Operagebouw in Kopenhagen (gezien vanaf Amalienborg)

Bedrijfsleven: kijk naar het Noorden!

Nederland kennisland. De wetenschap wordt gezien als een belangrijk speerpunt. Nederland moet voorop lopen in tal van gebieden, dus zijn wetenschap en onderzoek cruciaal voor de ons gewenste kenniseconomie. Maar Nederland is uiterst gierig als het om geld voor onderzoek gaat. Het onderzoeksbudget is al jaren te klein en ook in de nabije toekomst komt hier geen verbetering in. Wereldwijd is men zich ervan bewust dat er stevig geïnvesteerd moet worden in het opdoen van nieuwe kennis. In Nederland wint de krenterigheid het van dit besef. De Nederlandse overheid besteed bitter weinig aan onderzoek en het budget daalt de komende jaren ook nog eens, naar 0,65% van het BNP. Zelfs Portugal besteedt meer aan de wetenschap.

Denemarken is een land waar de wetenschap door de overheid en het bedrijfsleven stukken serieuzer wordt genomen. Wetenschappers beroepen zich op onderzoeksfondsen om hun onderzoeksplannen te bekostigen. In Nederland worden deze beurzen vooral vergeven door Nederland Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). In Denemarken is het veel gebruikelijker dat bedrijven hier ook aan bijdragen. Grote Deense bedrijven als Mærsk (containers), Novo Nordisk (biotech), Lundbeck (biotech), Carlsberg (bierbrouwer) en Villum/Velux (o.a. van de dakramen) beheren fondsen die door onderzoekers kunnen worden aangesproken. Hiermee wordt onderzoek vaak gesteund in brede zin. Mærsk vereist dus niet dat wetenschappers lovend zijn over grote containerschepen: het verstrekken van beurzen wordt gezien als een maatschappelijke activiteit. Denemarken bezit ook nog talloze kleinere fondsen. Samen hebben deze fondsen een vermogen van 400 miljard (!) kronen (54 miljard euro). Daar wordt dus jaarlijks een flinke hoeveelheid wetenschap mee bekostigd.

Nederland is uiterst gierig als het om geld voor onderzoek gaat

De continuïteit van de fondsen, beheerd door de genoemde multinationals, wordt gegarandeerd doordat deze fondsen onder een stichting vallen, zoals de Carlsberg Foundation. Dezelfde stichting heeft ook het merendeel van de aandelen in het daadwerkelijke bedrijf, in dit geval onder andere de brouwerij van Carlsberg. Dit garandeert dat aandeelhouders of overijverige bestuurders geen greep uit het fonds kunnen nemen of de filantropische tak helemaal op kunnen heffen. In Denemarken heerst ook de opvatting dat bedrijven als onderdeel van de samenleving ook bijdragen aan de ontwikkeling van die samenleving. Zo financieren Carlsberg en Villum/Velux niet alleen wetenschap, maar ook de kunsten en culturele doelen. Mærsk heeft bijvoorbeeld een gigantisch nieuw operagebouw in hartje Kopenhagen gefinancierd.

Wat zou het mooi zijn als Heineken in Nederland elk jaar een flink aantal miljoenen zou steken in het onderzoek naar gewasverbetering (denk aan gerst) of gist. Of dat Unilever en FrieslandCampina dat zouden doen voor onderzoek gerelateerd aan levensmiddelen. Of AkzoNobel voor de chemie. En dan natuurlijk niet het outsourcen van de eigen R&D, maar het faciliteren van onderzoek aan universiteiten binnen een bepaald thema. In Nederland bestaat zo’n traditie voor ondersteuning van de wetenschap niet. Er zijn in Nederland overigens wel degelijk grote particuliere fondsen, zoals het VSB fonds, het SNS-Reaalfonds en het Prins Bernhard Fonds. Deze fondsen investeren echter hoofdzakelijk in kunst en cultuur. Kleinere fondsen geven slechts in zeer beperkte mate aan onderzoek en zijn vaak slechts toegankelijk voor een beperkte groep aanvragers.

Doen de Nederlandse multinationals dan niets? Nee: ook Shell, Heineken, FrieslandCampina en AkzoNobel bezitten of ondersteunen een foundation. Deze foundations ondersteunen bijvoorbeeld gezondheidzorg of ontwikkeling in achtergebleven gebieden in de wereld, kunst of sport. Een investering in wetenschappelijk onderzoek in het thuisland zou niet alleen filantropisch van aard zijn, maar ook de toekomstige basis van bedrijven versterken doordat het een pool van kennis en talent creëert aan de universiteiten dicht bij de thuisbasis.

In Nederland zijn multinationals verworden tot anonieme merken

Een ander punt gaat over ook over die thuisbasis. Bedrijven als Carlsberg zijn nauw vervlochten met de Deense samenleving. Musea (bijv. De Nieuwe Carlsberg Glyptotheek), cultuur en wetenschap worden allemaal ruim ondersteund sinds de oprichting van de brouwerij door J.C. Jacobsen. Er is dus een lange historische traditie en Denen denken in het algemeen positief over deze bedrijven. In Nederland zijn onze multinationals verworden tot anonieme merken. De binding met de maatschappij beperkt zich tot het werkgeverschap en het feit dat deze ondernemingen nu eenmaal Nederlands zijn. Het zou Nederlandse multinationals dus niet alleen toekomstig talent en kennis opleveren, maar ook een substantiële imagoverbetering waar geen reclamecampagne tegenop kan. Het oprichten van een wetenschapsfonds hoeft niet gigantisch veel geld te kosten. Het Carlsberg Fonds krijgt een bijdrage van enkele tientallen miljoenen van de dochterondernemingen binnen het concern. Om concurrent Heineken als voorbeeld te nemen: met een jaarwinst van rond een half miljard zou een paar miljoen voor onze nationale brouwer gemakkelijk op te brengen zijn.

Het genoemde Deense scenario heeft ook een keerzijde. Wie weleens een boottochtje gemaakt heeft door de wateren van Kopenhagen, heeft bij het passeren van het eerdergenoemde operagebouw wellicht van de gids vernomen dat de locatie van de opera niet toevallig exact tegenover Amalienborg gebouwd is, het Deense Binnenhof. De eigenaren stonden erop. Voor niets gaat de zon op en er wordt algemeen aangenomen dat multinationals flink wat gewicht in de schaal leggen wat betreft het Deense regeringsbeleid. Tevens bepalen de fondsen tot op zekere mate de onderzoeksagenda van het land. Novo Nordisk financiert medisch onderzoek, maar de verstrekte beurzen voorzien niet in overhead. Die wordt dus betaald met overheidsgeld (het zogenaamde ‘matching’). Ook in Denemarken lijkt dus voor niets de zon op te gaan, maar de bijdragen aan de, cultuur en maatschappij wetenschap zijn gigantisch groot, en daarmee toch bovenal een positieve factor. Voor een duurzame partnerschap tussen het bedrijfsleven, de maatschappij en de wetenschap is de boodschap dus: kijk naar het Noorden!

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven