Boze burgers en democratische legitimiteit

De Nederlandse burger is boos, zo schrijft Maarten Kalkwiek in zijn bijdrage van 10 november 2015. De Nederlandse burger is boos over de wijze waarop wetten en regelgeving tot stand komen en heeft het gevoel dat er niet naar hem wordt geluisterd. De burger is boos over de achterkamertjespolitiek die overheden bedrijven waardoor hijzelf buiten spel komt te staan. Politici en instituties weigeren naar  hem luisteren. Daarom moet er goed worden nagedacht over de wijze waarop beleid in Nederland wordt gelegitimeerd. En dat wel op democratische wijze.

Volgens Kalkwiek kan een referendum aan deze wens tot democratische legitimatie tegemoetkomen en daarmee de boze burger tevreden stellen. Zelf denk ik dat een referendum hierin nog tekort schiet en dat de oplossing voor het gebrek aan democratische legitimiteit ligt in meer deliberatieve vormen van democratie.

Een referendum schiet te kort als we meer democratische legitimiteit willen

Kalkwiek snijdt een belangrijk en problematisch onderwerp aan: wat te doen met schijnbaar wijdverspreide gevoelens van onvrede over onze politici en politieke instituties? Hij is daarin niet de enige: honderden meters aan literatuur over het disfunctioneren van onze westerse democratie zijn al verschenen. De resultaten? Sommige auteurs wijzen erop dat burgers niet meer stemmen tijdens verkiezingen. Anderen zeggen dat we last hebben van een ‘democratisch vermoeidheidssyndroom’ (Van Reybrouck), een ‘dramademocratie’ (Elchardus) of een ‘diplomademocratie’ (Bovens & Wille). Ook zou ons politiek systeem zijn beland in een door massamedia geregeerde ‘toeschouwersdemocratie’ (De Beus). Zonder hier in details te treden maken deze verschillende reflecties op onze moderne democratie duidelijk dat er iets mis is met de wijze waarop ons democratisch stelsel functioneert. Kalkwiek slaat in deze context de spijker op zijn kop door te schrijven dat er inderdaad sprake is van een gebrek aan democratische legitimatie van de besluiten die in de hoge Haagse torens worden genomen. Het organiseren van een referendum waarin burgers stemmen zal naar mijn idee echter niet het democratische gehalte van deze besluiten verhogen. Een dergelijk aggregatieve methode van democratische legitimering waarin de burger stemt en waarin geen plaats is voor een discussie, delft het onderspit tegen een meer op deliberatie toegespitste wijze van legitimering waarin de discussie centraal staat.

Jürgen Habermas is een voorstander van een dergelijke deliberatief model. In tegenstelling tot het aggregatieve model worden in zijn theorie collectieve besluiten gelegitimeerd door burgers daar onderling over te laten discussiëren. Volgens Habermas zijn besluiten enkel legitiem wanneer ze het resultaat zijn van een rationele discussie waaraan alle mogelijk betrokken burgers hebben bijgedragen. Een dergelijk proces van besluitvorming heeft voordelen ten opzichte van methoden waarin de nadruk niet ligt op het belang van een rationele discussie tussen betrokkenen.

Besluiten zijn legitiem als ze het resultaat zijn van rationele discussie tussen alle betrokkenen

In de eerste plaats kunnen burgers in een rationele discussie direct kritiek op elkaars argumentatie leveren, wat ertoe leidt dat minder overtuigende redenen uit het debat worden gefilterd, wat de kwaliteit van dat debat weer ten goede komt. In de tweede plaats dwingt een kritische face-to-face discussie met anderen je om je mening goed te onderbouwen wat wederom de kwaliteit van het proces verhoogt. Tot slot, door zo veel mogelijk betrokkenen op een zo eerlijke en gelijkwaardige wijze mee te laten praten over het te nemen besluit, waarborg je in de ideale situatie ook de autonomie van de betrokken deelnemers. Volgens Habermas miskent een democratisch model waarin enkel het stemmen centraal staat daarom de capaciteiten van burgers om bij te dragen aan beleidsvorming. Samengevat presenteert hij met zijn ‘discourstheorie’ een model waarin de actieve delibererende burger de politieke instituties zelf vorm geeft en deze legitimeert in een collectieve discussie. Daarnaast leveren deze burgers ook ‘input’ voor hun instituties in de vorm van voor de samenleving relevante problemen. Met andere woorden functioneert de publieke discussie als een filter voor problemen die voor beleidsmakers een aanleiding kunnen zijn beleid (de ‘output’) te maken.

Habermas’ deliberatieve model is een idee dat kan worden gebruikt om democratische procedures vorm te geven. Door het hoge abstractieniveau ervan is het echter niet altijd even duidelijk hoe het dient te worden toegepast in de praktijk. Ook is Habermas vaak aangevallen op zijn optimisme over de mogelijkheden van burgers om een consensus te bereiken in een discussie. Ondanks deze bezwaren wordt er enorm veel onderzoek gedaan naar de implementatie van deliberatieve theorieën in de praktijk. En wat blijkt: Habermas’ theorie is zo gek nog niet. Burgers blijken daadwerkelijk in staat te zijn ‘op niveau’ met elkaar te discussiëren en ook overeenstemmingen te vinden over lastige onderwerpen.

Wat blijkt: Habermas' theorie is zo gek nog niet

Ook in Nederland wordt er veelvuldig onderzoek naar de implementatie van ‘deliberatieve democratie’ gedaan. Een interessant voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van ‘G1000’s’ in vele Nederlandse steden. De G1000’s zijn burgeroverleggen waarin willekeurig gekozen inwoners van de desbetreffende stad op een zo eerlijk en respectvol mogelijke manier voor een dag met elkaar in gesprek gaan over onderwerpen die ze zelf aandragen. De deelnemers discussiëren bijvoorbeeld over de groenvoorzieningen in hun stad, de mogelijkheid een basisinkomen in te voeren of het plaatsen van een fontein op de markt. Deze overleggen kunnen daarom worden gezien als praktische toepassingen van het ideaal van deliberatieve democratie. Geïnspireerd door de Belgische G1000 in 2011, verspreidden zich vergelijkbare burgeroverleggen in steden als Amersfoort, Amsterdam, Uden en Groningen.

Ondanks verscheidene kinderziekten die de G1000’s nog plagen, vertellen ze ons wel iets over de wijze waarop burgers betrokken willen worden bij hun stad en land. Naast het organiseren van een referendum om via die weg de meningen van de burgers te peilen, is het ook verstandig met deze burgers zelf in gesprek te gaan. Door burgers met elkaar te laten praten en ze na te laten denken over maatschappelijke problemen, kan een hogere mate van democratische legitimiteit worden bereikt dan enkel met het invullen van een enquête op het internet. Tot slot dragen deze deliberatieve discussies ook bij aan de vorming en versteviging van een gezond gemeenschapsgevoel, iets wat zoals Kalkwiek terecht opmerkt, tegenwoordig geen overbodige luxe is.

 

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • mooi probleem beschreven, techniek heeft de oplossing. de eerste 100 % direct democratische app. free4all , gekozen& voorgedragen bestuurders en kamervragen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven