Flickr/Dennis Jarvis

De aarde nabij

Zo gaat vaders oudste verhaal. Hij zal het over een paar weken, op Alexanders eenendertigste verjaardag, weer vertellen, als altijd met die vreemde bevlogenheid. Op de vooravond van Alexanders geboorte hield een snijdende wind de temperatuur rond het nulpunt. Diezelfde wind zorgde echter ook voor een onbewolkte hemel. Juist daar ging het de belangstellenden om, die zich met enkele tientallen in het polderland verzameld hadden. Een beter zicht op de komeet van Halley zouden ze niet krijgen. Vader had jarenlang uitgezien naar haar komst, hij had boeken over eerdere verschijningen tot in detail uitgeplozen en wekenlang gewacht op een enkele, onbewolkte nacht. Hij zegt altijd dat hij geduld heeft betracht, geduld, alsof dat een bovenmenselijke verdienste is. Bij de meest dichte nadering van de aarde, het perigeum, zou de komeet zich op een afstand van zeventig miljoen kilometer bevinden. Heel ver weg vergeleken met bijvoorbeeld de verschijning in 1066. Toen was de komeet op vijftien miljoen kilometer afstand zelfs bij daglicht zichtbaar en trok de staart een boog van tientallen graden door de hemel. Als vader dit zegt maakt hij gewoonlijk een schuddend gebaar met zijn hand, de vingers verkrampt, een vuist die nooit een vuist wordt. Hij voelt zich bestolen: op die bewuste avond was hij van zijn verrekijker afhankelijk om de staart goed te kunnen zien. Die was slechts enkele graden lang en leek zich in twee delen te splitsen, het bovenste licht gekromd. Dat was het dan. Hij borg zijn apparatuur op, zei de anderen gedag en besefte dat hij de komeet van Halley nooit meer zou zien. Toen hij thuiskwam waren de weeën van zijn vrouw net begonnen. Zo is het, in dit teken, dat Alexander Edmond geboren is. Zo gaat vaders oudste verhaal.

Zo gaat vaders oudste verhaal

Dit teken, denkt Alexander terwijl hij de klas overziet, dit teken. Zijn lippen bewegen, hij mompelt. Een enkele leerling kijkt op, jonge oren, laat dan het hoofd weer hangen. Er wordt zacht gepraat. Aan het begin van het schooljaar eiste hij met luide stem nog wel eens stilte, zo totaal mogelijk. Om de weerstand te testen. Snel kwam hij erachter dat de leerlingen meer achting hebben voor het naderende weekend dan voor de maatregelen waarmee hij kan dreigen. Zo zij het. Die schepselen zijn ook maar mensen, denkt hij, en hij grinnikt. Dat zouden vaders woorden kunnen zijn. Een schim uit diens eigen jeugd, misschien. Grootvaders slingerklok, vrees voor de almacht. ‘Er is een wet die regeert,’ zou die oude altijd hebben gezegd.

Een aantal leerlingen begint spontaan de tassen in te pakken. Hij wordt er zelf hoopvol van en kijkt op. In de gang passeert net een collega, door Alexander in zijn hoofd altijd Rooie genoemd, mede omdat hij zijn naam niet kan onthouden. Rooie werpt een korte blik door het glaswerk van de deur. Hij glimlacht. De klok geeft aan dat de les nog vijf minuten duurt. Meer leerlingen ritsen hun tassen open. Alexander berust, zegt niets. Ze zullen wel klaar zijn en zo niet, dan weten ze wat ze thuis te doen staat. Deze module maken ze kennis met de middeleeuwen. Met nog een minuut op de klok kondigt Alexander aan dat hij in de les van maandag wat tijd wil besteden aan middeleeuwse iconografie, in het bijzonder aan het Tapijt van Bayeux, al behoort dat onderwerp niet tot de reguliere stof. De leerlingen sputteren tegen, hij luistert niet. De bel gaat.

Die schepselen zijn ook maar mensen, denkt hij, en hij grinnikt

Alexander gaat in het zijvertrek van de lerarenkamer zitten, dat dienstdoet als stilteruimte. Verder is er niemand. Hij bekijkt een paar afbeeldingen van het Tapijt van Bayeux en denkt onwillekeurig terug aan de dag, inmiddels een jaar of tien geleden, dat hij het voor het eerst zag. Tussen de kroning van Harold Godwinson en de Normandische voorbereiding op de invasie van Engeland staat een zestal figuren. Ze wijzen elkaar op een vlammende staartster van gouddraad, hoog boven een torenspits. Isti mirant(ur) stella(m). In dit teken zou hertog Willem het Engelse koninkrijk veroveren, in dit teken zou hij overwinnen. Alexander noteert een vraag: Wie kan vertellen waarom de makers van het Tapijt de komeet wilden tonen, die dat jaar aan de hemel verscheen? Als er geen antwoord komt kan hij vragen of iemand in de klas de symboliek van een felle ster in het christendom wil uitleggen.

Er betreedt iemand het zijvertrek. Het is Rooie, ziet Alexander als hij opkijkt. Rooie kondigt glimlachend aan dat het bijna weekend is. Alexander knikt, hij heeft gedaan wat hij wilde doen, hij kan gaan. Hij pakt zijn spullen, wenst Rooie een fijn weekend toe en vertrekt. Op weg van de lerarenkamer naar de hoofdingang van het schoolgebouw werpt hij een blik in de gangen die hij passeert. Ze zijn leeg, op schoonmakers en een enkele collega na. Daar, de deur van het lokaal waar hij Emma voor het eerst opmerkte. In zijn herinnering heeft ze haar haren opgestoken en staat er een blos op haar wangen. Hij stond geen ogenblik stil bij haar leeftijd.

In dit teken zou hij overwinnen

De zon is net onder als hij naar huis fietst. De lucht is helder. In het westen ziet hij, dertig graden boven de horizon, de schitterende avondster Venus. Veel groter wordt die elongatie niet, weet hij van vader. Hemellichamen wentelen, komen terug, door hun gang na te gaan valt hun gang te voorspellen. Er is een wet die regeert.

Emma zag hij een half jaar geleden voor het laatst. Ze had juist haar diploma uitgereikt gekregen en glunderde toen ze docenten de hand schudde. Bij hem iets meer, meende hij te zien. Tijdens de borrel bewaarde hij de afstand. Hij had het idee dat er al iets gefluisterd werd, het mocht allemaal niet te opzichtig worden.

Haar laatste berichten kwamen vanochtend. Of hij het nog steeds een goed idee vond om af te spreken, hij vond van wel. Of hij niet bang was een verkeerde indruk achter te laten, als het allemaal wereldkundig wordt. Hij zei van niet. Hij voegde toe dat niemand ze wat kan maken. Ze is van school, volwassen, er is vroeger niets gebeurd. Ze zullen altijd kunnen zeggen dat het maar vriendschappelijk is. Hij verzweeg dat het wat hem betreft helemaal niet uitmaakt of het al dan niet wereldkundig wordt. Vanavond moet het gebeuren, hierop heeft hij gewacht en als hij eenmaal tegenover haar zit, komt alles vanzelf. Het grote, lieve, veilige verschiet. Zo zal zijn verhaal gaan.

Er is een wet die regeert

Venus is achter de gebouwen verdwenen als Alexander weer richting de stad fietst. Zijn haren zijn vettig en gekamd, hij heeft een luchtje op zijn kaak gespoten.

Hij kiest een plek in de hoek van de ruimte. Er is een bank, hij kan aan de ene kant, zij aan de andere, als ze dat wil. Voor een vrijdagavond is het rustig. Het vertrek is groot en hoog, stemmen en muziek gaan op in een aangenaam, ritmisch geroezemoes. Een paar tafeltjes zijn bezet, oudere heren zitten op de krukken aan de bar waarachter een meisje glazen spoelt. Elke vrijdag opnieuw, denkt hij, al zolang ik me kan heugen. Het is vijf over acht, Emma is er nog niet. Hij zal maar niet zeggen dat hij zich gehaast heeft.

Tien over acht, daar verschijnt ze. Een blauwe jas, haar haren vallen losjes over haar schouders. Ze kijkt naar links en naar rechts, glimlacht en slaat de ogen neer als ze Alexander ziet. Ze nadert.

‘Dag Emma.’
‘Dag Alexander.’

Ze zoenen elkaar op de wang, ze wil plaatsnemen op de plek die hij voor haar in gedachten had. Ze legt haar tas neer, trekt haar jas uit, blijkt een jurk met ceintuur te dragen. Ze is ontspannen, ruimhartig bijna, alsof ze hem een gunst verleent.

Alexander vertelt over zijn mentorklas, over verwikkelingen met vervelende ouders en over de excentriekelingen binnen het docentenkorps. Hij begint over Rooie, zegt dat hij diens naam op de een of andere manier nooit kan onthouden. Ze weet meteen wie hij bedoelt, noemt zijn voor- en achternaam. Ze praten en drinken, soms lacht ze hartelijk.

Het grote, lieve, veilige verschiet

Alles gaat goed, zegt ze. Ze speelt met de punt van een lok terwijl ze met opgetrokken wenkbrauwen vertelt over haar leven. Haar wangen zijn voller geworden, Alexander meent zelfs rimpels te zien die vanaf haar neus langs haar mondhoeken lopen. Ze is gaan roken, beseft hij. Ze zal er wel naar ruiken. Met twee grote teugen drinkt hij zijn glas bier leeg. Ze lacht om zijn gulzigheid, noemt hem Lex.

Ze scharrelt met iemand. Dat viel te verwachten. Alexander weet dat het belangrijk is om onaangedaan te blijven en gaat zo zitten dat zijn schouders iets breder lijken te worden. Ze moet een man zien, een volwassen man. Ze kijkt naar hem, steeds vaker, steeds langer, vraagt naar zijn liefdesleven. Wat valt er zeggen? Hij bloost en stottert, hij liegt, maar dat ziet ze niet. Ze lacht en schuift wat naar hem toe. Hij maakt zich nog wat breder en praat honderduit. In zijn stemgeluid en zijn woordkeuze hoort hij vader. Een ogenblik beseft hij dat het zo misschien met moeder is begonnen.

Rooie komt binnen. Alexander zit ver bij deur vandaan, maar herkent hem onmiddellijk. Hij lijkt het gezelschap waarin hij verkeert aan te voeren en kijkt rond, op zoek naar een plek om te zitten. Alexander klemt de kaken op elkaar, hij heeft Rooie hier nog nooit gezien. Emma draait zich om. Ze richt zich op en slaat de ogen neer, ademt snel. Ze frommelt in haar tas en noemt de naam van Rooie.

‘Straks ziet hij ons! Straks komt hij hierheen!’
Alexander tuit de lippen en heft zijn hand. ‘Komt goed, komt goed.’
‘Ik ben even weg.’ Ze haalt iets uit haar tas, staat op en zegt, vlak voordat ze wegloopt: ‘Reken jij af?’

Een ogenblik beseft hij dat het zo misschien met moeder is begonnen

Met haar hand ter hoogte van haar gezicht doorkruist ze de ruimte. Alexander pakt Emma’s spullen, zijn eigen jas en portemonnee en loopt naar de bar om af te rekenen. Zo discreet mogelijk. Via de spiegel achter de bar ziet hij dat Rooie in gesprek is geraakt, het lijkt erop dat hij niet zal opkijken. Emma verschijnt bij de wc-deur, loopt meteen door richting de uitgang, zonder op of om te kijken. Alexander volgt en treft haar buiten pas. Ze staat op hem te wachten, de armen voor de borst gekruist. Het is koud. Ze neemt snel haar jas aan, dan haar tas.

‘Heeft hij ons gezien?’
‘Ik weet vrij zeker van niet.’ Hij trekt zijn jas aan. ‘Heel zeker.’
‘Lex,’ zegt ze. ‘Dit kan niet zo.’ Ze loopt weg van de deur, van de vensters, tot ze zeker weet dat ze niet zal worden gezien. Alexander loopt achter haar aan.
‘Zal ik nog een stukje met je oplopen?’

Ze steekt een sigaret op, zucht, wipt op haar voeten. Dat was het dan, denkt hij. Ooit legde vader uit hoe het mogelijk is dat het perigeum van de komeet van Halley de ene keer zo dichtbij en de andere keer zo ver weg is. De komeet nadert namelijk eens in de 75 of 76 jaar de baan van de aarde, dat is zeker. Maar waar de aarde zich op die baan bevindt kan sterk verschillen.

‘Goed,’ besluit hij, ‘ik pak dan mijn fiets.’
‘Het spijt me.’

Dat was het dan, denkt hij

Ze buigt zich naar hem toe en zoent hem op de wang, vlak naast zijn mond. Sigarettenlucht. Zo gaat vaders oudste verhaal: de verschijning in 1986 was de meest ongunstige in tweeduizend jaar tijd. Zo is het, in dit teken, dat Alexander Edmond geboren is. Ze buigt zich opnieuw naar hem toe, nu voor een knuffel, houdt hem even vast. Dat was het dan, denkt hij nog eens als ze loslaat. Dichter dan dit zal hij haar nooit zien naderen. Hij klimt op zijn fiets, groet, rijdt weg. De lucht is helder en maanloos. Er is een wet die regeert: de komeet van Halley keert in 2061 terug. Zo zij het, zo gaat het verhaal.

Meer Verhalen
Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Reacties zijn gesloten.

Naar boven