Flickr // US Pacific Fleet

De Amerikaanse droom getackeld

In 2013 was Colin Kaepernick een van de meest getalenteerde spelers in de National Football League (NFL). De toen 25-jarige quarterback leidde de San Francisco 49ers tot in de Superbowl en was daar één pass verwijderd van het winnen van de grootste trofee in het American Football. Kaepernick zorgde voor een revolutie op de quarterbackpositie door niet alleen beslissende passes te versturen, maar ook rennend punten te scoren. Hij miste het gehele vorige seizoen met een schouderblessure, maar stoomde zich deze zomer klaar voor een comeback. Na vorige week is het echter zeer de vraag of Colin Kaepernick ooit nog een pass zal gooien in een NFL-wedstrijd. Dat heeft niets met zijn spel te maken, maar alles met zijn acties langs de zijlijn. Daar waagde hij te suggereren dat Amerika niet het beste land ter wereld is.

Kaepernick weigerde tijdens een voorbereidingswedstrijd namelijk op te staan voor het volkslied, dat traditioneel voor elke NFL-wedstrijd gespeeld wordt. Ter verklaring zei hij dat hij ‘niet zijn trots te willen tonen voor de vlag van een land dat zwarte en gekleurde mensen onderdrukt’. Met deze uitspraak is Kaepernick niet de eerste sporter die een wedstrijd gebruikt om aandacht te vestigen op rassenongelijkheid in Amerika. De Black Powergroet van atleten Tommie Smith en John Carlos tijdens de Olympische Spelen van 1968 is iconisch en meer recentelijk droegen verschillende basketbalspelers shirts met ‘I can’t breathe’ tijdens de warming up, ter nagedachtenis aan Eric Garner. Dit kwam de sporters, zeker Smith en Carlos, op veel kritiek te staan. Maar die valt in het niet bij de storm die Kaepernick nu te verduren krijgt.

De liefde voor de vlag zit diep bij de Amerikanen

Het verschil zit hem in de manier van protest. De quarterback viel de meest heilige symbolen van de Amerikaanse samenleving af: het volkslied en de vlag. De liefde daarvoor zit diep bij de meeste Amerikanen en wordt al op jonge leeftijd bijgebracht: de meerderheid van de Amerikaanse schoolkinderen begint de dag door trouw te zweren aan de vlag in de Pledge of Allegiance. Het patriottisme is bij volwassen Amerikanen nog springlevend: in de USA kom je simpelweg niet aan de Star Spangled Banner, en dat heeft Kaepernick geweten. Vanuit alle hoeken klonk er afkeuring: collega-sporters, NFL-legendes, talkshowhosts en natuurlijk Donald Trump. In de kritiek komt één thema terug: Kaepernick is vrij om zijn mening te uiten - nog zo’n heilig huisje - en heeft daarom ook het recht om te protesteren. Veel critici zijn zelfs van mening dat hij terecht protesteert, maar de manier waarop wijzen zij categorisch af. Aan Trump was dit soort nuance niet besteed, die stelde dat Kaepernick op zoek kan naar een ander vaderland.

Trump slaat hiermee de spijker op zijn kop: Kaepernick suggereert dat er iets inherent mis is met de VS, dat ze wellicht niet het beste land ter wereld zijn. Hierin verschilt zijn protest van bijvoorbeeld de burgerrechtenbeweging in de jaren 60. Martin Luther King roemde in zijn ‘I have a dream’-speech de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring en ook de eerder genoemde atleten Smith en Carlos respecteerden het volkslied, slechts op een andere manier dan gebruikelijk. Zij protesteerden tegen de invulling van de Amerikaanse droom, maar leken nog wel te geloven in Amerika.

Kaepernick heeft kritiek op het Amerikaanse ideaal

De racistische wetten waartegen in de jaren ’60 werd geprotesteerd zijn veranderd en het Amerikaanse rechtssysteem behandelt, formeel gezien, alle rassen hetzelfde. Maar nog steeds heeft de zwarte minderheid in de VS veel minder kansen en dat heeft zijn weerslag op de protestbewegingen en –acties, zoals die van Kaepernick. Deze richten zich niet meer op het stapsgewijs aanpassen van de Amerikaanse droom, maar vallen deze in zijn geheel af. Zo afficheert de Black Lives Matter beweging zich bijvoorbeeld nadrukkelijk als globalistisch, zonder naar de VS te refereren. Kaepernick is de eerste die op een groot podium expliciet kritiek heeft op het Amerikaanse ideaal. Zijn protest reflecteert de gedachte dat de VS misschien wel niet het beste land ter wereld zijn, als er zulke ongelijkheid kan bestaan tussen verschillende bevolkingsgroepen. De storm van kritiek die hem ten deel is gevallen, duidt erop dat het grootste deel van het land nog niet klaar is om deze gedachte onder ogen te komen.

De carrière van Colin Kaepernick is waarschijnlijk over. Een recente rondgang langs clubbestuurders door sportsite Bleacher Report liet zien dat de NFL een conservatieve wereld is, argwanend ten opzichte van protestacties. Kaepernick werd, overigens anoniem, een verrader genoemd; volgens een andere bestuurder zou 90 tot 95 procent van de clubs het niet eens overwegen om hem aan te trekken en een derde bestuurder formuleerde het al helemaal onomwonden: ‘fuck that guy’. De NFL is een competitie waar kindermishandeling, huiselijk geweld en beschuldigingen van moord geen belemmering vormen voor teams om een speler te contracteren, maar blijven zitten tijdens het volkslied maakt Kaepernick tot persona non grata. Er zijn ook andere geluiden: recentelijk zijn een aantal (oud)-sporters voor Kaepernick opgekomen en #VeteransForKaepernick was een tijdje trending op Twitter. Tommie Smith en John Carlos zijn later geëerd als prominente figuren in de burgerrechtenbeweging. Het is de vraag of Amerika later op dezelfde manier terug zal kijken naar Colin Kaepernick, die grote, sterke quarterback die de touchdowns bij elkaar rende, maar een keer bleef zitten.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven