Flickr / Gideon Tsang

Buut vrij for life

Er wordt gezegd dat Europa in een schuldencrisis verkeert: een verkeerde omgang met schulden heeft geleid tot een onhoudbare situatie waar iedereen de dupe van is; nu moeten de schuldenaars verantwoordelijk gehouden worden. Schuld en verantwoordelijkheid zijn de buzzwords in de internationale politiek, en de vraag hoe om te gaan met schuld gonst rond. Daarom is het opmerkelijk dat er zo weinig wordt teruggegrepen op de rijke traditie van christelijke theologie, waarin alle denkbare conceptuele problemen rond schuld en verantwoordelijkheid al behandeld zijn. Niet alleen levert de theologie scherpe analyses van de relevante concepten; ze stelt door haar niveau van abstractie ook in staat om bredere verbanden te zien. Waar de communis opinio lijkt te zijn dat Mediterrane luiheid een verkeerde omgang met schuld en verantwoordelijkheid veroorzaakt, terwijl wij Noord-Europeanen de punctualiteit zelf zijn, kan één voorbeeld uit de theologie de perversie van ons begrip van verantwoordelijkheid ontmaskeren. De handel in aflaten bloeit als nooit tevoren; het is tijd voor Luther.

In de vroege Middeleeuwen ontstond er in de Katholieke Kerk een praktijk waarbij de zonden van een christen deels konden worden vergeven, waardoor de tijd die zijn ziel in het vagevuur zou doorbrengen werd verkort. Je kon een gedeeltelijke kwijtschelding van zonden krijgen door bijvoorbeeld een pelgrimage te maken of liefdadigheidswerk te doen. Zo’n kwijtschelding van straf heet een aflaat.

De handel in aflaten bloeit als nooit tevoren; het is tijd voor Luther.

In de loop van de Middeleeuwen won deze praktijk aan populariteit, maar verloor hij ook zijn substantie: al snel hoefde de zondaar niet zelf goede daden te doen, maar kon hij een geestelijke betalen om ter compensatie voor hem te bidden. Je kon dus met een smak geld een deel van je tijd in het vagevuur afkopen.

In 1517 spijkerde Maarten Luther, een jonge Augustijner monnik, een reeks theologische discussiepunten over de geldigheid van de bestaande praktijk van de aflaten op een kerkdeur. Zijn kritiek op de aflaten in deze stellingen is grofweg in te delen in drie hoofdpunten: de besteding van het geld dat met aflaten werd verdiend, de macht van de paus over de zielen in het vagevuur, en de toestand van de individuele zondaar.

Ten eerste was het niet duidelijk hoeveel van het geld dat een gelovige betaalde aan zijn priester of bisschop ook besteed werd aan praktijken die zijn zieleheil zouden bevorderen – aan liefdadigheid of gebed. Ten tweede heeft de paus geen directe zeggenschap over de tijd die zondige zielen op de louteringsberg moeten doorbrengen – als het in de macht van de paus lag de straf te verminderen, zou het van ongehoorde wreedheid getuigen dat nog geen enkele paus alle lijdende zielen heeft gered. De kerk beloofde een verlossing die praktisch en theologisch gezien niet in haar macht lag. Ten derde leidt de al te makkelijke handel in vergeving tot een devaluatie van schuld en zonde: als je met een eenvoudige betaling je zonden kan afkopen, is er weinig reden meer om de zonde in eerste plaats te vermijden. Hierdoor wordt paradoxaal genoeg de wereld zondiger hoe meer zonden er vergeven worden.

Dit is de strekking van de 95 stellingen.

Hoewel Luther ze bijna 500 jaar geleden openbaar maakte, zijn ze mutatis mutandis nog steeds relevant. Moderne aflaten verlossen niet meer van zonde, maar van verantwoordelijkheid: we kopen onze verantwoordelijkheid voor een systematische exploitatie van arbeiders af door iets extra te betalen voor fairtrade hagelslag. We kopen onze verantwoordelijkheid voor de opwarming van de aarde af door een CO2-neutraal vliegticket te kopen. We kopen onze verantwoordelijkheid voor de exploitatie van de natuur af door extra te betalen voor biologische groenten – waarbij de supermarkt steeds met de slogan ‘ik ben puur en eerlijk’ suggereert dat onze zuiverheid en onschuld te koop is.

Alle drie de punten van Luthers kritiek blijven relevant. Ten eerste, waar gaat het geld heen? We betalen extra aan een reisbureau, een koffietent of een goed doel, maar weten we zeker dat de koffie wel onder acceptable arbeidsomstandigheden is geproduceerd? Dat ons geld niet in een ruim nieuw kantoorgebouw voor de administratie gaat zitten? In decadente zakenlunches? Of zelfs in de zakken van corrupte ambtenaren? Ten tweede, heeft de instantie waaraan we betalen wel de autoriteit om ons vrij te pleiten in het licht van de eeuwigheid? Heeft Starbucks bijvoorbeeld genoeg macht om de arbeidsomstandigheden op koffieplantages in Guatemala substantieel en permanent te verbeteren?

Het derde punt – de invloed van aflatenhandel op het concept van zonde – is moeilijker te begrijpen: hiervoor moeten we eerst kijken naar de specifieke structuur van de verantwoordelijkheid waar in gehandeld wordt. Als je abstraheert van alle specifieke inhoud – of het nou CO2-uitstoot, armoede of kinderarbeid betreft – blijft de volgende structuur over: er is een kwaad waaraan wij mede schuldig zijn, en we voelen de priemende blik van de rest van de wereld en van de volgende generaties in onze rug branden, daarom moeten we zo snel mogelijk onze onschuld herwinnen.

We kopen onze verantwoordelijkheid voor een systematische exploitatie van arbeiders af door iets extra te betalen voor fairtrade hagelslag.

Vrij van boete – buut vrij. Dit is de structuur van verstoppertje. We zitten allemaal verstopt voor het wakend oog van een hogere entiteit – in Luthers geval God, in ons geval de Natuur, de Economie of de Geschiedenis. Wanneer die entiteit ons heeft gezien moeten we een sprintje trekken naar de pot, en met wat hulp van onze portemonnee op tijd ‘buut vrij’ roepen. We kopen boetevrijheid bij de aflatenpot. Wanneer we eenmaal voor onze vrijheid hebben betaald, kunnen we achterover leunen, terwijl de rest van de wereld zich nog steeds krampachtig probeert te verbergen. Het beste dat we in dit spel kunnen doen, is hopen dat op den duur iedereen zijn eigen buut vrij op orde heeft, en dat de laatste persoon die betaalt voor een CO2-neutrale vlucht of een juten boodschappentas een kosmisch ‘buut vrij voor de hele pot’ tot stand brengt.

Het eerste probleem is dat verstoppertje niet specificeert wat er gebeurt met degenen die halverwege het spel buut vrij hebben gehaald. Wie niet weg is is gezien; maar wie buut vrij is, is ook gezien. Met andere woorden: je ‘ecologische voetafdruk’ uitwissen ontheft je niet van verantwoordelijkheid. Iedere mens blijft verantwoordelijk voor alle economische en ecologische misstanden. Buut vrij voor de hele pot is een collectief probleem, waarvoor geen individueel-morele oplossing te vinden is: er moet op een collectief, sociaal-politiek niveau worden nagedacht over oplossingen. De valse schijn dat ieder afzonderlijk buut vrij een verschil zou maken belemmert een constructieve aanpak op collectief niveau.

Het tweede probleem correspondeert met Luthers derde punt van kritiek: zo lang we meedoen met dit kosmisch verstoppertje blijft verstoppen de norm. Dan blijft het het doel om zelf ‘niet-gezien’ te zijn, of om uit het spel te stappen met je eigen buut vrij. Open en eerlijk accepteren van schuld en daarnaar handelen is er niet bij – laat staan dat er wordt nagedacht over manieren om het hele spel van schuld te beëindigen. Of je zit verstopt en ontkent je schuld, of je wordt gezien en koopt je schuld af. Het vermijden van schuld en nemen van verantwoordelijkheid zijn geen optie. Economische en ecologische crises ‘buut mensheid’.

Je ‘ecologische voetafdruk’ uitwissen ontheft je niet van verantwoordelijkheid.

We kunnen onszelf al te makkelijk wijs maken dat met een kleine extra bijdrage ons buut vrij veilig is gesteld, en de retoriek van degenen die handelen in vergeving suggereert al te makkelijk dat we na het kopen van hun product ontheven zijn van verantwoordelijkheid – alsof we door een stuk biologisch fruit ‘puur en eerlijk’ worden. Hoewel het zeker niet nutteloos is om fairtrade koffie te drinken of geld op giro 555 te storten – zoals het ook voor een Middeleeuwer niet nutteloos was te betalen voor liefdadigheid – is het van cruciaal belang dat de moderne tijd zich niet verliest in dit soort oppervlakkige individuele fenomenen en daarmee de sociaal-politieke verantwoordelijkheid vermijdt. We moeten beseffen dat, in tegenstelling tot wat de gangbare moraal beweert, ‘buut vrij for life’ niet bestaat.

Laat u niet verleiden tot een kosmisch verstoppertje en geloof niet in de mythe van buut vrij voor het leven. Laat u niet misleiden door de oproepen van de aflatenhandel, maar besef u dat uw medeverantwoordelijkheid voor de mensheid en de geschiedenis een taak voor het leven is, die niet van dag tot dag opgelost kan worden; en een collectieve taak, die niet in de individuele morele sfeer volbracht kan worden. Om tot slot de meester zelf aan te halen (Luthers stellingen 94 en 95): ‘De mensen moeten aangespoord worden om de verlosser in hun boete, dood en pijniging te volgen. Zo moeten ze liever door vele beproevingen de hemel binnen te treden dan te vertrouwen op de valse geruststelling van vrede.’ Koop vooral fairtrade koffie en vlieg vooral CO2-neutraal, maar onthoud: bij uw buut vrij is het spel nog niet klaar.

Gerelateerde artikelen
Reacties
6 Reacties
  • Arjan Miedema,

    Mooi stuk en zeker interessant om Luther op te voeren.

    Het kosmische aan schuld vind ik echter, geïnspireerd door het boek Schuld (Graeber), moeilijk te bevatten. Wie van ons voelt dagelijks, of slechts 1 keer per jaar, een schuld ten op zichte van onze ouders, voorouders, of de kosmos? Ik niet, maar uit dit gevoel van schuld volgt ook de medeverantwoordelijk in het stuk hierboven.

    Als het echt schuld is dat ons drijft, hoe zouden we die ooit kunnen terugbetalen? Hoe kan ik mijn ouders, die mij op de wereld hebben gezet, ooit gelijk terugbetalen. Volgens Graeber kan dat niet en is het dus ook geen schuld. Wil ik de relatie met mijn ouders trouwens wel zien als een transactie..?

    Ik geloof dus niet dat schuld of een schuldgevoel nou de grootste drijvende kracht achter moraliteit is.

     

  • Er is een fundamenteel onderscheid tussen politieke en sociale verantwoordelijkheid en individuele moraliteit. De parallel die ik leg met het christelijke begrip 'zonde' is potentieel misleidend; het gaat me hier niet om het idee van een zwarte vlek op je ziel of een persoonlijk gevoel van schaamte en tekort schieten. Als ik verantwoordelijkheid gelijkstel aan zonde bedoel ik 'zonde' zoals in de traditie van G.K. Chesterton, voor wie zonde 'a fact as practical as potatoes' is. Niet een onpeilbaar moreel gevoel, maar een praktisch tekortschieten dat objectief vaststelbaar is in de 'hemelse boekhouding'. In dit geval is de 'boekhouding' te vinden in de wetenschapsvelden van ecologie, economie etcetera: er zijn crises, er is exploitatie, er is een invloed van menselijke praktijken op ecosystemen. Dit zijn fenomenen die buiten en boven moraliteit liggen; maar de schijn dat deze fenomenen op moreel niveau volledig op te lossen vormt een obstakel voor een feitelijke oplossing.

    Daarmee roep ik wel een ander probleem op: als het niet gaat om individuele subjectieve moraliteit maar om collectieve objectieve verantwoordelijkheid, hoe kan je dan mensen motiveren om in actie te komen? Als schuld geen innerlijke strijd maar een praktische taak is, waarom zou je die praktische taak dan op je nemen? Dit is een probleem waar ik nog niet helemaal uit ben. Ik denk wel dat het, gezien de populariteit van producten met biologische en  fair trade keurmerken, niet al te naïef is om aan te nemen dat er een bereidheid is om iets te doen. Hopelijk kan ik hier aanstaande vrijdag bij deFusie live verder op in gaan.

  • Hallo Rik, het is mij onduidelijk hoe jij tot de gevolgtrekking komt dat een goede daad bij de actor tot een opvatting van 'buut vrij for life' zou leiden. En ik denk dat je een beetje voorzichtiger moet zijn met je metaforen. Wanneer jij eerst de werkelijkheid beschrijft als het spelen van verstoppertje en vervolgens het verstoppertje spelen als grootste probleem benoemt, dan laad je nogal een taak op je schouders. Ikzelf denk dat 'ieder afzonderlijk buut vrij' wel degelijk een verschil maakt. Wanneer ik mijn oude buurvrouw help, maakt dat een verschil. Voor haar en voor mij. Lijkt me waardevol. Of heeft een handeling voor jouw alleen waarde wanneer daarmee inderdaad de hele werkelijkheid tot heilstaat is getransformeerd?

  • ik lees net je reactie op een eerdere reactie.

    'praktisch tekortschieten dat objectief vaststelbaar is'

    Dat moet je toch even uitleggen.

  • Niet iedere goede daad telt als wat ik 'buut vrij' noem. Naastenliefde en empathie zijn mooi en goed en kunnen op individueel vlak een verschil maken, zeker. Ik heb het over een ander soort situatie, namelijk die waarin een handeling wordt verricht met de bedoeling om een systemische misstand op te lossen. Je oude buurvrouw helpen of een boom planten is een nobele daad. Maar de aanname dat wanneer iedereen zijn eigen buurvrouw zou helpen alle problemen met ouderenzorg opgelost zijn; of dat wanneer iedereen een boom zou planten alle klimaatproblemen zijn opgelost lijkt me weinig productief.

  • Hiermee blijft het probleem met jouw bijdrage bestaan. Want waaruit kun jij afleiden dat daden van mensen erop gericht zouden zijn om een systematische misstand geheel op te lossen ipv slechts gericht zijn op het leveren van een bijdrage aan een oplossing die misschien wel nooit helemaal tot stand gebracht kan worden? Welk criterium hanteer jij voor 'buut vrij'? Waarom gaat het niet op wanneer ik mijn buurvrouw help en wel wanneer ik een pak koffie koop?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven