Wikimedia Commons

Crisis! Maar waar?

De bankier is gierig, de overheid is naïef en de burger is dom. Dat zijn boude stellingnames, maar heel eenvoudig te verklaren. Op het hoogte punt van economische crisis, toen de bankiers al het geld gepikt hadden, gaf de overheid geld aan de banken en moesten de burgers daar uiteindelijk voor betalen. Spitsvondige maatregelen en oplossingen kwamen van heinde en verre, waarvan ‘laat de rijken voor de crisis betalen’ toch wel de meeste indruk maakte. De kapitalistische markteconomie leed schipbreuk en een Umwertung aller Werte was op handen. Mooi niet, maar waarom?

Men kan natuurlijk, op zoek naar een oorzaak voor de financiële crisis, wijzen op de grote vrijheid die bankiers genoten om opportunistisch te investeren en een dito beleid te voeren. Roekeloos. Echter, de bankiers zijn heus  slecht niet, op zijn minst geen uitzondering op de regel in moreel opzicht. In plaats van een oorzaak of reden voor de economische crisis te zoeken in economische of politieke factoren – hoewel deze onmiskenbaar een rol spelen in het geheel – is het wellicht raadzaam om de problematiek vanuit een andere hoek te benaderen. Hiervoor verlaat ik enigszins de aanleiding, de economische crisis.

Heden ten dage beschikken we in Nederland over een sociaal zekerheidsstelsel. Dat is niet altijd zo geweest. Aan het eind van de 19e eeuw werden, onder invloed van de industrialisatie, de eerste stappen in de richting van verzorging van het individu door de overheid gezet. Daarvoor was de gang van zaken iets anders. In het geval je jong, bejaard of gehandicapt was, dienden naasten en verwanten voor je te zorgen. Deden ze dat niet, stierf je eenvoudigweg. Zorgzaamheid en naastenliefde was niet alleen deugdzaam, maar ook van levensbelang. In nog vroegere tijden gold voor de laatste twee groepen een nog iets ander, draconischer regime: een voorzichtig duwtje van deze of gene klif. Voor dit betoog is die periode echter niet zo relevant.

Twee redenen hebben in een lange periode ertoe geleid dat de zorgzaamheid en naastenliefde werd uitbesteed en wel aan de overheid. Een vroege vorm van outsourcing zullen we maar zeggen. De eerste reden was dat men veel, zo niet geheel, buitenshuis ging werken (in de fabriek, later kantoor). De tweede reden is efficiëntie: het is vele malen makkelijker veel bejaarden bij elkaar in één huis te stoppen. Ik formuleer dit wat cru hier, wat echter niet zeggen wil dat ik het afkeur.

Het gevolgen van het uitbesteden van de naastenliefden en zorgzaamheid heeft ertoe geleid dat de maatschappij nu veel geld kwijt is aan het onderhouden van mensen, die niets meer opleveren. Dat is heel goed. Men kan mensen immers niet aan hun lot overlaten. Het ongewenste neveneffect is in mijn optiek dat de uitbesteding heeft geleid tot vermarkting van de naastenliefde en zorgzaamheid, waardoor zij zijn verworden tot de producten ‘naastenliefde’ en ‘zorgzaamheid’. Het gevolg daarvan is dat het individu zijn binding met de verzorgde heeft verliest en niet langer op een medelevende manier zijn geld naar het sociale zekerheidsstelsel ziet gaan. Wellicht jammerlijk, maar niet per se immoreel. Het gemak lijkt toch vooral gediend te moeten worden. En dat een bepaalde praktijk een lange tijd heeft plaatsgevonden, wil niet zeggen dat het hoort plaats te vinden. David Hume had hier een aardig punt toen hij schreef hoe men de relatie tussen is en ought vooral niet moet zien, maar dat terzijde. Kern van de zaak is: welke moraal hanteren we?

De ruimte ontbreekt hier om een extensieve filosofische analyse te geven. In het algemeen is het niet onterecht te stellen dat we leven in het maatschappij waarin het individu centraal staat. De ander komt toch altijd op de tweede plaats. Dat wil niet zeggen dat men zich niet weg kan cijferen ten faveure van de ander, maar dit gebeurt toch altijd via het zelf. Het lijkt wellicht een gemeenplaats, op metafysisch niveau zijn de meningen van filosofen niet eenduidig. Ook evolutionair gezien lijkt het individu op zichzelf en zijn (genetische) voortbestaan te zijn gericht. Serieuze twijfels bij de fundamentele welwillendheid of onbaatzuchtigheid zijn m.i. niet onterecht.

Terug naar de bankiers. Vanuit hun positie beschouwt doen zij niet veel anders dan het grijpen van de kansen die voor hen liggen. Daarbij is het niet onbelangrijk te melden dat zij, voor zover bekend, binnen de grenzen der wet handelden en handelen. De keuzes die zij maken komen niet iedereen even eerlijk voor, hetgeen niet wil zeggen dat ze op het niveau van de individuele beslissing ook oneerlijk zijn. Daar komt de aap uit de mouw. De bankier wordt vaak verwisseld met het systeem. Natuurlijk is de bankier onderdeel van het systeem, zoals in feite elke stemgerechtigde burger van een rechtsstaat met een kapitalistische markteconomie is. Als men de bankier hier vervolgens toch op afrekent is men hypocriet.

Hoewel, niet helemaal. Niet iedereen kan dezelfde rol spelen in betreffende systeem. Natuurlijk kan elke burger stemmen en zodoende invloed uitoefenen op de regering en dier beleid. Genoeg macht en invloed is dit echter niet om iets te kunnen doen aan disfunctionerende banken. De overheid heeft conform het kapitalistische systeem niet al te veel te zeggen over een particuliere onderneming als een bank, zeker niet als het gaat om de bezoldiging van personeelsleden. Degenen die de banken wel ter verantwoording zouden moeten kunnen roepen zijn de burgers. Niet als stemgerechtigde, maar als consument. Banken verkopen immers ook gewoon producten, hoewel dit nog weleens vergeten dreigt te worden de grote macht en invloed in de maatschappij van banken. En hier ontstaat een tweeledig probleem: de overheid ziet zich gesteld voor een probleem dat zich bevindt op  grens van het private en publieke domein (eigenlijk een competentievraagstuk) en de burger die een producent van slechte producten niet kan afstraffen omdat die te machtig is.

Een oplossing zou kunnen zijn om particulier, dat wil zeggen niet zakelijk, bankieren om te vormen tot een overheidstaak. Dan heb ik het vooral over het verschaffen van betaal- en spaarrekening. Overige financiële producten, die niet tot de primaire behoefte van de burger behoren, kunnen rustig in handen van banken blijven. De consument heeft dat nog steeds geen inspraak in die hoedanigheid in het beleid van de producent van het product. De invloed op het beleid in de hoedanigheid van stemgerechtigde blijft natuurlijk gewoon bestaan. Erop vertrouwend dat de overheid deze taak naar (minimale) tevredenheid kan volbrengen, is dit misschien ook niet nodig.

Een pleidooi voor meer transparantie met betrekking tot het beleid van banken, lijkt mij onzinnig als het gaat om bevordering van de macht van de consument. Deze onmacht bestaat niet in het gebrek aan transparantie, maar in de macht van banken. Zolang bankenconsortia bestaan waarvan de jaaromzet hoger is dan het Bruto Binnenlands Product van bepaalde landen, is er weinig heil te verwachten van meer transparantie. Kwaad kan het evenwel nooit, omdat transparantie wel het onderlinge vertrouwen tussen banken kan vergroten.

In het bovenstaande stuk is een aantal denkstappen snel gezet en zijn even snel de revue gepasseerd. In het kort ging het om twee dingen: moraal en systeem. Zaak is dus om goed te overwegen welke waarden we precieze zien vigeren en in welke mate het terecht is dat we dit willen. Laten we ons vooral niet te hoog inschatten. Verantwoordelijkheid is een absolute must als het gaat om het bereiken van een minimale stand van zaken. Het komt echter in een heel ander daglicht te staan op het moment dat men een maximale stand van zaken moet bepalen. Concreet is dit de stand van zaken van respectievelijk de onwelwillende uitkeringstrekker en de grijpgrage bankier. De asymmetrie tussen de verantwoordelijkheid op verschillende hoogte is overigens een punt dat dit betoog te boven gaat.

Aangaande het te hanteren systeem zijn de zaken evenmin eenvoudig. Het is belang te kijken wat men kan bereiken met een bepaald systeem en hoe het de eerdergenoemde waarden faciliteert. Daarbij zij opgemerkt dat het geen kwaad kan goed voor ogen te hebben welk offer wat oplevert. Mogelijkheden tot verandering zijn er te over, maar de omvang daarvan moeten we niet overschatten. Laten we vooral niet misplaatst ambitieus zijn en vooral wel pragmatisch. Er zijn maar weinig Werte die zich onder druk op korte termijn laten umwerten.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Arjan Miedema,

    Dit stuk slaat op alle fronten de plank mis. In de eerste plaats is de aanname dat, wanneer de overheid de zorgtaak van de burger overneemt hier een markt ontstaat, al fout. Juist niet! De schrijver begrijpt hier het concept markt niet, markt ontstaat pas wanneer de overheid haar verkregen zorgtaak weer privatiseert en partijen op die markt er mee aan de haal gaan. Dit is gebeurt bv. in de zorg en ook in de financiële wereld.

    Dan het 'systeem' (de markt) waarin de bankiers volgens de schrijver 'gewoon hun rol' speelden als ieder ander. Alweer fout! Bankiers hebben niet enkel hun 'rol gespeeld' maar zetten het systeem naar hun hand door het instabiel te maken door minder regels, mensen willens en wetens slechte producten te verkopen en hier vervolgens zelf tegen te wedden, zonder hun klanten hiervan op de hoogte te brengen. Om nog maar te zwijgen over het corrumperen van politiek en wetenschap door diezelfde bankiers.

    'Laten we niet misplaatst ambitieus zijn' zegt de schrijver. Ik zou zeggen, wees dat wel, lees bijvoorbeeld De Prooi van Jeroen Smit en bekijk de documentaire Inside Job (nu in Kriterion) en schrijf het stuk opnieuw.

  • Beste Arjen,

    Allereerst dank voor je reactie. Dat houdt het debat levendig.

    Dan de inhoud. Jouw eerste punt van kritiek op het stuk dat plank op alle fronten misslaat, is dat de auteur het concept 'markt' niet begrijpt. Naar mijn kennis van de economie is er sprake van een markt als er sprake van een markt op het moment dat er sprake is van vraag naar en aanbod van een product of dienst. In dit geval wordt de dienst aangeboden door de overheid. Dat deze omstandigheid de vrije marktwerking in de weg staat omdat de overheid deze markt gemonopoliseerd heeft (is niet zo, maar stel), neemt niet weg dat er sprake is van een markt is. Mijn punt is verder ook niet of de zorgtaak wel of niet aan private partijen moet worden overgelaten. Hoofdpunt: mensen brengen oude moeder naar het bejaardentehuis in plaats van er zelf voor te zorgen, waardoor een markt ontstaat. Meer heb ik m.i. niet gezegd. Met betrekking tot mijn standpunt kan ik jouw opmerking dan ook niet goed plaatsen.

    Ik heb niet gezegd dat bankiers 'gewoon hun rol' speelden. Ik begrijp in de eerste plaats dan ook niet het gebruik van de aanhalingstekens. Verder irrelevant. Wat ik met dit punt aan heb willen geven is dat de bankiers, voor zover bekend, niet wederrechtelijk hebben gehandeld. Dit heb ik gecombineerd met een bepaald mensbeeld (grofweg individualisme) en geconcludeerd dat wat de bankiers deden niet (moreel) onbegrijpelijk is. In ieder geval op beschrijvend niveau, maar eigenlijk ook op normatief niveau. Wat ik voorts heb willen doen, hoewel toegegeven te impliciet, is een koppeling maken tussen dit gegeven en vervaging van bepaalde waarden welke plaatsvindt ten gevolge van outsourcing van moreel geladen activiteiten/taken. Kortom, ik heb vooral een ethisch vraagstuk aan de orde willen stellen.
    Verder heb ik ook gezegd dat men best het systeem ter discussie mag stellen, dat dat zelfs moet. Maar dat men moet kijken wie we precies zijn en welke waarden we aanhangen. Mijn gedachte is namelijk dat de veel gehoorde kritiek, vooral gestalte gegeven in oneliners als 'laat de rijken betalen voor de crisis' en 'weg met de bonuscultuur'. Het is namelijk naïeve symptoombestrijding. Bovendien vergt verandering van een systeem van vaak veel tijd en aanpassing.

    Ten laatste vind ik je mening dat men misplaatst ambitieus moet zijn onbegrijpelijk en ook dom. Het kan namelijk louter tot mislukking en teleurstelling leiden. Waarom ga je er verder vanuit dat ik het boek 'De Prooi' niet heb gelezen? Overtuigd het dusdanig dat ik het er niet mee oneens zou kunnen zijn?
    Hoewel mijn artikel zonder enige twijfel voor verbetering vatbaar is, raad ik je aan het stuk nog een keer te lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven