Wikimedia Commons

CPB, weg ermee!

Het regeerakkoord is bijna klaar en er zal snel gedebatteerd worden over de inhoud ervan. De politici lopen zich in de wandelgangen alvast warm voor de strijd Rutte/Samsom vs. de rest die binnenkort plaats zal vinden in de arena die de Tweede kamer heet. Sinds enkele jaren staan de doorrekeningen van het CPB, die dit weekend zullen worden uitgevoerd, aan de basis van deze debatten. Maar hoe komen die cijfers van zo’n inmiddels zeer prominent onderdeel van het debat eigenlijk tot stand? En wordt er wel op de juiste manier over gediscussieerd?

De resultaten van de doorrekeningen zijn inmiddels verworden tot de belangrijkste munitie voor zowel kabinet als oppositie. Er wordt dan ook reikhalzend naar uitgekeken door politici, de pers en het legioen fact checkers. Vers in ons geheugen staat nog de laatste grote doorrekening: Keuzes in Kaart of kortweg "KiK" de grote doorrekening van de verkiezingsprogramma's van bijna alle deelnemende partijen. Tijdens de daaropvolgende verkiezingsstrijd stortte iedereen zich als bijen op de honing op de cijfers en iedereen was trots, want hun programma kwam op de een of andere manier wel als allerbeste uit de bus. De vaardigheid “How to lie with statistics” is er bij de gemiddelde politicus met de paplepel ingegoten: je kiest het diagrammetje uit dat het beste past bij het verhaal dat op dat moment gehouden moet worden en je doet net alsof dit het belangrijkste figuur is dat ooit geproduceerd werd. Dit is al een probleem op zich, maar wat nou als deze cijfers überhaupt niet geschikt zijn om politieke uitspraken aan te verbinden?

Zodra de politiek met de berekeningen aan de haal gaat verdwijnt alle nuance en dat weten ze bij het CPB donders goed.

Dat zijn ze niet. De CPB-berekeningen zitten namelijk op zo'n manier in elkaar dat je kijkt naar een selectie uit het pakket van maatregelen, terwijl ze gepresenteerd worden als het volledige verhaal. Het deel aan maatregelen waar (nog) geen eenduidige, wetenschappelijke onderbouwde uitspraken over te doen zijn wordt gewoonweg genegeerd, wat serieuze gevolgen heeft voor de betrouwbaarheid van de resultaten. Dit laat zich illustreren door de onderwijsdoorrekeningen in KiK.

Afgaand op de resultaten zou D66 bijvoorbeeld het beste onderwijsprogramma moeten hebben. Dat is mooi want daar profileren zij zich ook mee. Bovendien investeren ze, op één partij na, het meeste in het onderwijs, dus het klinkt ook logisch. De partij die het meeste in onderwijs investeert is eigenlijk GroenLinks, maar zij doen het helemaal niet zo goed in de doorrekeningen. Dat komt doordat GroenLinks in haar partijprogramma een groot deel aan maatregelen heeft opgenomen die het CPB niet doorrekent. En dat is een substantieel deel: bijna tweederde van de 2,4 miljard aan voorgestelde investeringen. Het wordt op deze manier onmogelijk om partijprogramma's überhaupt met elkaar te vergelijken. Grappig detail is dat D66 bij de vorige KiK ook een flink deel genegeerde maatregelen in het partijprogramma had staan. De resultaten vielen toen zo tegen voor 'de onderwijspartij' dat ze zich goed hebben verdiept in de CPB-modellen en vervolgens zoveel mogelijk maatregelen hebben opgenomen die de beste resultaten zouden geven.

En dat is nog maar één onderdeel van de vele problemen rond de CPB-berekeningen. Alle pakketten aan maatregelen worden omgevormd tot een paar staafjes of lijntjes die een winst of verlies op ons bruto nationaal product weergeven. Populatiestatistiek en beleidsanalyses worden steeds belangrijker maar zulke extreme samentrekkingen zijn onmogelijk serieus te nemen. Allerlei inter-acterende effecten van diverse maatregelen worden namelijk niet meegenomen, simpelweg omdat de modellen er niet voor bestaan of op dit moment nog te onzekere uitkomsten geven. Een prestatiebeurs voor docenten heeft een positief effect op de CPB-resultaten, maar wat blijft daar van over als je tegelijkertijd aan de klassengrootte gaat morrelen? Niemand die dat nog heeft kunnen onderzoeken.

Daarbij wordt volledig voorbij gegaan aan de kwaliteitsdiscussies die er gaande zijn in o.a. de zorg of het onderwijs. Bepaalde facetten van een sector zijn namelijk niet om te vormen in een welvaartsbegrip. Saillant detail: het CPB noemt dit zelf ook en geeft als voorbeeld de effecten van extra investeringen in veiligheid [Kennis in Kaart 2013-2017, pag. 16].

De vaardigheid “How to lie with statistics” is er bij de gemiddelde politicus met de paplepel ingegoten.

Laat er geen misvatting over bestaan: de methodologie, de modellen en de onderbouwing van de resultaten van het CPB volstaan in de regel bij losse beleidsmaatregelen -  ze zijn ook onontbeerlijk als je wilt anticiperen op de effecten van nieuwe beleidsmaatregelen. De manier waarop deze cijfers gepresenteerd worden gaat hier echter compleet aan voorbij. Want ook al heeft het CPB zich netjes ingedekt in hun 456 pagina's tellende onderzoek en de talloze bijlagen, zodra de politiek er mee aan de haal gaat verdwijnt alle nuance en dat weten ze bij het CPB donders goed.

Dit gezegd hebbende blijven er een hoop vragen liggen: Waar gaat zo’n 'inhoudelijk' debat straks nog over? Worden bepaalde partijprogramma's of het regeerakkoord onterecht als slecht of minder goed weggezet en daardoor ook zo beoordeeld door de kiezer? En misschien wel de belangrijkste vraag: waarom doet het CPB mee aan dit circus?

De CPB-doorrekeningen hebben zich binnen een korte tijd opgewerkt tot één van de belangrijkste aspecten van de hedendaagse politiek, maar er is eigenlijk nooit een discussie gevoerd of ze hier wel in thuis horen. Misschien dat Maurice de Hond even kan peilen wat we hiervan vinden?

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • wist ik nog niet over die elementen die niet doorberekend worden. interessant!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven