Flickr / Marco Nijland

Anne aan het IJ: twisten over smaak

“Wij verwelkomen u graag in onze moderne en sfeervol ingerichte foyer. In de bar serveren wij een verscheidenheid aan drankjes en hapjes. U kunt kiezen uit een koffie- en thee assortiment, een uitgebreide selectie van biologische wijnen en snacks die op ongebruikelijke wijze worden gepresenteerd. Bijzondere elementen in de foyer zijn een exclusief ontworpen 3D hapjeswand in de vorm van Amsterdamse grachtenpanden en een mobiele wijnbar.”

Aldus de website van Theater Amsterdam, waar in de zaal achter de mobiele wijnbar het levensverhaal van Anne Frank wordt verteld. Het theater, dat afgelopen mei geopend werd, is speciaal voor dit doeleinde gebouwd, op initiatief van het Zwitserse Anne Frank Fonds.
De Nederlandse Anne Frank Stichting, die het Achterhuis beheert, gaf uiting aan het ongemakkelijke gevoel dat deze combinatie van holocaust en commercie opwekt. Leon de Winter, die samen met zijn echtgenote Jessica Durlacher de toneelbewerking maakte, pareerde de kritiek door te benadrukken dat er in het Anne Frank Huis ook appeltaart verkocht wordt. Bovendien suggereerde hij dat de kritiek van de Stichting op dit initiatief van het Fonds ingegeven werd door het slepende conflict tussen de twee instellingen, die zich beiden inzetten voor Anne Franks boodschap van vrede en verdraagzaamheid, maar elkaar al jaren het licht in de ogen niet gunnen.

De zogenaamde ‘Anne Frankindustrie’ is een onontkoombaar feit

De zogenaamde ‘Anne Frankindustrie’ is al sinds de publicatie van haar dagboeken, door Otto Frank in 1947, een onontkoombaar feit, waar inderdaad ook de Anne Frank Stichting aan bijdraagt. Het verhaal van Anne Frank is een product geworden; maar vrijwel de gehele opbrengst, van zowel de Nederlandse Stichting als het Zwitserse Fonds, wordt opnieuw geïnvesteerd in educatieve programma’s over de Tweede Wereldoorlog en discriminatie.

Je kunt natuurlijk twisten over de graduele verschillen in commercialisering – in dit geval over het verschil tussen appeltaart en biologische wijn –  en de morele aanvaardbaarheid daarvan, maar veel liever zou ik twisten over smaak.

Het antwoord op het morele vraagstuk - mag je dit toneelstuk maken? – staat wat mij betreft namelijk buiten kijf: natuurlijk mag dat, voor mijn part zelfs met dikke winst.

Maar ik loop er niet warm voor, om twee redenen: ten eerste omdat het verhaal van Anne Frank zich volgens mij uitermate slecht leent voor een toneelstuk, ten tweede omdat de toneelbewerking bijdraagt aan het wijdverbreide misverstand dat Anne Frank een heldin is.

Het ligt voor de hand dat een toneelstuk over Anne Frank een tragedie is. Aristoteles stelt in zijn Poetica dat de elementen plot, karakter en spektakel essentieel zijn voor een tragedie. Aan spektakel is in Theater Amsterdam geen gebrek, als we recensent Hein Jansen van de Volkskrant (10 mei 2014) mogen geloven: “Een compleet deel van het Amsterdamse Merwedeplein wordt tevoorschijn getoverd in een technisch ingenieuze constructie van allerlei bewegende zetstukken.(…) Het hele pand van de voormalige Opekta-fabriek is inclusief het achterhuis nagebouwd, als een immens poppenhuis, dat om zijn eigen as kan draaien.”

Toch ben ik bang dat het gebrekkige plot, dat verreweg het belangrijkste deel van elke tragedie vormt, zich in dit geval niet zo gemakkelijk laat compenseren. Aristoteles onderscheidt twee manieren waarop een plotwending zich kan voltrekken: de eerste is simpelweg door ‘omkering van het lot’ (katastrophe) en zorgt voor een ontknoping van de tragische verwikkelingen. De tweede mogelijkheid is een herkenning of inzicht (anagnorisis) bij een van de personages, door een gebeurtenis die een onbedoeld effect teweegbrengt (peripeteia). Het klassieke voorbeeld is het moment waarop Oedipus er achter komt dat hij geadopteerd was (peripeteia) en  zich dan realiseert (anagnorisis) dat hij zijn echte vader gedood heeft en met zijn moeder getrouwd is. Helaas ontbraken in de oorlogstijd van Anne Frank zowel katastrophe - in de oud-Griekse zin van het woord - als peripeteia en anagnorisis. Het lot van de familie Frank was simpel in al zijn gruwelijkheid, net als dat van zoveel anderen: lange, saaie jaren van onderduiken, doordrongen van hevige angst, die uiteindelijk uitkwam. Overigens lijken de bezoekers van ‘Anne’ zich vooralsnog niet te laten weerhouden door de bezwaren van Aristoteles, noch door die van mijzelf, want volgens de cijfers van Theater Amsterdam trok de voorstelling het afgelopen half jaar al 100 000 bezoekers. Het stuk is wegens succes tot januari 2015 verlengd.

Noch de titel, noch de poster van het toneelstuk laten enige twijfel: dit theaterspektakel draait om het karakter Anne Frank. Ook uit de benadering van De Winter en Durlacher, die ervoor kozen om haar in een droomscène als jongvolwassen schrijfster na de oorlog op te voeren, blijkt dat het stuk vooral om Annes persoonlijkheid en schrijftalent draait.

Leon de Winter verklaarde in het Nieuw Israelitisch Weekblad: '(…)Een heel rijk, interessant kind, zoals je ze zelden ziet (…) Waarom Anne? Omdat ze een overdonderend groot talent had, daarom.'

Dit is de tweede reden waarom het toneelstuk mij niet trekt: Anne Frank is geen heldin. Anne Frank is een symbool. Dit merkte de Winter iets eerder zelf ook terecht op, om vervolgens toch te vervallen in een denkfout: Anne Frank verdient blijkbaar onze herinnering, bijvoorbeeld in de vorm van een toneelstuk, omdat ze goed kon schrijven. Vermoorde Joodse kinderen die minder intelligent, mooi of getalenteerd waren – of van wie het dagboek toevallig verloren is gegaan – zijn onze herinnering toch iets minder waard, is de impliciete boodschap, die lijnrecht tegenover de zelfverklaarde educatieve doelstelling van de toneelproductie staat. Anne Franks verhaal leert kinderen over het gevaar van racisme en discriminatie, niet omdat zij toevallig een goede schrijfster was, maar omdat ze een stem en gezicht geeft aan de miljoenen anonieme Joodse kinderen en volwassenen die hetzelfde noodlot ondergingen. Anne Franks dagboek is een geschikt instrument om te leren van de gruwelen van het verleden, omdat het, met name voor kinderen, nu eenmaal makkelijker is om je met één slachtoffer te identificeren dan met een anonieme massa. Haar unieke persoonlijkheid doet daarvoor eigenlijk niet ter zake – Anne Frank is geen uitzondering, maar een symbool voor het collectief.

Anne Frank is geen heldin. Anne Frank is een symbool.

Natuurlijk is het daarnaast ook waardevol om de individuele persoonlijkheden van slachtoffers te herdenken, maar als dat de opzet is, is een toneelstuk rondom Anne Frank – één van de weinige slachtoffers waarvan we al een zeer uitgebreide persoonlijke documentatie hebben – juist niet het geëigende middel. Schrijver en dichter Guus Luijters laat zien hoe het anders kan met zijn boeken In Memoriam (2012) en Kinderkroniek (2013), waarin hij de namen van alle vermoorde Joodse, Sinti en Roma kinderen uit Nederland heeft opgenomen, met zo veel mogelijk foto’s en persoonlijke details, naar eigen zeggen ‘om deze kinderen hun gezicht terug te geven’. Luijters’ project vergt een nauwgezette zoektocht door stoffige archieven en geheugens, ver weg van de 3D-hapjesbar aan het IJ, maar een stuk dichter bij de gruwelijke geschiedenis die we zo graag levend willen houden.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven