Flickr / Matthew Grapengieser

Als je begrijpt wat ik bedoel...

In het eerste deel van dit tweeluik werd de oorsprong van lachen behandeld maar daarmee zijn we hoogstens op de helft van het ontstaan van humor. We hebben nu misschien een beeld van de oorsprong van humor, maar humor is veel meer dan lachen alleen. Humor is een uitgebreide vergaarbak van stimulus-responsrelaties, die reikt van het simpele uitlachen tot ingewikkelde vormen van ironie en satire. Eén ding hebben alle vormen van humor echter gemeen: empathie is een cruciaal onderdeel.

Gedurende de evolutie heeft een aanzienlijk aantal diersoorten de mogelijkheid ontwikkeld om ‘hetzelfde’ te voelen als wat een ander individu voelt. Het inleven in de ander kan verschillende evolutionaire voordelen hebben. Je kunt je voorbereiden op een vechtpartij of inschatten wanneer de tijd rijp is om het goed te maken. Empathie staat het toe om, al dan niet met het behulp van een signalen van de andere partij, in te schatten hoe de ander zich voelt.

Empathie is een cruciaal onderdeel van humor.

Empathie is een hot topic binnen de (neuro)wetenschap. Het onderzoek hiernaar nam een vlucht na de ontdekking van de spiegelneuronen. Dit zijn, kort gezegd, zenuwcellen die niet alleen signalen afgeven bij het uitvoeren van een actie, maar die ook actief zijn tijdens de waarneming van dezelfde handeling door een ander.

Hoewel er onder neurowetenschappers enige onenigheid bestaat over de vraag of spiegelneuronen werkelijk direct verband houden met empathie is het op zijn minst bijzonder dat hersencellen activiteit nabootsen die ze niet zelf uitvoeren. Dit geeft een idee van hoe hersenen zich iets kunnen inbeelden, bijvoorbeeld hoe het is om dat lekkere bananenschijfje te eten, hoe het voor een ander is om seks te hebben of hoe een turner zich voelt wanneer hij van een brug met ongelijke leggers lazert.

Met deze combinatie van een oorsprong van de lachrespons en dat dieren zich kunnen inleven in anderen is in de basisvereisten voor humor voorzien. We hebben een ‘respons’ in de vorm van lachen en de ingebakken eigenschap dat dieren zich inleven. Dit betekent dat wanneer zich een situatie voordoet waar geen direct toepasbare respons mogelijk is het lachen altijd nog als optie over is.

Zodoende kunnen we een verklaring formuleren waarom dieren (om elkaar) kunnen lachen. De ontvanger ziet een ander vallen en krijgt automatisch feedback van zijn eigen systeem: ‘dit doet pijn’. Deze prikkel maakt een inlevingsreactie los waar eigenlijk geen geschikte respons op bestaat. Huilen of gillen (van angst) zijn opties, maar in het conflict van inleving volgt een gedraging: de relatief nutteloze respons lachen. Voordat het verkeerde beeld ontstaat van humor; het kan natuurlijk ook in reactie op iets leuks of moois zijn.

Deze reactie geeft de andere partij een belangrijk signaal, namelijk dat je met diegene meevoelt. Bij humor is juist dat ‘je het begrijpt’ een belangrijk aspect voor het leuk vinden van de situatie of van de grap. Sommige apensoorten (en kleine kinderen) maken er een vriendelijk tijdverdrijf van om elkaar te laten schrikken – met goede bedoelingen. Lachen doe je het liefste samen en de interactie is de optimale voedingsbodem voor humor.

Humor komt uiteraard in vele, vaak complexe, vormen voor, maar valt uiteindelijk te ontleden als een brede waaier van inlevingsoefeningen. Gericht en ongericht komt het erop neer dat de observator een emotie – vaak pijn, boosheid of ongemak – in een ander herkent en daarop reageert. Vanuit deze basispremisse ontstaan de vele variaties op het thema, die soms zo ingewikkeld zijn dat herleiden tot de oorsprong ondoenlijk wordt.

De mens is een diersoort die in staat is om extra dimensies aan humor toe te voegen. Ze kan flexibel omgaan met concepten als tijd en ruimte en kan onderscheid maken in abstracte termen als individuen en groepen. Bovendien heeft de mens een sterk verbeeldingsvermogen dat het mogelijk maakt om een voorstelling te maken van een (hypothetische) situatie. Dat de mens een complexe taal beheerst, maakt het nog makkelijker om te experimenteren met het oproepen van allerlei mogelijke scenario’s.

De mens is in staat om extra dimensies aan humor toe te voegen.

Het inspelen op bestaande verwachtingen om deze vervolgens te ontkrachten is een ver ontwikkelde vorm van ‘voor de gek houden’. Uiteindelijk zijn de zogenaamde ‘intelligente’ vormen van humor dan ook vaak de doordenkertjes. Het zijn de grappen die ook een soort wrongfooting in zich dragen. Een voorspelbaarheid die dan toch weer net anders zat, een vooroordeel dat stiekem niet wordt uitgesproken maar wel de luisteraar verleidt om iets ongepasts te denken.

Zo lijkt humor in de kern van de zaak een onverwachte oorsprong te kennen en een haast onnavolgbare ontwikkeling te hebben doorgemaakt. Het is ontstaan als een ’ongepaste’ reactie op een stimulus en gecombineerd met empathie is het een eigen leven gaan leiden. In de loop der tijd zijn hier veel lagen omheen aangebracht, die het zicht op de oorzaak en de ontwikkeling ervan belemmeren.

In het hier en nu vervult humor ontelbare rollen, van conflictbemiddeling tot het veel aangehaalde ‘reproductief’ voordeel. De cultuurhistoricus Johan Huizinga stelt in zijn Homo Ludens (1938) terecht: het gegeven dat er zo veel verklaringen naast elkaar kunnen bestaan, betekent dat zij het fenomeen slechts deels kunnen verklaren. Humor is een prachtige evolutionaire ontwikkeling en de grap is dat er nooit een idee achter heeft gezeten.

Dit artikel is deel 2 van een tweeluik. Lees deel 1 hier.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven