Flickr / Neil Hester / Mausoleum of Khomeini

Burgerschap als startpunt van integratie

In De Volkskrant van 18 november 2014 wordt aan de hand van het verhaal van Linda en Vahid Roshani het functioneren van het huidige inburgeringsbeleid van Nederland geschetst. Na het betalen van 350 euro en het beantwoorden van een lijst met ‘intieme’ vragen stuitte Vashid Roshani – Iraniër – op de volgende bureaucratische hindernis: niet functionerende ICT-systemen die nodig zijn om het inburgeringsexamen af te kunnen leggen. Het examen kan vanaf 1 november namelijk enkel door middel van een speciale internetverbinding worden gemaakt in een Nederlandse diplomatieke post in het land van herkomst. Slagen voor het examen is nodig om een verblijfsvergunning te verkrijgen.

Drie maanden en vele telefoongesprekken later heeft Vahid het examen nog niet kunnen afleggen en is het nog onduidelijk wanneer hij tijdelijk in Nederland mag komen wonen, laat staan wanneer hij zich Nederlands burger mag gaan noemen. Ik zal laten zien dat er goede redenen zijn om burgerschap niet te zien als - zoals bij Vahid het geval is - het eindresultaat van een goed doorlopen integratieproces, maar om in plaats daarvan burgerschap te zien als startpunt van een meerzijdig (‘two-way’) proces van integratie in de verschillende sferen die een samenleving rijk is.

Tamar de Waal schreef al eerder op deFusie over de Wet Inburgering Buitenland die sinds 2006 in Nederland van kracht is. In deze wet is vastgelegd dat niet-Westerse immigranten een inburgeringsexamen moeten afleggen nog voordat zij een voet op Nederlandse bodem hebben gezet.

Vanaf de jaren negentig kwam de verantwoordelijkheid bij de individuele migrant te liggen

Dat is een enorme verandering ten opzichte van tien jaar geleden. Het minderhedenbeleid uit de jaren tachtig en negentig was gericht op verschillende groepen immigranten die als groep werden erkend en waarin het deel uitmaken van een groep ook werd gewaardeerd. De slogan ‘integratie met behoud van eigen identiteit’ die doorgaans aan het minderhedenbeleid wordt gekoppeld geeft het beleid goed aan.

Vanaf de jaren negentig verschoof de focus van het beleid meer en meer naar het individu. En in plaats van te benadrukken dat integratie een proces is dat een verandering behelst van minderheid én meerderheid, kwam de verantwoordelijkheid voor integreren in ‘de’ Nederlandse samenleving ook meer op de individuele migrant te liggen (‘one-way’ integratie). Het Integratiebeleid Nieuwe Stijl dat sinds 2003 van kracht is, ligt in het verlengde van deze ontwikkeling. Sindsdien is de last van integratie volledig bij de immigrant komen te liggen. Professor in het recht van de Europese Unie, Dora Kostakopoulou, merkt als probleem van deze interpretatie op dat immigranten worden gezien als ‘the defaulting party, and must now redress this by being willing and ready to integrate or by renewing their efforts to ‘earn’ permanent residency rights and citizenship’. Om burger te worden moeten immigranten met andere woorden een door de overheid geconstrueerde achterstand inhalen door aan te tonen dat zij de verblijfsvergunning waardig zijn alvorens zij het burgerschap verdienen. Hierdoor zijn immigranten afhankelijk van de welwillendheid van de desbetreffende overheid.

Een bezwaar tegen ‘integration from abroad policies’ (met de hierboven beschreven Wet Inburgering Buitenland als dé blauwdruk voor Europees integratiebeleid) is dat overheden integratie- en immigratiebeleid door elkaar halen met – in potentie­­­­­ – discriminatoire gevolgen. Tamar de Waal bracht dit bezwaar al eerder naar voren. Waar ik echter de aandacht op wil vestigen zijn de inherent aan het huidige integratiebeleid ongelijke machtsverhoudingen en de relatie ervan met democratisch burgerschap. Filosoof Helder de Schutter presenteerde enige tijd geleden op de Dag van de Politieke Filosofie te Leiden zijn oplossing voor het probleem van de ongelijkheid tussen burgers en immigranten: verplicht burgerschap voor alle inwoners van het land. De Schutter betoogde dat er maar één legale status zou moeten zijn onder inwoners van een land, namelijk de status van burger. Hij zet zich hiermee af tegen beleid waarin er sprake is van burgers en niet-burgers omdat hij de daarin aanwezige asymmetrische verdeling van rechten en plichten tussen burgers en niet-burgers moreel afkeuringswaardig vindt. Met zijn pleidooi voor verplicht burgerschap voor alle inwoners van het land gaat De Schutter dit probleem uit de weg; alle permanente inwoners worden immers burger. Niet-burgers in een land komen zo op gelijke voet te staan met de burgers van het land - met alle voordelen van burgerschap tot gevolg - maar dienen als tegenprestatie ook de bij het burgerschap behorende plichten te vervullen.

Er is domweg geen sprake van een geïntegreerde samenleving waarin iemand zou kunnen integreren

Hoewel over de precieze details lang kan worden gediscussieerd, is De Schutters voorstel een interessant startpunt voor een bespreking van de vraag die naar aanleiding van het verhaal van Roshani moet worden gesteld: How Easy Should Naturalization be? Al schijnt Nederland volgens sommigen ‘vol’ te zijn, het nadenken over een soepeler integratie- en naturalisatiebeleid is zo gek nog niet. Enerzijds komt een dergelijk beleid het probleem van de ongelijke verhouding tussen burgers en niet-burgers gedeeltelijk tegemoet. [1] Anderzijds komt het tegemoet aan sociologen als Christian Joppke en Ewa Morawska die schrijven dat het idee van een niet-geïntegreerde immigrant vanuit macrosociologisch oogpunt onmogelijk is. Er is domweg geen sprake van een geïntegreerde samenleving waarin iemand zou kunnen integreren. Een immigrant integreert in meerdere, vaak overlappende systemen waardoor de eis je aan te passen aan iets als ‘de’ Nederlandse cultuur een onmogelijke opgave is en beter als symboolpolitiek kan worden opgevat.

In een beleid waarin burgerschap als startpunt van de integratie in de verschillende sferen van de Nederlandse maatschappij wordt gezien, is tegelijkertijd minder sprake van een sterke eenzijdige verhouding tussen de overheid en de immigrant. In mindere mate hoeft de status van staatsburger te worden verdiend waardoor de immigrant formeel gezien sneller op gelijke voet staat met andere inwoners. Een dergelijk ‘two-way’-idee van integratie en naturalisatie doet daarom beter recht aan het idee van democratische gelijkwaardigheid, wat de sociaal-economische positie van deze ‘nieuwe’ burgers enkel ten goede kan komen. [2] Het zou de Nederlandse overheid daarom sieren immigranten als Roshani actiever te ondersteunen in hun pogingen het Nederlanderschap te verkrijgen en zich niet te verschuilen achter onbereikbare telefoonnummers.



[1] Gedeeltelijk omdat ik hier nog niks zeg over immigratiebeleid.

[2] Op basis van onderzoek van Ipsos Mori neem ik aan dat een positieve houding van de media over immigranten leidt tot een positieve houding van burgers tegenover immigranten wat weer een positieve uitwerking kan hebben op de sociaal-economische positie van immigranten (want: bijvoorbeeld minder discriminatie op de arbeidsmarkt). Zie: dit artikel.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Gijs van Maanen,

    Hieraan gerelateerd een uitzending van Nieuwsuur met daarin onder andere een interessante bijdrage van Nourdin El Ouali. 

    O.a. de richting van integratie, het vermeende falen van de multiculturele samenleving en de culturalisering van burgerschap komen aan bod.

    Vanaf ongeveer 27 minuten: http://www.npo.nl/nieuwsuur/02-12-2014/VPWON_1220875/POMS_NOS_703076

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven