Flickr / Rene Passet

Bezwaren Mars der Beschaving staan nog fier overeind

Arno Rutte, VVD-Kamerlid, zou graag zien dat mensen ‘met de pet in de hand’ excuses komen aanbieden. Hij vraagt excuses voor protesten, die een aantal jaar geleden fel oplaaiden in reactie op aangekondigde verregaande bezuinigingen op een culturele sector die deze niet aan zag komen; niet in deze mate. Tegen deze maatregelen verzamelde men zich op het Leidseplein onder de roep ‘Nederland schreeuwt om cultuur’ en liep van Rotterdam naar Den Haag in de Mars der Beschaving. Om deze bezuinigingen stond het internet bol van verontwaardigde en bezorgde reacties, met name gericht tegen de toenmalige staatssecretaris van OCW, Halbe Zijlstra. En nu moeten de demonstranten zich verontschuldigen. Uit het vorige week gepubliceerde rapport Cultuur in Beeld, concludeerden VVD-Kamerleden namelijk dat het heel goed gaat met de culturele sector. Los van de vraag of dit waar is, los van de vraag of dit nu al gezegd kan worden (zie bijvoorbeeld de reactie van de NOPK, of zelfs de nuanceringen vanuit het ministerie van OCW zelf), wordt daarmee voorbijgegaan aan een bezwaar dat nog steeds fier overeind staat.

Dat het Metropole Orkest nog bestaat is in elk geval niet te danken aan de plannen waartegen destijds is geprotesteerd

Laat het volgende duidelijk zijn, als het beleid ertoe heeft geleid dat sommige mensen hun zaken beter op orde hebben gebracht doordat ze nog eens goed hebben gekeken, dan is dat natuurlijk geen probleem. Maar dat is niet bepaald het hele verhaal. De protesten waren namelijk – naast de minachting die uit de communicatie bleek – vooral gericht tegen het met de botte bijl inhakken op onderdelen van de sector die daar niet tegen bestand waren. Het ministerie stelt in het rapport expliciet dat het gesubsidieerde aanbod nu beter aansluit op de vraag van het publiek. Dat komt er in het kort op neer dat je geld krijgt als je al wat geld hebt. Daarmee wil ik niet zeggen dat met een basaal inkomen, bijvoorbeeld uit kaartverkoop bij musici, meteen alle subsidiëring overbodige luxe is. Maar om niet te vervallen in een eentonig aanbod zou het juist als een verworvenheid moeten worden gezien dat de overheid geld overhad voor personen en initiatieven waarvoor niet automatisch geld is. Zo kregen zij de kans om tot iets geweldigs uit te groeien, of te mislukken. Het verliezen van die verworvenheid is iets om tegen te vechten.

Het is opvallend dat bij deze bezuinigingen en subsidiëringsbesluiten hetzelfde argument naar voren komt dat op een andere manier in stelling werd gebracht bij de dreigende hervormingen aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de UvA (of in het gelijksoortige beleid aan de zusterfaculteit van de VU: ‘Bigger is better’). Ook als de vorming van bredere in plaats van gespecialiseerde opleidingen niet gezien moet worden als eenvoudig een bezuinigingsmaatregel, berust deze in elk geval ten dele op een misvatting: dat het onderwijs gediend is van een indeling die precies is zoals ‘de student’ die wil. Het ligt misschien in de aard van de moderne student dat er meer rondlopen die niet precies weten wat ze willen, die niet onmiddellijk zitten te wachten op verdieping in een specialisatie (als we iets als ‘Portugees’ al een specialisatie moeten noemen, en niet gewoon een vak, dat er moet zijn). Maar deze besluiteloosheid in beton gieten leidt er in het meest extreme geval toe dat deze specialisatie er uiteindelijk ook niet meer is voor diegenen die haar wel zoeken. Dat is een ramp. De schade die het verdwijnen van kleine vakken oplevert is even onherstelbaar als het verdwijnen van marginale kunstvormen. Bovendien laat kwaliteit zich niet meten in het aantal mensen dat een opleiding volgt, of een kunstzinnig initiatief bezoekt.

Bestuurders zouden juist die zaken moeten beschermen waarvan het niet evident is dat iedereen erop zit te wachten

Jet Bussemaker, de huidige minister van OCW, kondigde onlangs aan Nederlandse burgers mee te willen laten beslissen over de vraag welke onderzoeksprojecten de meeste aandacht moeten krijgen. De resultaten van de enquête die NRC  Handelsblad dienaangaande hield, liegen er niet om: veel van de afgelopen zaterdag gepubliceerde reacties waren ronduit oppervlakkig, en de Geesteswetenschappen werden niet genoemd, hoewel één voorstel zweemde naar ethiek. Zou deze lijn worden doorgetrokken, dan zou dit betekenen dat onderzoeksgebieden verdwijnen die we onmogelijk weer zomaar tevoorschijn kunnen trekken als er wel weer een directe noodzaak voor is, of als we de waarde weer erkennen. Bestuurders, en zeker de overheid, zouden de verantwoordelijkheid moeten nemen juist die zaken te beschermen waarvan het niet evident is dat iedereen erop zit te wachten, of dat ze zichzelf uitbetalen.

Naast deze kwalijke gedachtegang over diversiteit in kunst en onderwijs, is er bij de vraag om excuses nog een wonderbaarlijke redenering in omloop. Het (nogmaals, betwistbare) feit dat het goed gaat met de Nederlandse culturele sector wordt gebruikt als argument dat de woede destijds ongegrond was. Maar dat het Metropole Orkest nog bestaat is in elk geval niet te danken aan de plannen waartegen destijds is geprotesteerd, maar eerder aan de protesten en de daarop volgende initiatieven zelf, waarna de overheid alsnog besloot in elk geval tot 2017 te investeren. Om dit orkest te behouden moest er dus inderdaad teruggekomen worden op de plannen, zoals de actievoerders eisten. Zelfs als de cultuursector sterker of beter uit de storm is gekomen, dan is het alsnog weinig fraai om excuses te vragen van mensen die boos waren omdat ze zagen hoe zonder enige consideratie met een enkele pennenstreek het Muziekcentrum van de Omroep om zeep werd geholpen. De Muziekbibliotheek, een unieke – op sommige terreinen de enige uitputtende – collectie bladmuziek, kwam er nog minder goed vanaf en moest in augustus 2013 haar deuren sluiten.

We weten niet hoe het met de cultuursector en de invloed van de bezuinigingen gaat aflopen. Maar als het inderdaad mee blijkt te vallen, dan is dat niet te danken aan de bezuinigingen; eerder nog aan wat de protesten hebben losgemaakt. Excuses van de sector aan de overheid zijn dus wel het laatste wat er moet gebeuren.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Ik hou erg veel van literatuur, van beeldende kunst en muziek, maar ik vind dat de subsidie op kunst voor een groot deel moet verdwijnen of plaats moet maken voor een systeem waarin een groot deel van hen die met weinig moeten rondkomen (ook ik als student zal daar onder vallen) erg weinig betalen en anderen meer. Dit is natuurlijk deels een verschuiving van hetzelfde systeem, maar zorgt ervoor dat alleen mensen die het echt belangrijk vinden betalen. Bij het neerzetten van lantaarnpalen in Bedum werkt dit natuurlijk niet: 99 procent van Nederland zou er best mee kunnen leven als die er niet staan, maar ik maak het gevoelsmatige (!) argument dat een overheid verantwoordelijk is voor de veiligheid en het welzijn van haar burgers (of burgers voor elkaar, via de overheid) maar niet voor (elitaire of ''experimentele'') kunst. De politieke relevantie van kunst wordt zwaar overschat, en relevantie vind je al helemaal niet in het concertgebouw of in het Rijksmuseum (of in ieder geval niet efficiënt, en dat woord mag je best gebruiken als het gaat om belastingeld). Ik vind dat cultuur om de cultuur nergens op slaat: als het Rijksmuseum zorgt voor toerisme en helpt bij het onderwijs, fijn, geef een (kleine) subsidie, maar als je er pragmatisch niks aan hebt, moet je kunst niet subsidiëren. Ik snap niet hoe je dat kunt maken tegenover mensen die nu in armoede leven in Nederland, universiteiten die worden leeggeroofd en de zorg wordt vernietigd. Ik voel de hypocrisie in mijn argument: ik heb een irrationele voorkeur voor onderwijs, waarschijnlijk omdat ik er zelf van geniet, maar ook omdat ik dat pragmatisch gezien een veel betere manier vind om jongeren wat bij te brengen over hoe met elkaar te leven. Ik ben niet tegen een vorming van mensen als meer dan alleen profijtsmachine's, maar kunst draagt daar wat mij betreft niet aan mij en de ''burden of proof'' ligt ook duidelijk niet bij mij maar bij de mensen die pleiten vóór subsidies. Vage termen als (niet dat de auteur ze gebruikt) als ''menselijkheid'', ''universele schoonheid'' of ''prikkelende kunst'' zijn niet genoeg. Als iemand wel een goed argument heeft, hoor ik het graag, ik sta er ook voor open want ik wil ook echt graag dat dat wat ik belangrijk vind, voor iedereen belangrijk is.

  • Beste Justine,
    Hetgeen jij voorstelt is een prachtig systeem, maar helaas een utopie. Er zouden misschien heel wat problemen in de wereld verholpen kunnen worden door de nouveau riche en personen met een behoorlijk inkomen hoger te belasten. Gedeeltelijk is dit al werkelijkheid, maar uit weerstand hierop blijkt dat er nergens animo is om in het belastingstelsel nog grotere verschillen aan te brengen. Verschil leidt hoe dan ook tot een gesegregeerde samenleving. De gevolgen zullen boekdelen spreken, waarbij Nederland een exodus van lucratieve ondernemers en grootverdieners naar het buitenland aan den lijve  zal ondervinden. Onze buurlanden zullen zich verkneukelen over zo’n domme zet. Nederland sprak voor iedere Europeaan tot de verbeelding aan het eind van de jaren negentig met zijn poldermodel. Na de oliecrisis werden we de eerste helft van de jaren tachtig nog de “Dutch disease”genoemd, maar slechts enkele jaren later sprak men van het “miracle Hollandais”. Allerlei culturele instanties werden flink gesubsidieerd en de interesse van buitenaf kon niet op. Toen het kapitalisme weer eens zijn gebreken liet zien eind 2008, was het evident dat het niet langer zo kon: subsidies werden in korte tijd geheel afgeschaft en door de instabiele politiek sprong men van de hak op de tak in beleidsvorming voor cultuur. Dit leidde tot een grote onzekerheid bij zowel de investeerders als de afnemers en veroorzaakte een totale chaos bij de meeste culturele instanties zelf. Nu is het te laat en het sombere toekomstperspectief biedt op dit moment al helemaal geen soelaas.
                    Hoe kan het dan dat de cultuur in Groot-Brittannië wel ‘bloeit’, waar Westminster instellingen geen enkele penny voorschiet, als de rendabiliteit minder is dan 50%? Een simpele verklaring: het prijskaartje. Waar muziekscholen in Nederland tot voor kort goedkoop waren en dus voor iedereen toegankelijk, is de contributie in het V.K. torenhoog. Alleen voorbehouden aan de “upper class”. Hetzelfde geldt voor andere culturele instanties aldaar: de kleinste kasteeltjes moeten wel een enorme entreeprijs heffen, om de kosten te dekken. In ruraal Frankrijk is het al helemaal een verschrikking, omdat daar zowel enig interesse als zakelijk inzicht lijkt zijn vergeten en de prachtigste landhuizen worden verloederd.
                    De relevantie van cultuur is een heikel punt. Dat zorg, primair onderwijs en andere onontbeerlijke zaken voor de samenleving belangrijker zijn, moge duidelijk zijn. Cultuur is relevant in allerlei opzichten, maar wordt helaas vaak onderschat. Op dit moment gaan muziekscholen te gronde, professionele orkesten en koren worden ontmanteld, conservatoria moeten fuseren. De kaalslag die de Geesteswetenschappen hopelijk niet hoeven mee te maken, heeft zich allang voltrokken in de kunstwereld. Alleen de meeste musea zullen zich de komende jaren weten te redden door de babyboomgeneratie in combinatie met Museumjaarkaart. De culturele instanties die het van de jongeren moeten hebben, zijn echter op sterven na dood. Door een politieke dolksteek zonder overgangsregeling of enig alternatief zijn ze aan de goden overgeleverd. Zo wordt ook hier de muziekschool een tijdverdrijf voor de elite. Slechts in de grote steden zal er genoeg geld in het laatje komen, op het platteland keert de dure privédocent terug.

                    Hoe is dit beleid te rechtvaardigen, welk aanzet tot segregatie van de samenleving? Niet dat het zo’n vaart zal lopen, maar ook Nederland treedt uiteindelijk op die manier in de voetsporen van de V.S.: de participatiesamenleving is al een feit. De lange weg bergafwaarts lonkt. Jarenlang was Nederland het toonbeeld van gelijkheid en relatief geringe verschillen in inkomsten. Nu dat evenwicht door de crisis zodanig is verstoord, stimuleert de overheid juist de segregatie. Niet alleen de cultuur wordt gesnoeid, ook de studiefinanciering moet het doen met minder Pokon. Dan zwijg ik nog over de dramatische ontwikkelingen in het zorgstelsel. Door te participeren à l'Américaine solliciteren wij naar culturele armoe en klassenverschil. Een heerlijk vooruitzicht….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven