Foto @pdebebe

Avocadoschil

Grote kastanjebomen in Berlijn, ze droomt zichzelf naar de grootstad. Ze ziet hoe de verschillende lagen bladeren met de zon spelen, donkergroen, lichtgroen, met een briesje is de tekening telkens volledig anders. Hier wandelt ze graag, lichtende klinkers ontwijkend. Links en rechts hoge Plattenbauten in pasteltinten. Turkse groentewinkels met wildgroei aan blauwe plastic zakjes. Een matrassenzaak, grote rechthoeken schuim staan tegen elkaar opgesteld, op het plastic glimt met merkstift de prijs. Op de begane grond een koffietentje met veel hout en vintage meubelen, waar twee mensen met een grote herdershond een ouderwetse mok aan hun mond zetten, in hun midden een stuk taart met twee vorkjes. Bij het kumpirrestaurant branden ze noten, ze ademt diep in. Verder struint ze, terwijl ze weet dat ergens daarboven, in een Airbnb-appartement, haar man bivakkeert.

In dit Berlijn, dat een compositie is van de talloze verhalen van mensen om haar heen, heeft ze een man, en vooruit: ook twee kinderen. ‘Ze is op reis met haar man en twee kinderen,’ galmt de voice-over in haar hoofd. Haar man, die op hun kinderen past, vertelt dat de bloesemtrossen in kastanjebomen ‘kaarsen’ heten en waarom. Hij haalt zijn hand door zijn donkere haar. ‘Gek, hè,’ waarna hij de kinderen naar zich toe trekt en ze kietelt tot ze om genade schreeuwen.

Ze stapt uit haar fantasie en is terug in Antwerpen waar ze het koud heeft. Moeizaam trapt ze zich naar de dagwinkel, waar ze een Duvel koopt. De uit Afghanistan afkomstige uitbater woont inmiddels vier jaar in ’t Stad, in januari is zijn winkelruit al twee keer ingegooid. Hij klaagt over het papierwerk. Of de politie iets doet? Eigenlijk niet. Er zijn wel camera’s, maar ja. En van een rechtse burgemeester die op de proppen komt met taks voor imago-verlagende winkels (waar zijn winkel volgens diezelfde burgervader toe behoort), hoef je geen bescherming te verwachten.

‘Ze is op reis met haar man en twee kinderen,’ galmt de voice-over in haar hoofd.

Op de terugweg rijdt ze over een zorgvuldig neergelegd plastic flesje, kinderen op de stoep willen destructie tussen flats en grofvuil. Gejoel. Heel kort ervaart ze een warm gevoel, het dooft snel.

Als ze thuis is, merkt ze dat de kat is ontsnapt. In zichzelf godverend loopt ze over straat, roept zijn naam, terwijl ze kijkt onder de auto’s die met hun neus allemaal dezelfde kant uit staan. Ze wordt aangesproken door een passant, of ze haar kat zoekt. Ze antwoordt bevestigend. Of ze uit Nederlands Brabant komt. Ze schudt haar hoofd, twijfelt of ze zal zeggen dat haar ‘g’ daar nog steeds te luid voor is, maar lacht vriendelijk en bukt om onder een andere auto te kijken. De man vertelt iets over familie in Rotterdam. Veel mensen in Antwerpen hebben familie in Rotterdam. Het zal de haven zijn. Ze knikt en zoekt verder. De kat blijft spoorloos en de man druipt af.

In haar woonkamer is het stil. De witte gordijnen hangen bewegingloos voor het raam. De schouw van zwart marmer is niet in gebruik. Erboven, rustend op het donkere steen, staan enkel een paar vrijwel lege foto’s met hier en daar een bewogen vlek.

In de drie jaar dat ze hier woont, is ze een paar keer een kringloopwinkel in gelopen, op zoek naar meubels. Maar puf om de in haar ogen mastodonten op een of andere manier haar huis in te krijgen, ontbreekt. Als ze terugkomt van haar werk op de kleine luchthaven is ze moe. Haar collega’s hoeft ze in het weekend niet te zien. Soms fietst ze door de haven en kijkt dan naar de containerschepen die kleurige blokken vervoeren. Fietste. De laatste keer dat ze dat deed, is maanden geleden. De Duvel-kroon die op de vloer valt, echoot door de ruimte. Ze bladert door de krant zonder deze echt te lezen en kijkt uit het raam, terwijl ze het papier aait.

Hun ogen ontmoeten elkaar: deze vrouw is hier ook niet echt.

De Berlijnse biertafels zijn groen op de volgende hoek. Geen toeristen, denkt ze. Ze is nu diep in de wijk, hier geen trekpleisters, monumenten, clubs, galeries. Ze zet zich tegenover een vrouw met wit haar, die door een tijdschrift bladert. Tot ze opkijkt. Hun ogen ontmoeten elkaar: deze vrouw is hier ook niet echt.

Haar oudere zelf vertelt over Berlijn, toen ze hier in de buurt een appartement hadden gehuurd, ze lacht, over hoe ze hem met de kinderen had achtergelaten in dat studiootje. Dat ze een gezichtsmasker maakte toen ze eindelijk terugkwam, terwijl hij overstuur op de bank was gekropen.

Hoe het nu is? Ze is aan de man gewend geraakt, vertelt ze, maar ze houdt nog altijd van hem, hoor. Met zijn intrigerende feitjes. Hij is wel wat ouder geworden, ja. Zijn haarkleur, anders nu. Grijs dat hem besluipt vanuit zijn slapen. De kinderen, tja, zoals dat gaat: studerend en uit huis. Maar, oei, ze moet gaan, zegt ze tegen haar jongere versie, ze zit hier al te lang. Ze loopt weg, draait zich om, komt terug, buigt zich naar haar toe: ‘Hé, niet te lang hier blijven ronddwalen, hoor. Buiten is het fijner. Enger, maar ook fijner.’

Weg, wil ze. Nog dieper de wijk in. Ze kijkt achterom. De serveerster giet de half opgedronken glazen bier leeg in de goot. Vier straten verder stuit ze op een fotoautomaat. Ze schuilt graag in die kleine hokjes, openbare hutten, vooral in Berlijn zijn ze door de struiken eromheen tijdmachines naar een comfortabele jeugd zonder verantwoordelijkheden. In het hokje bukt ze nu eens niet voor de flits. In Antwerpen probeert ze het vaak. Ze bewaart de foto’s, soms staat er een capuchonpuntje op, of nog net een streng haar, een stuk van een mouw, een vlek van een weggetrokken hand.

‘Stil nou, de kinderen.’ Zijn betraande ogen staan streng. Of ze wel weet hoe laat het is.

‘Waar was je nou!’, fluisterroept hij als ze binnenzwalkt. Hij doet de deur zachtjes achter haar dicht, ze voelt dat hij haar volgt. Hij ploft op de bank, plukt aan zijn oor. Shirt verfrommeld, benen opgetrokken. Hij kijkt toe hoe ze, zittend op de grond aan de lage tafel, laveloos de avocado van de bio-winkel op haar dertigjarige huid smeert, nadat ze de vrucht op grove wijze pureerde in een Oost-Duits oranje bakje met zwarte bloemopdruk. De prakvork valt van tafel. ‘Stil nou, de kinderen.’ Zijn betraande ogen staan streng. Of ze wel weet hoe laat het is.

Als ze onder de douche de avocado van haar gezicht spoelt, komt haar man de badkamer in. Zijn ogen hebben een verdrietige glans maar hij lijkt gekalmeerd. Nog even, ze wil hem nog even houden. Ze houdt van de aanwezigheid van deze man. Ze houdt van de aanwezigheid.

Ze moet eigenlijk iets eten, terug in Antwerpen. Nu, nog een paar minuten, wil ze hier zijn, in één ruimte met hem. Hij houdt iets in zijn hand. Het zijn de foto’s. ‘Je staat erop.’ Op zijn gezicht verschijnt een voorzichtige lach. Met het ronde stickertje van de avocado kleeft hij ze op de spiegel.

Het is een fysieke reactie, de tintelingen door haar lichaam. Steeds heviger. Ze verstart, terwijl hij vervaagt. Hij verdwijnt. Maar… had zij hier niet de controle? Ze springt onder de douche vandaan, wil hem vasthouden, tegenhouden, maar hij is transparant, lucht. Hij is weg. Waar hij net nog stond, ziet ze nu de spiegel, met de foto’s.

Ze denkt aan haar lege woonkamer.

Laat de douche lopen.

Het appartement is leeg.

De douche .

Het is stil.

Haar woonkamer is leeg.

De foto’s.

Ze herhaalt de woorden van de vrouw, terwijl ze haar spullen pakt. In de trein naar Marseille checkt ze het adres van het appartement. Volgens de opgesomde voorzieningen is er een douche; van een man wordt niet gerept. Misschien is dat maar goed ook. De avocado gaat wel mee. Die heeft ze gisteren alvast gekocht bij de bio-winkel. In de trein, op de zachte, grijze stoelen, pulkt ze aan de schil, er zitten kleine bobbeltjes op. De grillige, vettige korst doet haar denken aan de huid van een prehistorisch diertje dat zichzelf goed kon beschermen.

 

 

 

 

 

In samenwerking met Uitgeverij Lebowski publiceert deFusie om de twee weken een kort verhaal van aanstormend talentHeb je zelf een goed kort verhaal? Stuur dan een e-mail dan naar redactie@defusie.net. Lees hier de Lebowski Blog.

Meer Verhalen
Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven