Flickr / Keoni Cabral

Belachelijk

De korte stilte van vertwijfeling werd kordaat onderbroken door een potsierlijke ‘Hoer!’. De automobilist die onverwachts zijn portier openzwaaide had even nodig om te herinneren wat de gepaste reactie is op een vrouwelijke fietser die een afkeurend geluid maakt. Ik ben een feminist, en daarom verbaasde mijn reactie mij: ik grinnikte.

Beschimpingen als deze had ik al eerder toegeslingerd gekregen, en van me af laten glijden– iets met open kraan en dweilen, en dat ik als geëmancipeerde vrouw toch echt geen zin heb om weer andermans verbale diarree op te ruimen. Maar moedwillig negeren is niet hetzelfde als opgewekte nonchalance, en een lach was me daar nog niet bij ontschoten.

De vriend waar ik die avond naar op weg was, heeft ook weleens last gehad van heteroseksistische aanvaringen op straat. Lang, bleek en overduidelijk homo, werd hij door een aantal opgeschoten jongens uitgescholden voor ‘bleekscheet’ en ‘homo’. In mijn politiek-correcte bezorgdheid belde ik hem op om te vragen hoe het ging. Hij vertelde dat hij het eigenlijk wel grappig vond dat er iets gebeurde in zijn veryupte wijk. ‘Reuring in de Rivierenbuurt’ noemde hij het. De woorden die hij naar zijn hoofd kreeg deden hem niet zoveel – er school niet veel in wat hij zelf niet vond kloppen. Alleen die baksteen, die hadden ze niet hoeven te gooien.

Ik ben een feminist, en daarom verbaasde mijn reactie mij: ik grinnikte.

Hij en ik, wij zijn lid van de meerderheid, een meerderheid waarvan de leden vaak als mindere zijn beschouwd. Inferieur, of in ieder geval minder normaal dan de blanke heteroseksuele man uit de middenklasse. Wij zijn een meerderheid waarvan de leden inderdaad veel schofferingen hebben doorstaan, en bij vlagen niet zeker konden zijn van lijf en leden. Een meerderheid die veel verworven heeft, maar nog steeds opbotst tegen stereotypen, vooroordelen, gesloten deuren en glazen plafonds.

De beschimping en de baksteen uit het voorbeeld behoren tot de minder ingrijpende voorbeelden van dat wat sommigen systematische vormen van kleinering noemen. Stelselmatige vernedering kan vele vormen aannemen, van de mokerslagen van geruchtmakende zedenwetten en seksueel geweld tot de speldenprikjes van goedbedoelde opmerkingen en grappen op de werkvloer.

Als de onderliggende realiteit zo verwerpelijk is, waarom lachte ik de scheldende automobilist zo laconiek uit? Ben ik de diagnose Stockholm Syndroom waardig? Blootgesteld aan continue onderwerping en uitbuiting kan ik niet anders dan mijn overweldiger omarmen en instemmend meelachen met zijn misogyne gedrag? Of ben ik in mijn jonge leven al zo vaak met de neus op de feiten gedrukt dat me niets anders rest dan een hardnekkig cynisme - dat dit is hoe het gaat – je wordt hoer genoemd, je krijgt een baksteen naar je hoofd, en je gaat weer door met een schampere grijns als vorm van instemming. In beide gevallen ligt de lach perfect in de lijn der verwachting: het bestendigt sociale normen en verbloemt het leed dat daaronder schuilgaat.

De onderkenning van het leed dat een sociale praktijk berokkent is een eerste stap om die praktijk te veranderen. Maar in het streven naar genoegdoening ligt het gevaar van ‘suffer mongering’ op de loer. Filosoof en politiek denker Wendy Brown, die dit begrip introduceerde, ontkent niet dat uitsluiting plaatsvindt en leed veroorzaakt, maar ze bekritiseert de wijze waarop dit leed verheven wordt tot de basis voor een politieke identiteit. In een samenleving die ontdaan is van positieve termen waarin we onszelf kunnen begrijpen, is het alleen nog in de termen op basis waarvan we benadeeld zijn dat we een groep vormen: wat ik deel met andere vrouwen zijn de beledigingen, de vooroordelen en de agressie die wij ondervinden.

De inzet voor een emancipatiestrijd is dan verankerd in het collectief herbeleven van de pijn van het verleden. Of, anders gezegd: het is slechts als uitgeslotenen dat we onszelf kunnen begrijpen als onderdeel van een collectief. In een poging om de samenleving te veranderen, bestormen we met een bittere trek in het gezicht regeringscentra en andere bolwerken om machthebbers te doordringen van de pijn die wij, achtergestelden, voelen.

De belediging van weleer verheffen tot geuzennaam kan zeer effectief zijn: de trots op onze identiteit als slet, als faggot of als kutmarokkaan keert de betekenis van die termen om, en verandert zo de bijklank van inferioriteit. Maar zodra het verwerven van een geuzennaam gepaard gaat met een flinke dosis ressentiment, zodra we ons enkel en alleen kunnen begrijpen als verstotenen, stokt onze politieke verbeeldingskracht. Het leed uit het verleden bepaalt dan onze toekomst, en wordt in ons streven tot compensatie keer op keer opgerakeld. De wereld zoals we die kennen – onrechtvaardig, geregeerd door in- en uitsluiting – is de enige die we ons dan kunnen voorstellen.

Laten we dus strijdvaardigheid koppelen aan een dijenkletser, en die bittere geuzennaam aanvullen met een verbeten grap.

Als vereenzelviging met pijn het ene extreem is, is verbazing over een lach het andere. Een lach blijft niet binnen de lijnen van recht en onrecht, van insluiting en uitsluiting maar kan die logica in twijfel trekken. Wellicht is dat waar mijn gegrinnik vandaan kwam, en is dit de reden waarom mijn vriend zich vermaakte om de opgeschoten jongens: hun gedrag was belachelijk. De standvastigheid van onze principes en diepste overtuigingen blijkt ook wanneer we inzien hoe ridicuul een situatie is. Politiek wordt dan een ander overtuigen van de absurditeit van een situatie, en in te laten zien dat een omgangsvorm bespottelijk is.

Laten we dus strijdvaardigheid koppelen aan een dijenkletser, en die bittere geuzennaam aanvullen met een verbeten grap. Dat is niet hetzelfde als meelachen met andermans grappen, en ook geen cynisch grijnsje, die beide in stand houden wat er al is. De beste grappen tonen dat wat onwrikbaar lijkt, eigenlijk onzinnig is: de gedachte dat een vrouw te beledigen is door een verwijzing naar haar seksuele gedrag, het probleem dat iemands seksuele oriëntatie vormt voor een toevallige passant. Een bulderende lach bevrijdt deze wereld niet van alle misstanden, maar bevrijdt de toekomst van bittere herinneringen aan ons verleden.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven