en kijkers thuis debielen zijn

Overigens wordt daarmee het vonnis nog vreemder. Want als lezers de cartoon al niet zouden begrijpen, wat moeten die arme zielen dan met een rectificatie van een cartoon? Creëert zo’n rectificatie niet een oneindig satirisch droste-effect dat de lezers in nog grotere verwarring achterlaat?

Is het niet verstandiger om de nieuwsconsument aan te moedigen kennis te nemen van bepaalde feiten, in plaats van hem constant aan de hand te nemen als een klein kind in een grote boze wereld?

Zit er dan helemaal niets positiefs in het vonnis? Jawel. Hiddema eiste ook dat Oppenheimer 100 duizend euro zou moeten betalen voor elke keer dat hij hem nog eens louche zou noemen. Dat ging de rechter te ver, want stel dat Hiddema zich in de toekomst wel louche gaat gedragen, dan zou er sprake zijn van censuur. En dat wil de rechter niet. Gelukkig maar.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven