Flickr / Chris Yunker

Amsterdamse geschiedenissen

Amsterdam: A History of the World's Most Liberal CityRussell Shorto2013
In the City of Bikes: The Story of the Amsterdam CyclistPete Jordan2013

Al sinds de zestiende eeuw oefent Amsterdam een grote aantrekkingskracht uit op buitenstaanders. Door de eeuwen heen trokken Joden, Hugenoten, hippies en vele anderen in groten getale naar de stad. Deze nieuwkomers brachten niet alleen vaak geld en buitenlandse contacten mee maar ook, veel belangrijker, ideeën. Het zijn goeddeels de nieuwkomers geweest die Amsterdam zijn grootsheid en fascinerende geschiedenis hebben gebracht.

Deze uitzonderlijke geschiedenis van Amsterdam wordt al vanaf de zeventiende eeuw bestudeerd door historici. Tegenwoordig verschijnt er iedere maand wel een boek over (een aspect van) de geschiedenis van Amsterdam. De kwaliteit van deze werken wisselt, maar wat opvalt is dat het, zeker sinds de publicatie van de monumentale vierdelige reeks Geschiedenis van Amsterdam, moeilijk is om nog veel aan de bestaande narratieven over de stad toe te voegen. Misschien is het daarom, geheel in de Amsterdamse traditie, aan buitenstaanders om met nieuwe inzichten te komen. Twee Amerikaanse expats in Amsterdam deden afgelopen jaar een poging.

Het zijn de nieuwkomers geweest die Amsterdam zijn grootsheid en fascinerende geschiedenis hebben gebracht.

Russell Shorto, auteur van de eerdere bestseller The Island at the Center of the World over de Nederlandse oorsprong van Manhattan, en voormalig directeur van het John Adams Institute, het culturele instituut van de VS in Nederland, is een grootheid. Omdat hij in de New York Times al vaker interessante en positieve artikelen over Amsterdam schreef, keken velen reikhalzend naar zijn boek uit. Toen Amsterdam: A History of the World’s Most Liberal City uitkwam, lag het dan ook meteen in grote stapels in de boekhandels en kreeg het al snel een sticker met het DWDD-keurmerk opgeplakt.

Ondanks de hype stelt Shorto’s poging om de geschiedenis van Amsterdam te beschrijven teleur. De hoop dat Shorto als buitenstaander een interessant licht op de Amsterdamse geschiedenis zou kunnen werpen bleek vergeefs.

Hoewel Shorto kiest om als centraal thema de ontwikkeling liberalisme en tolerantie in Amsterdam te behandelen, kan hij het niet laten om in zijn beschrijving van de ontwikkeling van dit begrip vrijwel alle canonieke gebeurtenissen in de Amsterdamse, en soms zelfs Nederlandse, geschiedenis te vertellen, waardoor zijn verhaal nodeloos langdradig wordt. Daar komt nog eens bij dat Shorto, zoals veel Amerikaanse schrijvers dat gewoon zijn te doen, zijn verhaal doorspekt met persoonlijke anekdotes. In een andere context kan zoiets goed helpen om een verhaal te verlevendigen, maar omdat Shorto zich zo’n ambitieus doel heeft gesteld, leidt het voornamelijk af.

De preoccupatie met de bekende historische personen uit de Amsterdamse en Nederlandse geschiedenis doet de centrale thematiek ook geen goed. Zo doet Shorto een weinig overtuigende poging om Rembrandt en Vincent van Gogh te koppelen aan zijn verhaal over vrijheid. Anne Frank mocht uiteraard ook niet ontbreken, maar om haar verhaal te vertellen ter illustratie van de tegenslagen van het Amsterdamse vrijheidsideaal doet vrij gemakkelijk aan en diept zijn these op geen enkele manier uit.

Maar zelfs als we deze afleidende zaken wegdenken is Shorto’s boek weinig spannend. Zijn stelling dat Amsterdam lange tijd de meest liberale stad ter wereld was is niet erg vernieuwend; zijn inspanningen om dit te verklaren aan de hand van de geografische omstandigheden zijn evenmin nieuw en bovendien weinig diepgaand. Dit heeft er alles mee te maken dat Shorto eigenlijk nauwelijks nieuw onderzoek heeft verricht en geheel leunt op de bestaande historiografie, zonder hierbij interessante dwarsverbanden te leggen.

De hoop dat Shorto als buitenstaander een interessant licht op de Amsterdamse geschiedenis zou kunnen werpen bleek vergeefs.

Shorto's boek is eigenlijk in heel weinig opzichten een studie die ons beeld over Amsterdam verandert. Hij is wat dit betreft geen echte buitenstaander. Hij volgt de bestaande historische inzichten en neemt vaak zelfs de voorbeelden over van bestaande geschiedenisboeken.

Veel verrassender was In the City of Bikes: The Story of the Amsterdam Cyclist van Pete Jordan – nog een naar Amsterdam verhuisde Amerikaan. Jordan is van een ander kaliber dan Shorto: hij schreef wel eerder een bekend boek, maar dat handelde over zijn zwervende bestaan als afwasser (Dishwasher: One Man’s Quest to Wash Dishes in all Fifty States). Hij werd vooral bekend toen hij David Letterman een loer draaide door in diens show een stand-in te laten opdraven. Anders dan Shorto, die naar Amsterdam kwam om directeur te worden van een gerenommeerd instituut, kwam Jordan als uitwisselingsstudent in de stad terecht.

Jordan koos voor een uitwisseling in Amsterdam omdat hij als fietsfanaat goede verhalen over de hoge fietstolerantie van de stad had gehoord. Bij aankomst in 2002 wordt hij zo gegrepen door de fietscultuur dat hij besluit om zich voorgoed in Amsterdam te vestigen en een boek te schrijven over de geschiedenis van het fietsen in onze hoofdstad.

Hoewel Amsterdam internationaal vaak wordt gezien als het Mekka van de fiets was er nog nooit echt historisch onderzoek verricht naar de ontwikkeling hiertoe. Het uiterst leesbare en interessante boek van Jordan bewijst dat dit een groot hiaat was. Jordan heeft voor zijn boek hiervoor ontzagwekkend veel archiefonderzoek gedaan. Door nauwgezet kranten, reisgidsen en andere bronnen door te spitten is hij in staat om een groot verhaal neer te zetten en dit tegelijkertijd goed te verlevendigen met (vaak hilarische) voorbeelden.

Deze voorbeelden en de vele persoonlijke anekdotes zijn veel minder storend dan bij Shorto. Zij raken allen direct aan de thematiek en tonen de verwondering van de buitenstaander over zaken (mensen op de bagagedrager, fietsende zwangere vrouwen) die voor Amsterdammers geheel vanzelfsprekend zijn. Zeker de vergelijking met de ontwikkeling van het fietsen in Amerika is verduidelijkend voor de unieke positie van Amsterdam. Anders dan Shorto weet Jordan als buitenstaander dus echt met een vernieuwend perspectief te komen.

Hoewel Jordans doelstelling een stuk beperkter is dan die van Shorto, voegt hij veel meer toe aan het beeld van de Amsterdamse geschiedenis. Niet alleen vanwege de originele thematiek, maar ook omdat Jordan door de bespreking van een klein aspect van de geschiedenis van Amsterdam een interessant licht weet te werpen op de grotere gebeurtenissen. De geschiedenis van het fietsen in Amsterdam geeft tegelijkertijd een geschiedenis van het leven in de hoofdstad.

Het fietsen in Amsterdam verdiende een geschiedenisboek – er was een buitenstaander voor nodig om dit in te zien.

Zo geven de magistrale hoofdstukken over de verwoede (en grotendeels vergeefse) poging van de Duitsers om tijdens de bezetting zoveel mogelijk fietsen te vorderen een geweldig beeld van Nederland in oorlogstijd. Terwijl Shorto de bezetting behandelt aan de hand van het bekende verhaal van Anne Frank laat Jordan zien hoe het gros van de Amsterdamse bevolking eigenlijk enkel in verzet kwam als men probeerde haar fietsen af te nemen.

Ook de protestbeweging van de jaren zestig en zeventig wordt heel treffend weergegeven in de beschrijving van diverse fietsprotesten en de totale wanhoop van het gezag om hierop te reageren, terwijl Shorto wederom kiest voor de bekende weg door de happenings van Robert Jasper Grootveld te beschrijven.

Jordan is erin geslaagd om in zijn boek niet alleen een geschiedenis van de Amsterdamse fietser te geven, maar vanuit deze invalshoek ook de ontwikkeling van Amsterdam te beschrijven. Goedbeschouwd gaat zijn boek niet alleen over fietsen, want het weet ook treffend de Amsterdamse individualistische houding en de ontwikkeling hiervan weer te geven. Shorto, daarentegen, verdwaalt op de gebaande paden.

Dit geeft te denken over het perspectief van de buitenstaander. Op welke wijze is Shorto eigenlijk een buitenstaander? Als historicus, of zelfs als intellectueel, verschilt hij eigenlijk weinig van zijn Amsterdamse collega’s. De afwassende vrijbuiter Jordan, toonbeeld van een buitenstaander, treedt alleen al met zijn onderwerpkeuze buiten het bekende historische vertoog. Jordans ontzagwekkende bronnenonderzoek en zijn talent om de geschiedenis helder te presenteren zorgen ervoor dat het boek niet verzandt in een grappig boekje over fietsen, maar een met recht vernieuwend werk over de geschiedenis van de stad is. Het fietsen in Amsterdam verdiende een geschiedenisboek – er was een buitenstaander voor nodig om dit in te zien.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven