Flickr / Robert Couse-Baker

Complot-gate

Dat Nixon het overheidsapparaat gebruikte om zijn politieke tegenstanders het leven zuur te maken was misschien ooit een samenzweringstheorie, maar dat is het natuurlijk al lang niet meer; het is simpelweg een samenzwering. Het is handig om dit feitje in het achterhoofd te houden bij het lezen van Freek Ronners stuk over de aanval op de Amerikaanse ambassade in Benghazi en de variëteit aan samenzweringstheorieën die daarover in Rechts Amerika de ronde doen.

Ronner begint zijn artikel door terecht op te merken dat deze theorieën zich met name richtten op de zogenaamde ‘talking points’ die de overheid gebruikte om de aanval te karakteriseren in de onmiddellijke nasleep. In deze kernpunten, waarmee de overheid haar versie van de gebeurtenissen op die dag kenbaar maakte, werd de term ‘terrorisme’ nadrukkelijk geschuwd en werd de indruk gewekt dat het een uit de hand gelopen demonstratie betrof. Nog voor de ware aard van de aanval bekend was, waren de Republikeinen al aan het strooien met complottheorieën: had de overheid opzettelijk de waarheid verhuld met de talking points? Wat Ronner echter niet vermeldt is dat er inmiddels e-mails naar buiten zijn gekomen die laten zien dat er hier van louter een theorie nauwelijks nog sprake is: op last van de woordvoerder van Hillary Clintons ministerie van Buitenlandse Zaken werd elke verwijzing naar terrorisme en Al-Qaida geschrapt omdat gevreesd werd dat dit zou kunnen worden ‘misbruikt’ door ‘zekere leden van het Congres’ om de veiligheidsmaatregelen van het ministerie te bekritiseren.

Dit is natuurlijk nauwelijks een samenzwering van Nixoniaanse omvang te noemen, maar de politieke consequenties waren er niet veel minder om. De foutieve talking points speelden namelijk een grote rol tijdens een van de presidentiële debatten, toen Romney die probeerde te gebruiken tegen Obama. Deze claimde vervolgens wel degelijk het woord ‘terrorisme’ direct na de aanval in de mond te hebben genomen, waarna de moderator van het debat dit ‘bevestigde’; het was, zoals Ronner terecht opmerkt, ‘hét knock-outmoment van het debat’. Het was ook de eerste keer in de Amerikaanse geschiedenis dat een moderator een kandidaat ter plekke had ge-fact-checked; alleen was het wel direct een kolossale misser. Obama had toen namelijk helemaal niet het woord terrorisme verbonden met de aanval. Dit zou ook bizar geweest zijn: waarom zou de overheid haar eigen talking points tegenspreken en bovendien, zoals Ronner wat verbaasd vaststelt, ‘het woord terrorisme hierna weken niet inzetten’? De moderator zelf leek al vrij snel door te hebben dat ze met open ogen in de door Obama ontworpen val was gelopen, maar toen had ze met haar fout al een serieuze (zij het ongetwijfeld niet beslissende) invloed op de verkiezingen gehad.

De theorie dat Kennedy door een sinistere samenzwering aan zijn einde is gekomen gelooft maar liefst 66% van de ‘uiterst’ conservatieve deelnemers, terwijl ‘slechts’ 42% van de meest fanatieke liberals die mening deelt.

Natuurlijk zijn er in tegenstelling tot dit voorbeeld genoeg bizarre samenzweringstheorieën te vinden waar wel elk plausibel bewijs voor ontbreekt, onder meer als het gaat om de aanval in Benghazi. Onlangs heeft een gerenommeerd Amerikaans peilingsbureau het geloof in dit soort theorieën op een ongekend gedetailleerde wijze onderzocht; waarbij onder meer naar voren kwam dat bij een aanzienlijke meerderheid van dit soort theorieën meer steun te vinden is onder Republikeinen dan onder Democraten. Volgens Ronner kan dit opmerkelijke feit worden verklaard doordat Republikeinen simpelweg religieuzer zijn dan Democraten; dit zou namelijk leiden tot ‘het doorschuiven van verantwoordelijkheid, het intens overtuigd zijn van een hogere macht en het zoeken naar onlogische, complexe verklaringen voor zaken die vaak simpeler zijn dan ze lijken’. Immers, ‘Als er een God is die ieder klein facet van het leven beïnvloedt, waarom dan geen Bigfoot in het noordwesten van de VS of een UFO-crash in Roswell?’

Het probleem met deze gevolgtrekking is echter dat de tegenstelling tussen Republikeinen en Democraten niet eenvoudig gelijk te stellen is aan die van religieus en niet-religieus. Het is natuurlijk waar dat Republikeinen over het algemeen religieuzer zijn dan Democraten, maar hiermee worden de aanzienlijke uitzonderingen van Zuidelijke Democraten die om historische redenen nog tot de meerderheid behoren in de meest conservatieve staten van Amerika en hun gematigde Noordelijke Republikeinse tegenhangers buiten beschouwing gelaten – om dan nog maar te zwijgen over het enorme blok ‘onafhankelijken’ waar zowel de meest militante atheïsten als fundamentalistische sektariërs gevonden kunnen worden. Gelukkig heeft het peilingsonderzoek een veel beter hulpmiddel geleverd om Ronners stelling te toetsen; zij stelt namelijk de vraag hoezeer de deelnemer zichzelf identificeert als conservatief, gematigd of liberal (zeg maar seculier links).

Je zou bijna denken dat het geloof in extravagante overheidssamenzweringen afneemt wanneer deze overheid opeens bestuurd wordt door iemand uit het eigen ideologische kamp.

Wat hiermee naar voren komt is dat er weinig overeind blijft van Ronners stelling. Neem alleen al de twee voorbeelden die Ronner gebruikt – UFO’s in Roswell en Bigfoot – het blijkt dat gematigden en liberals zelfs iets meer sceptisch zijn over ‘gangbare’ theorieën met betrekking tot hun bestaan dan conservatieven. Blijkbaar kan Christelijk Rechts zich toch niet zo goed vinden in theorieën over buitenaardse en mythische wezens als Ronner denkt. Eén ding blijft echter wel opvallen: als het gaat om evident politieke samenzweringstheorieën: is er zoiets als een ‘New World Order’, enzovoorts – dan hebben conservatieven nog altijd een grote voorsprong wat betreft hun ‘scepticisme’. Een bizar voorbeeld hiervan betreft de theorie dat Kennedy door een sinistere samenzwering aan zijn einde is gekomen: maar liefst 66% van de ‘uiterst’ conservatieve deelnemers gelooft hierin, terwijl ‘slechts’ 42% van de meest fanatieke liberals die mening deelt. Huh? Dit was toch altijd het stokpaardje van links Amerika: hij werd toch afgemaakt door een duistere, rechtse, oorlogszuchtige samenzwering, zoals ook Oliver Stone ons probeerde wijs te maken?

Nog opvallender dan deze statistiek is misschien wel die over de welbekende 9/11-samenzwering: slechts 14% van de meest fervente liberals gelooft hierin – in 2009 geloofde van alle liberals nog 27% in deze samenzweringstheorie, in 2007 was dat zelfs 35%. Je zou bijna denken dat het geloof in extravagante overheidssamenzweringen afneemt wanneer deze overheid opeens bestuurd wordt door iemand uit het eigen ideologische kamp. Een overheid met het gezicht van een Bush of een Cheney lijkt ineens tot veel meer sinistere zaken in staat dan één met die van een Obama. Het zou wellicht niet de meest ‘rationele’ reactie zijn – Obama was toch niet in 2001 president? – maar in het Amerikaanse politieke landschap, waar de meest fanatieke opponenten van afluisteringspraktijken van de ene dag op de andere kunnen omslaan in de felste voorstanders wanneer ‘hun’ kandidaat het Witte Huis bewoont – is dit eerder regel dan uitzondering.

[1] In feite gebruikte Obama geheel in lijn met de talking points de termen 'brutal acts' en 'senseless violence' voor de aanval en refereerde met de term 'acts of terror' aan de aanslagen van 9/11.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven