Mart van de Wiel

Away From Keyboard

Even geleden stond ik ’s avonds met een groepje mensen te praten in de achtertuin van een café, toen iemand, tussendoor, opmerkte van Facebook te zijn verdwenen.

– Lijkt me toch spannend, zei iemand anders.

Vond ze wel meevallen, ze mistte niet zoveel. In het begin, misschien. Inmiddels was ze er wel aan gewend.

We raakten een beetje in verwarring, tot iemand gewoon maar vroeg hoe lang het dan geleden was dat ze ermee was gestopt.

Zij fronste.

– Een halfjaar geleden, of zo?

Dat hadden we niet echt gemerkt. Of ja, wel dat ze minder berichten plaatste, maar niet dat ze weg was. Lag dat aan ons? Ook, natuurlijk – altijd ook. En toch: zou je het weten, als ik je nu vroeg welk van je vrienden afgelopen week zijn of haar account heeft opgeheven? Hoe kom je daar achter? Is dat niet altijd per toeval?

Aan het begin van dit jaar schreef Mark Zuckerberg dat zijn bedrijf de aandacht wil gaan verschuiven van de hoeveelheid tijd die men op Facebook zit naar de waarde van die tijd. Zelfs, zei hij, als het ten koste gaat van het aantal uur dat je m’n website bezoekt, wil ik dat de website blijft helpen ‘persoonlijke connecties te maken.’ By focusing on bringing people closer together – whether it's with family and friends, or around important moments in the world – we can help make sure that Facebook is time well spent.

Welk van je vrienden heeft afgelopen week zijn of haar account opgeheven?

Waar het op neerkwam: Facebooken is te passief geworden. Of je nu een filmpje kijkt, of een berichtje leest, de belangrijkste vraag moet telkens zijn of dat je wel aanzet contact te maken met iemand anders.

Een mooi idee, in principe.

Maar er is volgens mij een probleem waar Mark met alle softwarematige aanpassingen van de wereld geen beweging in kan krijgen: dat voor Facebook je leven volledig uit activiteit bestaat. Als je niet eerst de moeite doet een berichtje te plaatsen of een filmpje te delen – met, in feite, niemand in het bijzonder – is er ook niemand die op je reageren kan. Als je niet zelf reageert op de berichten van anderen, kan niemand je vervolgens aanspreken. Hoewel we collectief immense hoeveelheden tijd op Facebook spenderen, moeten we, vaak zonder het door te hebben, ontzettend veel moeite doen er werkelijk te zijn – en als we eens iets plaatsen, dan is dat berichtje na een paar uur, hoogstens een dag, alweer uit iedereens timeline verdwenen. Het is eigenlijk erg toepasselijk dat je eigen pagina je wall heet – als mensen er komen, krijgen ze vooral de kans tegen een muur aan te praten.

Als je niet eerst de moeite doet een berichtje te plaatsen of een filmpje te delen is er ook niemand die op je reageren kan.

Ik herinner me dat ik in groep zeven en acht met klasgenootjes afsprak om ‘s middags online te komen, op MSN, zodat we konden praten. Ja, pink maar een traantje weg, ik wacht wel even. Goed, ik begrijp dat het ten dele aan de nieuwigheid lag – het internet werd langzaamaan gewoon, maar het was nog steeds specialer een e-mail te krijgen dan een brief. Toch was er ook echt wel een structureel verschil: als je op MSN online was, was er een grote kans dat je ook daadwerkelijk achter je computer zat om te chatten. Waarom had je je anders ingelogd? Waarom had je – als je niet van plan was te praten – je status niet op verborgen gezet?

Ik maakte toen ook nog veel gebruik van IRC (Internet Relay Chat). Dat was, kort samengevat, MSN voor nerds. Het zag eruit als kladblok, en in een balkje rechts stonden de namen van mensen die aanwezig waren op hetzelfde kanaal. Als je een beetje handig was, kon je scriptjes inbouwen, en één van de handigste was het script dat automatisch ‘AFK’ achter je naam plaatste als je iets van een kwartier inactief was gebleven.

AFK, voor de oningewijden onder ons: away from keyboard. Naar het toilet, misschien. Of geroepen door je moeder. Of stiekem wel achter je pc, maar een spelletje aan het spelen. In elk geval: naar alle waarschijnlijkheid niet bereikbaar.

Het punt dat ik met dit stuk wil maken is niet dat Facebook de duivel is. Dat denk ik ook niet. (Over Zuckerberg doe ik geen uitspraken.) Het enige dat ik denk is dat mensen de neiging hebben een slaaf van hun gewoontes te worden. Van routine. In het verlengde: van hun eigen gedrag.

Het heeft niet veel zin om daarop te reageren met het idee dat we ‘bewuster moeten leven.’ Zelfs als daar iets in zit, is het inmiddels vooral een buzzword, waar we ons amper nog iets bij kunnen voorstellen.

We moeten niet ontkennen dat we nu eenmaal gewoontes hebben – en evenmin denken dat dat zonder meer iets slechts is. Het gaat er wellicht om waar je die gewoontes op afstemt. ‘Wanneer men aan het hoofd van een familie staat, is het getob nauwelijks minder dan aan het hoofd van een gehele staat,’ schrijft Montaigne in zijn essay over eenzaamheid; ‘waarmee de geest zich eenmaal bezighoudt, daarin gaat hij volledig op.’

De geest kan aan zichzelf niet ontsnappen – maar moet daarom des te meer de kans krijgen, in het dagelijks leven, bij zichzelf terug te keren, in plaats van heel de tijd alleen maar in alles op te gaan. Dat terugkeren is eenzaam, of je nu op Vlieland te staat, of op een vrijdagmiddagborrel.

Het terugkeren van de geest in zichzelf is eenzaam, ook op een vrijdagmiddagborrel.

Eigenlijk komt het, denk ik, hierop neer: je moet blijven zorgen dat je er werkelijk bent. Als je continu opgaat in gesprekken die amper plaatsvinden – die je niet helpen om samen te zijn met een ander – en je koestert evenmin je eenzaamheid, kom je er aan het eind van de dag steeds weer achter dat je er niet echt bij geweest zult zijn, wat je ook deed.

Wat voor zin heeft het een leven te vullen met gesprekken als je achteraf ontdekt dat je jezelf nooit hebt leren kennen, en in feite niet weet wie die gesprekken gevoerd heeft?

En dan nog de andere kant van het verhaal: wanneer voer je nu eigenlijk een gesprek? Als je via Facebook met iemand praat, heb je helemaal geen idee of die ander wel aan het meelezen is. Zelfs als iemand net nog reageerde, kan hij of zij inmiddels zijn opgestaan en weggelopen, of, nog waarschijnlijker, zijn of haar smartphone weer hebben weggestopt. Juist omdat we altijd online zijn, zijn we nooit meer specifiek op onze gadgets aanwezig.

Ik ben erop overgestapt weer vaker te bellen. Iets wat ik toch altijd wel enigszins verschrikkelijk vond, en waar ik evengoed nog wel moeite mee heb – maar met het voordeel dat ik zeker weet dat ik iemand aan de lijn heb wanneer ik met ze praat.

En begrijp me niet verkeerd, ik wil niet zeggen dat telefoneren ons van al onze communicatieproblemen verlossen zal. Ik weet vrij zeker dat toen mijn vader, een paar jaar geleden, belde om te vertellen dat zijn broer was overleden, de stilte aan beide kanten van de lijn geen gedeelde stilte was. Het betekende voor mij simpelweg niet hetzelfde als voor hem. Op die manier kun je ook in dezelfde kamer staan en prima op verschillende plaatsen zijn. En omgekeerd kan iemand misschien dichterbij komen door de tijd en afstand te nemen een lange brief of e-mail te schrijven. Enzovoort, enzovoort.

Toch, ik heb nu de vuistregel mezelf alleen te laten geloven dat ik met iemand samen ben als we, op dat moment, ook samen zouden kunnen zwijgen. Alleen als tegelijk aanwezig zijn ook betekent dat je op de ander gericht bent. Naar een geschreven berichtje hoef je helemaal niet te luisteren, je kunt het immers teruglezen. Juist de vluchtigheid van een telefoongesprek forceert je erbij te blijven. Facebook zorgt er denk ik te vaak voor dat we, doordat we permanent in verbinding staan, stoppen verbinding te maken. Door ons onophoudelijk op dezelfde plaats te verzamelen gebeurt er iets vreemds – we lijken allemaal te verdwijnen. Het belangrijkste: je kunt niet tegelijkertijd op Facebook zijn en stil blijven, want het enige moment waarop mensen iets van je vernemen is wanneer je, vanuit jezelf, tegen het niets begint te spreken.

Je kunt niet tegelijkertijd op Facebook zijn en stil blijven.

Facebook is time well spent?

Misschien. Er zijn natuurlijk kattenfilmpjes die je niet gemist zou willen hebben. Maar die time well spent is nooit well spent together. Vrijwel alle tijd die je op Facebook zit, zit daar je alleen. Als je op de hoek van een straat een berichtje staat te schrijven, ben je niet verbonden, en vrijwel niemand is actief bezig benieuwd te zijn naar wat je zult zeggen. Dat is eenzaam, ja, maar die eenzaamheid is van waarde wanneer je hem niet uit het oog verliest – wanneer je jezelf de kans geeft ook te ontdekken wie je op die momenten bent. Je moet zorgen voor plaatsen en middelen die je in staat stellen samen met anderen te zwijgen. Anders ben je maar de optelsom van de activiteiten waarvan je kunt melden ze te hebben gedaan, of waarvan je een foto hebt kunnen maken, en is je leven al een waslijn anekdotes voordat je een stap buiten je bed hebt gezet.

Huiswerk: beeld je een week lang elke Facebookinteractie in alsof je een goed gesprek probeert te voeren door middel van blocnotes op een prikbord. Probeer dit daarna groepsgewijs, in levenden lijve. Je mag elkaar niet aankijken – wie het eerste een betekenisvolle blik wisselt, is af.

Afbeelding door Mart van de Wiel.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven