Wikimedia Commons

Belasting, een gedachte-experiment

Het welbekende veelkoppige monster uit de Griekse mythologie, de Hydra van Lerna, de verwoestende, angstinboezemende gedaante die met haar speeksel mens en dier kon doden en met haar adem hele gebieden kon verwoesten, lijkt uit de dood te zijn herrezen, lijkt te zijn ontwaakt in een nieuwe verschijning:

De Duitse fiscalist Paul Kirchhof laat ons daar kennis mee maken in zijn boek, 'Das Gesetz der Hydra, Gebt der Bürgern ihren Staat zurück' (München, Droemer Knaur Verlag, 2006), waarin hij de huidige belastingheffing en de rol van de staat analyseert.

Kirchhof waarschuwt: waar eens de mythologische watergedaante nog als monster tegenover ons verscheen, lijkt zij zich nu aan ons voor te doen als de grote weldoener die ons subsidies, privileges en belastingvoordelen belooft. Maar schijn bedriegt: de honger van de huidige staat lijkt niet te stillen te zijn, hij is groter dan ooit - waar de Hydra slechts incidenteel uit haar moeras kwam op zoek naar vlees en bloed, daar weet de huidige staat geen maat te houden bij het bedenken van steeds nieuwe geldvangende regelingen. De tegenwoordige gedaante van de Hydra houdt ons in haar greep…

Het is niet vreemd dat de burger bijna vergeet waar hij voor betaalt, of beter, waar hij voor geeft.

“Waarom komt de burger niet in opstand tegen de alsmaar hoger wordende belastingdruk, de toenemende premies en steeds weer nieuwe heffingen?”, vraagt ook de Duitse filosoof Peter Sloterdijk zich af. Psychopolitisch zijn wij gehersenspoeld, zo betoogt Sloterdijk in zijn essaybundel ‘Die nehmende Hand und die gebende Seite’, (Edition Suhrkamp 2010) waarin ook hij het legitimiteitsgehalte van de tegenwoordige belastingheffing ter sprake brengt. Zou het misschien mogelijk zijn dat het democratische, progressieve wereldbeeld sinds het Verlichtingsdenken slechts schijn is?

Terwijl in een democratische rechtsstaat juist de burger en zijn vrijheid centraal  zouden moeten staan heeft de burger wat betreft zijn ‘belastingbijdragen’ nog altijd geen stem. Want wordt de burger eigenlijk wel serieus genomen als je hem in feite nog steeds als onderdaan beschouwt en hem automatisch, haast routinematig, zonder betrokkenheid zijn belastingschuld laat voldoen? Het is dan niet vreemd dat de burger vervolgens bijna vergeet waar hij voor betaalt, of beter, waar hij voor geeft. Betekent dit niet dat bij vrijheid ook vrijwilligheid hoort? Naar eigen inzicht en vrijwillig geven, dit is nu juist het uitgangspunt van filantropie. Belasting zou daar meer op geïnd moeten worden. Geen gedwongen betaling of voldoening van schuld, maar een vrijwillige bijdrage. Belasting dus op filantropische basis, is dat niet wat past bij een democratie waarin de burger centraal staat en zich betrokken voelt bij de samenleving?

Het is een interessant gedachte-experiment dat Sloterdijk ons voorlegt. Waar het hem echter werkelijk om gaat is het toenemend eroderend vertrouwen van burger in overheid; de burger kan zich niet meer identificeren met zijn overheid, heeft weinig vertrouwen in de politiek en daarbij ook twijfels over een juiste besteding van belasting. Adam Smith zei al: Vertrouwen is cruciaal voor het boeken van vooruitgang.

Geen gedwongen betaling of voldoening van schuld, maar een vrijwillige bijdrage.

In de rechtsstaat is het rechtssysteem van groot belang voor dit vertrouwen. Maar ook belasting draagt daar aan bij. Zonder belasting geen staat, daar is ook Sloterdijk zich van bewust. Maar de staat is er voor zijn burgers, en belasting wordt geheven ten behoeve van deze burgers. Wat nu als de staat een eigen leven gaat leiden, de burger daarbij uit het oog verliezend?

Het huidige fiscale beleid lijkt vooral een belangrijke ondersteuning van het economische beleid te zijn; te vaak prevaleren economische doelstellingen boven sociale waarden. In plaats van instrumenteel gebruik te maken van het recht (gericht op specifieke doelen) wordt tegenwoordig het belastingrecht met name als beleidsinstrument ingezet. Men zou zich kunnen afvragen of dit zomaar kan; de verklaring is snel gevonden wanneer men zich bedenkt dat de wetgevende en uitvoerende macht dezelfde pet op hebben. Bovendien is het belastingrecht verworden tot een complexe wirwar van regels. Maar vele wegen leiden naar belastingheffing en bovendien is het in troebel water goed vissen. Voor de burger is het helaas vaak niet mogelijk om zijn fiscale positie op juiste wijze in te schatten.

Wel op de hoogte van hun rechten zijn diverse lobbygroepen: zij weten zonder problemen hun weg te vinden naar politiek Den Haag.  De ‘macht’ laat zich graag ‘adviseren’ door deze deskundigen op diverse vakgebieden met verscheidene privileges als resultaat. De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet,  waardoor de verkrijging van het ondernemingsvermogen anders wordt behandeld dan de verkrijging van ander vermogen, zijn hier een goed voorbeeld van.  Een effectieve lobby wist een zeer gunstige fiscale regeling te bewerkstelligen, door, ten onrechte, de faciliteit te presenteren als een oplossing om financieringsproblemen bij de bedrijfsoverdracht.

Hoe krijgt de burger dan zijn staat weer terug en wordt het vertrouwen hersteld?

Psychopolitisch zijn wij gehersenspoeld.

Om Kirchhof aan te halen: “de gedachte, dat de belastingbetaler zelf kan beslissen over de mate en de gelijkheid van de belastingschuld en daarmee over de staatsuitgaven, blijft fascinerend”. Een fascinerende gedachte voor Kirchhof, voor Sloterdijk een logische werkelijkheid: Belastingen zijn immers meer dan alleen geld. Belastingen zijn in de ogen van Sloterdijk het morele verschijnsel van onze beschaving bij uitstek en dus zeer geschikt als aangrijpingspunt bij een reflectie op staat, maatschappij, burger en vertrouwen. Het zijn niet de verkiezingen die om de vier jaar plaats vinden die de burger zich betrokken doen voelen. Nee, de maandelijkse bijdrage op filantropische basis stimuleert de burger om zich te bekommeren om de samenleving. Een dergelijke verandering kan natuurlijk niet van de ene op de andere dag plaatsvinden. Een klein percentage dat de burger naar vrij inzicht zou kunnen besteden zou een mogelijk begin kunnen zijn.

Ziet men het volk liever als de nieuwe Hercules, in navolging van Kirchhof, dan moet hij zich net als de ’adviserende vakdeskundigen’ gaan vormen in partijen, groepen en verbonden.

Duidelijk is dat de burger zichzelf niet moet vergeten. Als de staat het laat afweten, laten wij dan vooral het vertrouwen in onszelf niet verliezen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
8 Reacties
  • Beste Eliza,

    Ik vind het een interessante invalshoek om vanuit de praktijk van de belastingafdracht kritiek te leveren op zowel de huidige opvatting van burgerschap als de democratische indeling van de samenleving. Ik vind je argumentatie echter wat wollig en ik mis volgens mij een paar stappen in je betoog.

    In hoeverre is wat Sloterdijk zegt bijvoobeeld daadwerkelijk een gedachte-experiment? Het geeft mij geen inzicht in een diep moreel dilemma, maar is een simpel alternatief om de staat volgens hem rechtvaardiger in te delen. Ik zou dit eerder en 'proefballonnetje' noemen dan een gedachte-experiment. En wat er mis is met zijn voorstel? welke redenen geeft hij dat het niet kan? Zit de oorzaak in het gebrek aan vertrouwen of is dat juist een gevolg van de huidige praktijk? Zou je deze overwegingen misschien kunnen expliciteren?

    Groet, Timon

  • Beste Timon,

    Bedankt voor je reactie.
    Waar het mij met name om gaat is om zowel Kirchhofs als Sloterdijks visie aan te stippen aangezien beiden kritiek hebben op (het gebruik van) de huidige (belasting)wetgeving en de staat. Bovendien vind ik dat beiden het op een originele manier brengen. Ook in Nederland speelt het probleem van overmatig instrumentalistisch gebruik van met name het belastingrecht. Dit doet de legitimiteit van het recht geen goed. Hoewel er voor een vertrouwenscrisis natuurlijk nooit een aanwijsbare oorzaak is, speelt het recht wel een belangrijke rol. Omdat belasting iedereen aangaat en absoluut geen lage kostenpost is voor de meeste mensen (neem hierbij ook de overheidsheffingen) is het begrijpelijk dat Sloterdijk en Kirchhof juist hier een aanknopingspunt in vinden.
    Reacties op Sloterdijks essaybundel geven zeker aan dat het een gedachte-experiment is, dit is echter niet zijn belangrijkste punt en moet er vooral niet al te zwaar aan getild worden volgens mij. Wat hij met zijn idee vooral wil,is zijn bekommering om de verwijdering tussen staat en burger laten blijken en duidelijk maken dat niet vergeten moet worden dat de staat er nog altijd voor zijn burgers is. De originele titel van mijn stuk was overigens ook: belasting, de burger weer in beeld, want dat is waar het om gaat; belasting zou er in het belang van de burger moeten zijn en niet in het belang van verscheidene lobbygroepen. Ik hoop dat ik het zo wat duidelijker heb kunnen maken.

    Groet, Eliza

  • Beste Eliza,

    Je schrijft:

    "Het zijn niet de verkiezingen die om de vier jaar plaats vinden die de burger zich betrokken doen voelen. Nee, de maandelijkse bijdrage op filantropische basis stimuleert de burger om zich te bekommeren om de samenleving."

    Op filantropische basis? Dat suggereert alsof het hier om een vrijwillige bijdrage gaat. Belastingheffing is echter immoreel. Het is een door de staat gelegaliseerde vorm van diefstal. Als je niet betaalt wordt het verzet, zo nodig met geweld, gebroken. Het is derhalve een vorm van dwang, die met vrijheid en filantropie niets van doen heeft. Deze gedwongen solidariteit ontslaat de burger van zijn verantwoordelijkheid om op financiële wijze werkelijk betrokken te zijn bij de samenleving. Om tot een waar solidaire samenleving van verantwoordelijke burgers te komen, zullen we de vrijheid om over de vruchten van onze arbeid te beschikken moeten respecteren.

  • Beste Matthijs,

    Dank voor je reactie.
    Ik denk eigenlijk dat wij het met elkaar eens zijn.

    Met jouw reactie maak je mij er op attent dat ik niet duidelijk genoeg heb laten blijken dat de alinea uit welke jij mij hebt geciteerd Sloterdijks uitwerking is op zijn idee dat door middel van belastingheffing (die dan op filantropische basis zou moeten geschieden volgens hem, juist omdat ook hij van mening is dat belastingheffing nog immer een gelegaliseerde vorm van diefstal is, en dit niet zou passen bij vrije, verantwoordelijke burgers) het vertrouwen van de burger in de staat hersteld kan worden. Het zou duidelijker geweest zijn als ik het allemaal tussen aanhalingstekens zou hebben gezet.

    De zin 'Nee, de maandelijkse bijdrage op filantropische basis stimuleert de burger om zich te bekommeren om de samenleving' moet gelezen worden als een citaat van Sloterdijk die daarmee bedoelt te zeggen dat wanneer belasting een vrijwillige bijdrage zou zijn de burger zich meer betrokken zou voelen bij de samenleving.

    Juist ook het inbreuk makende karakter van belastingheffing maakt dat altijd oplettend gekeken moet worden naar de legitimiteit ervan. Vandaar dus de zorg van Sloterdijk, die de achterliggende gedachte is van het gedachte-experiment.

    Als jij op deze manier over belasting denkt zou ik je zeker aanraden om het boek eens te lezen.

    Groet,

    Eliza

  • Matthijs, jouw reactie doet me denken aan dit filmpje:
    http://www.youtube.com/watch?v=seC7HPMdhqM

  • Chris-Jan Kamminga,

    Beste Eliza,

    Niet geheel in lijn met dit specifieke artikel, maar wellicht voor je afstudeer-onderwerp: de Tocqueville heeft een prachtig essay geschreven over de morele gevolgen van belastingheffing, en dan specifiek de armengelden.

    In de kern komt zijn boekje (nog geen 30 pagina's, er is ook een nederlandse vertaling) 'Sur le pauperisme'neer op dat voorheen de rijke zich het lot van de arme aantrok en middels de individuele aalmoes zijn leed wenste te verzachten. Door de instelling van de armengelden (de eerste 'sociale' belastingen) vervreemde deze echter van de armen (het feitelijke contact werd verbroken) en begon hij de arme te zien als een vreemde die door de wetgever werd uitgenodigd om in zijn rijkdom te delen.

    Twee andere punten die hij maakt zijn (zeer vrije lezing van mezelf)
    1) herverdeling door belastingheffing leidt tot een juridisering van individuele en zelfs familiaire contacten en in het verlengde daarvan en overgang 'moraal' en 'ethiek' naar 'rechten en plichten'
    2) verschillen in belastingstelsels zijn mede te verklaren door het geloof. Heel zwart/wit: Het katholicisme, dat naastenliefde centraal stelt, zou uitgaan van een lagere maatschappelijke (fiscale) bijdrage en het protestantisme dat meer uitgaat van de zorg voor de wereld / de maatschappij van hogere fiscale plichten.

    Overigens, als we toch youtubefilmpjes gaan plaatsen, deze (over Claude Frédéric Bastiat) is ook erg leuk http://www.youtube.com/watch?v=TJIMqwJI2uI

    Chris-Jan Kamminga

  • Beste Chris-Jan,

    Erg bedankt voor je tip, ik denk dat ik er zeker iets aan heb!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven