Novello Theatre, by Laura LaRose

Dames en heren, verveelt u zich nog een beetje?

Traditioneel zit je in het theater in een stoel en word je geacht daar te blijven zitten tot het zaallicht weer aangaat. Tot die tijd ben je aangewezen op wat zich op het toneel aandient. Wat nu als dat wat op het toneel gebeurt je koud laat? Het gevoel vast te zitten in die stoel, terwijl het toneel als ‘leeg’ of inhoudsloos wordt ervaren, maakt mensen boos. Zij hebben het gevoel dat zij, of erger nog: iemand anders, hun tijd aan het verdoen is. Onlangs stond theatergezelschap NTGent in de Amsterdamse Stadschouwburg met een vier en een half uur durende voorstelling waarbij van de toeschouwer werd verwacht drie kwartier naar een letterlijk leeg toneel te kijken. Halverwege was de helft van de bezoekers vertrokken, ziedend waren ze. Zij hadden de verveling niet doorstaan. Toch is juist de mogelijkheid tot verveling de inherente kracht van het theater.

Van oudsher is het theater de plek voor mensen om ergens naar te kijken (het Griekse theatron betekent letterlijk: ‘plaats van het zien’). De theaterbezoeker is hierin nadrukkelijk beperkt tot het waarnemen, hij is toeschouwer en geen actieve participant in de theatrale situatie. Zijn plaats is statisch. Dat betekent echter niet dat de toeschouwer volledig passief is, hij is namelijk een actieve waarnemer. Door de toeschouwer uit te sluiten van de dramatische handeling, wordt juist het waarnemen in hem geactiveerd.  Daarin verschilt theater van film, waarbij de camera de actieve toeschouwer is. Het is de film die bepaalt wat je als toeschouwer ziet, de waarneming is al geframed. Ongeveer sinds de opkomst van film bestaat er in het theater een tendens waarbij het framen meer en meer aan de toeschouwer wordt overgelaten. Hij wordt daardoor bij zijn eigen waarneming bepaald.

De mogelijkheid tot verveling is de inherente kracht van het theater

Verveling is een van de vormende elementen voor de waarneming. Onze blik heeft de neiging om alles wat als saai en leeg wordt ervaren te vermijden. Wanneer wij ons vervelen zoeken we direct naar iets om die verveling mee te bestrijden, iets dat we wél interessant vinden. Daarbij neigen we ernaar om de externe objecten de schuld te geven van de verveling. Dit ding, dit boek of deze film is vervelend en daarom we willen het vervangen. We slaan een boek dicht en pakken een ander uit de kast of we zetten de film stop en starten de volgende, we pakken een telefoon uit onze broekzak en surfen een beetje over het web. Alles wat ons daarbij niet interesseert schuiven we aan de kant.

De schouwburg heeft de luxepositie verworven niet direct aan zulke verlangens van een toeschouwer te hoeven voldoen. Het medium dwingt ons geduld af. Het stuurt de blik niet, zoals bijvoorbeeld de filmcamera dat doet, maar vraagt van het publiek een beschouwende houding aan te nemen. Om letterlijk ergens met afstand naar te kijken en te overzien. Theater is daarmee niet alleen een plaats om te zien, maar ook een plaats om inzicht op te doen. Het woord theatron, plaats om te zien, is etymologisch onlosmakelijk verbonden met het Griekse theoria (theorie), dat is: een manier van zien. Doordat theater het vinden van afleiding voor de toeschouwer verhindert, is die volledig aangewezen op contemplatie van de theatrale situatie. Deze eigenschap van theater berust voor een groot deel op conventies, maar deze conventies vinden hun oorsprong in wat essentieel is voor het medium, de presentie in tijd en ruimte. De aandacht voor presentie versterkt het bewustzijn van verveling bij de toeschouwer.

Vervelend theater kent een aantal verschijningsvormen, die elk op hun eigen manier tot een bepaalde manier van kijken, oftewel inzicht, kunnen leiden. Het lege toneel van NTGent is de meest letterlijke vorm. De voorstelling wordt dan als vervelend ervaren omdat het niet verandert. Hetzelfde geldt voor herhaling, wat een veelgebruikte theatrale vorm is. Theater is in feite zelfs opgebouwd uit herhalingen, letterlijk: repetities. Toch kan de aandacht voor steeds weer hetzelfde ding onze blik daarop vernieuwen. Door heel vaak naar hetzelfde te kijken, ondergaat de verschijning een fenomenologische verandering. Onlangs speelde theatergroep Forced Entertainment de voorstelling Real Magic in Frascati. Deze voorstelling bestond uit één scène die eindeloos werd herhaald en de uitkomst was iedere keer hetzelfde. Toch ontdekten de toeschouwers na verloop van tijd de eigenheid in elke uitvoering van de scene. Door de verveling heen ontstond een transformatie in de blik van de toeschouwer. Wat eerst alsmaar hetzelfde leek, bleek na enige tijd een onuitputtelijke bron van variaties. De toeschouwer heeft niet langer het gevoel dat iemand zijn tijd verdoet, maar hij wordt onderdeel van een heel andere tijdsdramaturgie, die van de theatrale situatie.

De aandacht voor presentie versterkt het bewustzijn van verveling bij de toeschouwer

Andersom kan verveling in het theater ook het gevolg zijn van een teveel aan variaties. De verveling zit op dat moment in het feit dat men als toeschouwer niet al het zichtbare kan verwerken. De onwenselijkheid hiervan schuilt dan in een soortgelijke ervaring, namelijk een gebrek aan samenhang en betekenis. De toeschouwer vertoont meestal een behoefte aan structuur en betekenis. Wanneer een voorstelling deze niet biedt, zal hij door de verveling heen een nieuwe manier van kijken moeten vinden. Vorig jaar speelde het Cullberg Ballet in de Stadsschouwburg van Amsterdam Figure a Sea. De voorstelling was een oneindige stroom van bewegingen van zeventien dansers die tegelijk op het toneel een individuele choreografie brachten. In een zee van verschillen begon de toeschouwer toch langzaam gelijkenissen te ontdekken.

Verveling treedt op tijdens het alleen zijn met iets dat zich als leeg en zinloos voordoet. Het is een dwingende ontmoeting met de dingen en de mensen om ons heen. Wij moeten afwachten en onze ongeduldige impuls onderdrukken. Op dat moment blijft slechts de waarneming over, en onze beschouwing. Dat is precies wat theater is: de plaats van het zien, herzien en inzicht. De theaterbezoeker is aangewezen op de bereidwilligheid zich te handhaven binnen de vervelende tijd en ruimte van het theater, om anders te gaan kijken en op den duur iets anders te gaan zien. Zonder die verveling, kan er geen werkelijk theater ontstaan. Daar hoeft de lezer verder geen schatten van te verwachten, behalve inzicht en daarmee, misschien of hopelijk, hernieuwde interesse.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven