Wikipedia Commons

Bindend stemadvies: stem blanco

Het referendum wordt vaak voorgesteld als het toppunt van democratie: niets mooiers dan de wil van het volk die ontroerend eenduidig uit de stembussen komt rollen! Vorige week heb ik laten zien dat die voorstelling nogal tegenvalt - het referendum is eerder een vorm van machtsmisbruik. Ook stelde ik al dat een referendum een middel is dat zijn doel niet bereikt. Het doel moet naar mijn mening een representatie zijn van het oordeel van het volk. Echter, wanneer er aan het volk een dilemma wordt voorgelegd (appels of peren, ja of nee), zal er nooit een goede representatie kunnen ontstaan; men raakt verstrikt in paradoxen. Ik zal hieronder twee varianten van één probleem bespreken waarin dit duidelijk naar voren komt.

De meest bekende stemparadox is die van de vergeten verlichtingsfilosoof Markies de Condorcet. Hij liet haarfijn zien dat keuzes nooit zo simpel zijn als ze lijken. Condorcet bedacht een paradox die de problemen van een collectieve beslissing voor een groot gedeelte blootlegde. Laten we de theorie van Condorcet uitwerken met een voorbeeld waarbij drie mensen – voor het gemak Marco, Ruud en Frank – die een keuze moeten maken uit drie opties (maakt niet uit wat). Marco waardeert keuze A met 10, B met 5, C met 0. Zo waardeert Ruudkeuze B met 10, C met 5 en A met 0. Uiteindelijk waardeert Frank keuze C met 10, A met 5 en C met 0. De conclusie is als volgt: gezamenlijk geven zij nergens voorkeur aan, want iedere keuzemogelijkheid krijgt in totaal 15 punten. Hoewel Marco en Ruud er samen met gemak uit zouden komen en Ruud en Frank en Frank en Marco ook, is het voor hun drieën onmogelijk om tot een duidelijke keuze te komen. Dit is een groot probleem wanneer men deze drie personen tot één oordeel wil laten komen. Sterker nog, het laat zien dat het überhaupt niet mogelijk is om over één gezamenlijk oordeel te spreken.

Het referendum wordt vaak voorgesteld als het toppunt van democratie: niets mooiers dan de wil van het volk die ontroerend eenduidig uit de stembussen komt rollen!

Het lijkt er misschien op dat dit probleem niets te maken heeft met een referendum. Bij een referendum heeft men immers slechts twee opties en zal dit probleem daarom niet ontstaan. Een referendum is tenslotte een kwestie van ‘a simple yes or no’. Om te laten zien dat het probleem van Condorcet van groot belang is, maak ik het voorbeeld daarom iets ingewikkelder.

Marco, Ruud en Frank krijgen de eenvoudige keuze: ‘voor of tegen Europa als federale unie’. Zij besluiten vervolgens om in hun keuze zich door drie criteria te laten leiden: gaat de federale unie (1) ons geld opleveren, gaat die (2) voor veiligheid zorgen en gaat die (3) meer solidariteit brengen. Stel nu het volgende scenario voor: Marco denkt dat de federale unie zowel meer geld als meer veiligheid oplevert, maar hij stemt toch tegen, omdat hij solidariteit belangrijker acht en niet gelooft dat Europa die gaat brengen. Ruud meent dat de federale unie zowel meer veiligheid als meer solidariteit oplevert, maar hij is toch tegen het voorstel, omdat hij geld het belangrijkste vindt en hij niet denkt dat de federale unie daar voor gaat zorgen. Frankdenkt dat de federale unie meer geld en meer solidariteit brengt, maar is tegen het voorstel, want hij vindt veiligheid het belangrijkste en gelooft niet dat de federale unie daar voor zorgt. Gezamenlijk zijn Marco, Ruud en Frank dus tegen de federale unie, maar als we kijken naar hun overwegingen blijkt de zaak anders te liggen.Zij zijn het eens dat de federale unie zowel meer veiligheid, geld als solidariteit oplevert (met twee derde meerderheid), maar toch zijn ze alle drie tegen het voorstel. Dit probleem laat iets heel belangrijks zien: het uiteindelijke oordeel van een groep mensen is nooit volledig te herleiden tot een simpel ‘yes or no’ – dit is absoluut onmogelijk.

Het feit dat een referendum een momentopname is maakt het nog extra problematisch om te beoordelen wat voor status de uitkomst zou moeten hebben. Stel, er wordt toch een bindend referendum uitgeschreven (voor een raadgevend referendum geldt hetzelfde). Hoe bindend zou zo’n referendum dan eigenlijk zijn? Wat als een grote meerderheid instemt met de hervormingen en Europa blijkt toch (binnen, pak hem beet, twee jaar) het onderdrukkende autoritaire technocratische regime te worden, waar de critici voor vrezen. Kunnen we dan nog terug? Kan de uitkomst worden herroepen en wie heeft in dat geval de positie dat te herroepen? Wat als iedereen tegenstemt en Nederland koerst direct af op bankroet? Kunnen we het oordeel dan ook nog tussentijds bijstellen? Of roepen we dan weer een nieuw referendum uit? In zo’n geval zou ik het belangrijk vinden dat we van tevoren afspreken onder welke voorwaarden we een volgend referendum uitschrijven, of moeten we over die mogelijkheid al stemmen tijdens het eerste referendum?

In een democratie moet het oordeel van de burgers regeren; niet de keuze uit twee geconstrueerde alternatieven.

In een democratie moet het oordeel van de burgers regeren; niet de keuze uit twee geconstrueerde alternatieven. Naar mijn mening werkt onze democratie zonder referenda zo goed juist omdat de keuze nooit uit ja of nee bestaat. Daarentegen stemt men in Nederland op personen of partijen die het gehele oordeel van het volk dienen te representeren. Deze vertegenwoordigers staan voor een lange termijn visie – niet voor een momentopname. Het zou verder hoogst merkwaardig zijn wanneer kiezers de overwegingen over de plaats van Nederland binnen de EU niet meenamen tijdens parlementsverkiezingen – er is immers geen kwestie die meer over de toekomst van het Koninkrijk der Nederlanden gaat dan deze. Dit zou zijn alsof je bij de aanschaf van een auto niet kijkt of die wel kan rijden. Als voor alle Nederlanders uittreding uit de EU belangrijk was voor de toekomst van Nederland dan had de PVV een eclatante overwinning moeten boeken.

Als het dan toch aankomt op een referendum is voor iedereen die zijn eigen oordeelsvermogen serieus neemt de blanco stem de enige juiste keuze – tenzij je natuurlijk de bedenker van het referendum bent.

Gerelateerde artikelen
Reacties
3 Reacties
  • Op het eerste gezicht wordt in dit tweede deel weer niet duidelijk hoe jouw "stemparadox" door parlementaire methoden opgelost wordt. Want stel dat Marco, Ruud en Frank niet gewone burgers maar Tweede Kamerleden zijn die moeten stemmen over een wetsvoorstel van de PVV over onmiddellijke uittreding uit de EU; in dit geval lijkt exact hetzelfde verschil zich voor te doen als in jouw voorbeeld.

    In dit stukje geef je echter (het begin van) een mogelijke oplossing; je zegt namelijk dat Frank het Kamerlid "staa[t] voor een lange termijn visie", in tegenstelling tot gewone burger Frank. Je werkt dit punt niet verder uit, maar het is niet moeilijk voor te stellen waar je op doelt; Kamerleden zijn bijvoorbeeld beter geïnformeerd over de mogelijk desastreuze consequenties van een uittreding, dus zullen meer terughoudend handelen. De gewone burger heeft deze informatie niet en is daardoor eerder geneigd voor uittreding te stemmen. De gewone burger is dus bij dit soort belangrijke vraagstukken minder te vertrouwen dan zijn vertegenwoordiger in het parlement; jammer alleen dat dit nu precies de positie is die je zei te willen vermijden.

  • "exact hetzelfde verschil" moet zijn "exact hetzelfde probleem", sorry.

  • "Bij een referendum heeft men immers slechts twee opties en zal dit probleem daarom niet ontstaan. Een referendum is tenslotte een kwestie van ‘a simple yes or no’." Dit is een misvatting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven