Flickr / Andrew Russeth

Jonge literatuur heeft wél consequenties

De consequentiesNiña Weijers 2014
We zullen niet te pletter slaanNina Polak2014
De vergetingDaan Heerma van Voss2013
Boek van de dodenPhilip Huff2014

Een jongeling, vaak kunstenaar, die worstelt met uitwassen van zijn eigen welvaart: zelfgericht en weinig binding met de wereld. Zo zijn veel van de hoofdpersonen in recent verschenen romans van jonge Nederlandse schrijvers te omschrijven. En de toon waarop in de kritiek over deze personages wordt gesproken is niet zelden verwijtend. In het debat rond de bevolking van boeken als Nina Polaks We zullen niet te pletter slaan, Philip Huffs Boek van de doden en Daan Heerma van Voss’ De vergeting, vielen kwalificaties als steriel, individualistisch en solipsistisch. De hoofdpersonen zouden zich blindstaren op zichzelf. Hetzelfde wordt vaak ook meteen hun makers aangerekend: jonge schrijvers missen maatschappelijk engagement, een probleem waarvan hun navelstaarderige personages getuigen.

Achter deze kritiek gaat een specifieke literatuuropvatting schuil: romans moeten lezers een moralistisch maal voorschotelen. Boeken hoeven hen misschien niet de les te lezen, maar toch op zijn minst laten proeven van problemen die spelen. In de literatuur moet méér op het spel staan dan de literatuur zelf: een actueel thema, een hapje wereldproblematiek.

Op het tweede gezicht is Minnie dus geen narcist, maar toont ze zich juist bereid haar hele hebben en houden te riskeren

Die poëtica komt naar voren uit recente literatuurdiscussies, merkten Yra van Dijk en Merlijn Olnon op in de Gids. Zij ontkrachtten het verwijt dat de jonge literatuur niet aan de moralistische opvatting tegemoet zou komen door het narcissuscomplex van de personages te relativeren: wat in de kritiek wordt aangezien voor navelstaarderij zou juist een identiteitsonderzoek zijn in relatie tot anderen. ‘Al deze romans verkennen wat het betekent om te zijn, nee beter: te worden, in een wereld vol met anderen die met hetzelfde bezig zijn.’

Aan het begin van Niña Weijers’ De consequenties blikt hoofdpersoon Minnie Panis, succesvol kunstenares, terug op de verbroken verhouding met haar fotograafminnaar. Die minnaar schoot eerder foto’s van een naaktslapende Minnie en verkocht die ongevraagd aan Vogue. Minnie vraagt hem als tegenprestatie haar een tijdlang ongezien te volgen met zijn fotoapparatuur. Die foto’s zouden haar nieuwste kunstproject vormen dat, net als al haar eerdere projecten, de grenzen van haar eigen identiteit verkent. Zo fotografeerde ze eerder al haar afval (de expositie kopte Bestaat Minnie Panis?) en verkocht ze haar gehele huisraad (titel: Nothing Personal) om te achterhalen in hoeverre zijzelf in het beeldmateriaal dat die projecten opleverden naderhand nog herkenbaar zou zijn.

Minnies kring van intimi is, net als bij de personages uit andere jonge romans, gering. Haar projecten gaan over haar eigen persoon en navelstaarderij en individualisme lijken makkelijk te plakken etiketten. Maar Van Dijk en Olnon laten zien hoe het boek op een ander niveau juist blijk geeft van een fenomeen dat zij radicaal relationisme noemen: ‘De consequenties speelt met het besef dat we, als in een omgekeerd panopticum, voortdurend worden gezien door het ons omringende. De blikken en controle van mensen om ons heen maken deel uit van wie we zijn - misschien wel op een fundamenteler niveau dan onze niet-bestaande ‘kern’.’

Van dat radicale relationisme geven veel van Minnies overwegingen, zoals ‘Ik ben alleen een plaats waar gevoeld en gedacht wordt,’ blijk. Wanneer het gaat over Minnies pogingen zichzelf (als kunstenaar) te definiëren verwijst het boek vaak naar ‘echte’ moderne kunstenaars die bezig zijn met soortgelijks: Marina Abramović krijgt zelfs een rol in Minnies leven als Minnie onderdeel wordt van één van haar (daadwerkelijk uitgevoerde) projecten waarin toeschouwers de gelegenheid krijgen tegenover Abramović plaats te nemen aan tafel in het MoMa. Dat in dergelijke kunstprojecten wel degelijk wat op het spel wordt gezet blijkt misschien nog wel het duidelijkst uit werk van deze Abramović: zo legde zij voor een kunstproject in 1974 onder andere een pistool op tafel en bood toeschouwers de gelegenheid op haar te richten en te schieten. Kunst waarvoor de schepper niet minder dan het eigen leven waagt.

Wezenlijk is wat Minnie doet als kunstenares weinig anders: ze geeft zich volledig bloot aan haar publiek (de foto’s in Vogue), laat zich ook geheel van haar bezittingen strippen. Op het tweede gezicht is Minnie dus geen narcist, maar toont ze zich juist bereid haar hele hebben en houden te riskeren. Daarmee getuigt haar misschien-toch-niet-zo-navelstaarderige kunst van een radicale bescheidenheid: haar eigen bestaansrecht is niet wat het vooronderstelt, maar juist wat het onderzoekt.

Dat dergelijke ondernemingen riskant zijn en juist daarom (als kunst) worden gewaardeerd, blijkt uit pogingen tot zulke projecten die falen. Afgelopen februari reisde kunstenares Tinkebell, bekend van de tas die ze maakte van haar eigen kat, een meisje achterna dat haar uitgeprocedeerde vader Feda Amiri ging zoeken in Afghanistan. Tinkebell vertelde Trouw dat ze er een film, een kunstproject van wilde maken, een gegeven waarover de media veelvuldig struikelden: zo’n project zou de kwalificatie ‘kunst’ niet verdienen, hooguit die van bakvisserij. Waarschijnlijk omdat ze er te weinig voor waagde, namelijk geen haar op haar hoofd, slechts de integriteit van de familie Amiri kon worden geschaad. Uit projecten als het hare blijkt waar de grens ligt tussen kunst en exploitatie: een project kan nog zulke actuele wereldproblematiek aan de orde stellen, als de kunstenaar zich niet bereid toont tot een écht offer, blijft het borstklopperij, als kunst blijkt het waardeloos.

Een consequentie daarvan is zelfs dat dergelijke literatuur ook aan haar lezers een serieus engagement ontlokt

In haar laatste project, waarin ze zich door haar ex laat paparazziën, bekijkt Minnie in hoeverre haar bestaansrecht afhankelijk is van haar zichtbaarheid voor anderen: het omgekeerde panopticum. Die vraag lijkt misschien niet direct een maatschappelijk relevante, maar is dat evengoed: eenzelfde vraag zou men zich kunnen stellen over de recent ontstane Instagramcultuur, waarin voedsel niet meer mag smaken voordat het digitaal gedeeld is met eettafels vol volgers. De lezer krijgt de maatschappelijke betrokkenheid van de jonge literatuur misschien niet op een presenteerblaadje, maar met een beetje doorbijten vindt die deze maatschappelijke betrokkenheid juist in haar kern.

Het engagement van jonge schrijvers schuilt dus niet alleen in radicale relationisme, maar met name in de bescheidenheid waarmee ze actuele thema’s aanboren: dat gebeurt veelal en getuige De consequenties indirect via een zelfonderzoek. Een (des te betere) consequentie daarvan is zelfs dat dergelijke literatuur ook aan haar lezers een serieus engagement ontlokt: juist omdat de actualiteit er niet dik bovenop ligt, word je als lezer gedwongen je Instagramaccount voor de duur van een boek te laten voor wat het is. Wat het kost om de grote vragen uit zulke boeken te destilleren en te verteren is een portie échte toewijding.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven