Flickr / Boston Public Library

Bescheidenheid

Januari was, ondanks alle goede voornemens in het nieuwe jaar, een maand waarin we collectief worstelden met onze bescheidenheid. Van KPN tot promotielesbo’s en van Floortje Dessing tot Johnny de Mol, allemaal probeerden ze zichzelf op terughoudende wijze te feliciteren, promoten of anderszins op de borst te kloppen.

Bescheidenheid siert de mens, zo is ons met de paplepel ingegoten. De kracht ervan kan niet vaak genoeg benadrukt worden, vandaar dat we met de regelmaat van de klok worden geïnformeerd over de vele positieve werkingen van een ingetogen houding. Zo zijn bescheiden mensen niet alleen sympathieker, maar ook effectiever dan hun brutale soortgenoten. Ja, zelfs als je een buikje hebt, helpt het om hem ‘bescheiden’ te noemen. Het zorgt er namelijk voor dat je langer leeft.

Bescheidenheid is de ultieme buutvrij die tegenstanders alle wind uit de zeilen neemt; een evangelie om kritiek op overdaad en buitenissigheid voor te zijn. Maakt je ziekenhuis winst? Noem het een ‘bescheiden winst’ en er is geen socialist die ernaar kraait. Speel je in een film waarin inhaligheid wordt verheerlijkt? Zeg dat je het voor een ‘zeer bescheiden salaris’ deed en er is geen recensent die je nog een kritische vraag durft te stellen. Ben je het niet eens met de Nederlandse dadendrang om het op te nemen voor homorechten in Rusland? Zeg dat ‘de bescheiden lesbiënne’ er de dupe van wordt en de discussie is gesloten.

Bescheidenheid is de ultieme buutvrij die tegenstanders alle wind uit de zeilen neemt.

Een beetje bescheidenheid is altijd en overal op zijn plaats. Wordt deze les vergeten, dan zijn we er als de kippen bij om anderen op tot de orde te roepen. Zo adviseerde Het Financieele Dagblad KNP deze maand ‘meer bescheidenheid’ te tonen nadat het telecombedrijf een boete van bijna 30 miljoen euro had gekregen voor concurrentiebenadeling. En in Vrij Nederland noemde fotograaf en schrijver Hans Aarsman het ‘een ongelooflijk belangrijke eigenschap’ die tegenwoordig ‘een beetje ondergesneeuwd’ is.

Er is één persoon bij wie we de eigenschap het allerliefste zien: onszelf. Of we hopen in ieder geval dat anderen ons deze eigenschap toeschrijven. En daar zit de crux, want hoe kun je anderen van je eigen bescheidenheid overtuigen zonder onbescheiden te zijn? In de woorden van fotograaf Aarsman: ‘Het paradoxale van bescheidenheid is natuurlijk dat je er geen reclame voor kunt maken.’

De inkt van Aarsmans woorden was nog niet gedroogd, of ze werden al geïllustreerd door programmamaker Johnny de Mol. Hij schoof samen met zijn moeder Willeke Alberti aan bij Humberto Tan om te vertellen over Het vergeten kind, een nummer dat ze hadden opgenomen voor het goede doel. Maar zoals De Mol zelf al opmerkte draaide het item uit op een aflevering van In de hoofdrol, waarin Tan en vooral zijn moeder hem uitgebreid complimenteerden over de warmte waarmee hij met geestelijk gehandicapte kinderen omgaat. Moeder Willeke: ‘Het is moeilijk te vertellen hoe lief hij is.’

Zoon Johnny voelde zich duidelijk ongemakkelijk bij deze lofzang en probeerde zich te redden door te benadrukken hoe gewoon hij is gebleven. ‘Die warmte stoppen we eigenlijk in alles wat we doen. Maar wij Molletjes en Alberti’s lopen daar niet graag mee te koop.’ En alsof het nog niet wonderlijk genoeg was om dit op nationale televisie te zeggen, herhaalde hij het nog maar een keer: ‘Hard werken en gaan, maar wel oog hebben voor iedereen. Maar om daar nu mee te koop te lopen, dat is natuurlijk niet chique.’

Het is natuurlijk ook moeilijk bescheiden te blijven wanneer je zo warm bent als Johnny. Of wanneer je de homorechten zo goed hebt geregeld als Nederland. Iets bijzonders doen betekent namelijk automatisch dat je over de drempel van terughoudendheid moet stappen. Immers, wanneer je je volledig wegcijfert of je te voorzichtig opstelt, dan onttrek je je juist aan de sociale situatie. En word je asociaal.

Een andere valkuil is valse bescheidenheid. Het wordt vaak gebruikt als trucje om nog een keer langs de kassa van loftuitingen te mogen lopen. Bijvoorbeeld door je als Floortje Dessing na een televisiecarrière van twintig jaar – in een interview over het succes van je eigen programma – af te vragen: ‘wie wil mij nou zien?

Na een maand worstelen met onze terughoudendheid is het misschien tijd dat er weer eens mensen opstaan die wat minder moeite hebben om zichzelf te complimenteren. Iemand als Harry Mulisch, die van zijn zelfverheerlijking een handelsmerk maakte met uitspraken als: ‘Iemand als ik kwam niet alle dagen voor, om het zacht uit te drukken.’ Of iemand als bondscoach Louis van Gaal, die in de WK-kansen van het Nederlands elftal gelooft omdat hij zelf zo steengoed is: ‘Als we mijn weg volgen maken we een goede kans; kijk maar naar mijn curriculum.’ Mensen bij wie je denkt: als ze met zoveel eigendunk iets over zichzelf zeggen, dan moeten ze haast wel meer bescheiden zijn dan dat ze zich voordoen.

‘Iemand als ik kwam niet alle dagen voor, om het zacht uit te drukken.’

Afgelopen maand diende zich een nieuwe kandidaat voor dit illustere rijtje aan. Paul de Leeuw was tafelheer bij De Wereld Draait Door en wilde graag reclame maken voor zijn nieuwe theatershow Ik ben rustig. De komiek wist echter niet precies hoe, want het mocht er natuurlijk niet te dik bovenop liggen. De kijkers zouden wel eens kunnen denken dat hij alleen aan tafel schoof om zijn eigen waar aan te prijzen.

Dus had De Leeuw een taart meegenomen voor Matthijs van Nieuwkerk. Om de taart had hij een verhaal verzonnen: hij zou elke voorstelling een taart gaan bakken om aan iemand uit het publiek te geven. Iedereen die een taart mee wilde nemen moest hem via ‘Twitter ofzo’ maar even een berichtje sturen. Hij sloot het gesprek af met: ‘Ik hoop dat in het theater iedereen voor de taart komt.’ Om vlak voor Van Nieuwkerks ‘aan tafel!’ nog snel te roepen: ‘En natuurlijk voor mezelf.’

Toen De Leeuw even later op grootste wijze zijn idee aankondigde om in Sotsji muzikaal verzet te bieden door middel van dweilorkesten (‘fantastisch!’), wisten we zeker: iemand als hij komt niet alle dagen voor, om het zacht uit te drukken.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Ger en Leontine Post,

    Wij zijn heel bescheiden en dat zeggen wij niet van onszelf. Wij komen dan ook niet erg vaak voor.

    Maar dat weet niemand. Gelukkig maar!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven