Flickr / Michael Penkov

Betekenen algoritmen het einde voor de creatieve sector?

Binnen de creatieve sector worden steeds vaker krachtige voorspellingsalgoritmen gebruikt om muziek, films, boeken en gebruiksvoorwerpen te toetsen op mogelijk succes. Waarom zou je als creatieveling nog proberen iets origineels te verzinnen, terwijl het slechts een kwestie van tijd lijkt eer deze voorspellingsalgoritmen hun succesvolle voorspellingen om kunnen zetten in schijnbaar unieke producten?

Als de geschiedenis van technologische vooruitgang ons iets heeft geleerd, dan is het wel dat we nooit ‘nooit’ moeten zeggen. Werd het in de oudheid onmogelijk geacht om van bijziendheid af te komen, de uitvinding van de lens en bril maakte daar korte metten mee. De maan? Hoe hoog we ook konden vliegen, de maan zouden we helaas nooit kunnen bereiken; in 1969 gebeurde het toch. Het gehele menselijk genoom in kaart brengen? In 2001 was het moment daar. De technologische trein dendert maar door, in een ogenschijnlijk exponentiële vaart. En met alle gemakken van dien: nog nooit waren we zó welvarend als nu, zelfs in tijden van financiële crises. Algoritmen zijn hier in groeiende mate debet aan, in positieve én negatieve zin.

De technologische trein dendert maar door, in ogenschijnlijk exponentiële vaart.

Christopher Steiner, voormalig blogger voor Forbes Magazine en schrijver van het in 2012 gepubliceerde boek Automate This (How Algorithms Came To Rule Our World), beschrijft de toenemende invloed van deze applicaties in vrijwel alle facetten van onze maatschappij en illustreert dit aan de hand van een keur aan algoritmen die reeds worden toegepast. Een helder voorbeeld is de door algoritmen gestuurde aandelenhandel op Wall Street, een tot norm verheven praktijk die in 2008 aan de basis lag van de financiële crisis. De vraag of deze ontwikkelingen wenselijk zijn, hangt af van in hoeverre wij onze morele standaarden willen ophangen aan ogenschijnlijk objectieve software: computers kunnen rationeel gezien de meest logische keuzes maken, maar dit blijken (in ethische zin) lang niet altijd de beste te zijn.

In het licht van de hoge mate van automatisering en standaardisering van hedendaagse ontwerpprocessen mogen we de ontwikkeling van creatieve algoritmen echter toejuichen. Wordt vormgeving (zij het grafisch, auditief of industrieel) steeds meer een geautomatiseerd proces en zo ja, wat zijn de gevolgen hiervan voor de ontwerper? Het is een vraagstuk waar ik als opgeleid industrieel ontwerper en filosofie-adept vaak over nadenk.

Genetische algoritmen worden bij industriële vormgeving voornamelijk nog ingezet voor productsimulaties en –optimalisatie, alsook in de biomimiek. Maar er zijn al tekenen te bespeuren van algoritmen als ‘autonome ontwerpers’. Maurice van Leeuwen, student Industrieel Ontwerpen aan de Universiteit Twente, programmeert voor zijn eindopdracht algoritmen die samen vanzelf 3D-modellen van vazen genereren. Hij legt uit: “Een genetisch algoritme past ontwerpen aan en maakt combinaties van eerder gemaakte ontwerpen. Zolang een ontwerp aan de regels voldoet, gaat het algoritme verder, en anders neemt het een ander ontwerp. Uiteindelijk is het mogelijk meer varianten te genereren dan een ontwerper of afnemer kan beoordelen. Met kunstmatige intelligentie help je dan zoeken, door ontwerpen door de computer te laten beoordelen en de voorkeuren van de afnemer in kaart te brengen." Op deze manier kan hij een uniek product laten produceren dat geheel door algoritmen ontworpen is: de afnemer hoeft alleen de vaas te selecteren die hij of zij het mooist vindt om die te laten 3D-printen, wat ‘rapid prototyping’ heet. Ook in andere disciplines binnen de creatieve sector wordt al jaren met dit genereerprincipe geëxperimenteerd.

Wat betekent dit voor de creatieve innovatoren onder ons? Hoeven zij hun best niet meer te doen, omdat binnen afzienbare tijd een magnum opus binnen luttele seconden gefabriceerd kan worden? Hitsingles die in een minuutje in elkaar zijn geflanst? Kortweg, succes in een handomdraai? Nee, want we gaan hier aan een belangrijk punt voorbij. De grote ‘maar’ bij algoritmen zit hem namelijk in één aspect: ze bestaan bij de gratie van input. Zonder ingevoerde data zijn algoritmen onbruikbaar. Dat betekent dat algoritmen altijd op basis van het verleden de toekomst zullen voorspellen. En daar zit de crux: menselijke creativiteit is nergens aan gebonden en derhalve grillig en … tja, onvoorspelbaar. Hoe nauwkeurig algoritmen de realiteit ook zullen simuleren, de obscure en zo nu en dan merkwaardige kwinkslagen van het menselijk verbeeldingsvermogen zijn gewoonweg niet na te bootsen. Daar waren grote filosofen als Plato, Spinoza, Nietzsche en ook Bergson het wel over eens: inspiratie of intuïtie onttrekt zich aan de rede, het wordt toegeschreven aan iets buiten onszelf.

Valt menselijke creativiteit überhaupt in een machine te vatten?

Valt menselijke creativiteit überhaupt in een machine te vatten? De Amerikaanse psychologe Margaret A. Boden houdt er in haar boek The Creative Mind: Myths and Mechanisms (1990) een visie aan over die haaks op deze ietwat romantische zienswijze staat. Zij stelt dat elk creatief idee moet worden verstaan in relatie met wat er voorafging aan het idee, en dus niet zomaar uit de lucht komt vallen. Ze noemt dat het creëren van een nieuwe ‘conceptuele ruimte’: door nieuwe gebieden te verkennen en eigen denkregels los te laten kun je tot nieuwe inzichten komen. Zo heeft volgens haar het pointillisme  kunnen ontstaan via de vlekkerige schilderstijl van het impressionisme. Ineens is daar de link met het verleden en zodoende de mogelijkheid voor algoritmen om als ‘creatief’ te worden beschouwd. Algoritmen transformeren ingevoerde waarden via hun code tot nieuwe (digitale) creaties c.q. ideeën, zonder dat er tussentijds een mens aan te pas komt. Je zou zo bekeken zelfs kunnen beweren dat ze ‘authentiek’ zijn, omdat de uitkomsten steeds van elkaar verschillen en dus uniek zijn. En toch schuurt het, roept de industrieel ontwerper in mij.

Wellicht is het een vorm van zelfoverschatting of overwaardering voor menselijk vernuft dat dit gevoel teweegbrengt. Het is onwaarschijnlijk dat creatieve ondernemers werkelijk tegen een digitale bierkaai moeten vechten: er zal altijd een markt blijven voor ‘menselijke’ producten. Bovendien, algoritmen zelf zijn tenslotte door mensen geprogrammeerd. Het zal pas echt interessant worden wanneer algoritmen compleet zelflerend zijn; techniek niet alleen als verlengstuk van ons lichaam, maar op eigen benen.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven