Flickr / qthomasbower

De aura is dood, leve de kunst!

In een vorig artikel besprak ik de occulte manier waarop ‘aura’, een vooroorlogs concept geïntroduceerd door Walter Benjamin, wordt gebruikt in het hedendaagse kunstdebat. De term bleek vooral op te duiken wanneer mastodonten à la Rudi Fuchs het klassieke kunstwerk bedreigt zien door nieuwe en daardoor per definitie schadelijke technologische ontwikkelingen. Wanneer een goedbedoelende museumdirecteur of curator een 3D-tentoonstelling wil maken van De Zonnebloemen om wat verjonging te forceren in de vergrijsde museummassa’s schreeuwen de aurafetisjisten moord en brand. Want een kunstwerk reproduceren staat voor hen gelijk aan moord. Auramoord, welteverstaan. Onder de aurafetisjisten heerst namelijk de overtuiging dat het reproduceren van een kunstwerk datgene vernietigt wat het kunstwerk maakt tot wat het is: zijn uniciteit. Om dit te geloven moet je alleen wel even over het belangrijkste bezwaar tegen deze gedachte heen zien te komen; namelijk dat dit helemaal niet kan. Nu we spreken over natuurkrachten zonder te reppen over het sublieme, en nu we spreken over de mens zonder te discussiëren over de locatie van de ziel, kunnen we hopelijk ook de auradiscussie aan het rijtje van door de tijd ingehaalde disputen toevoegen.

De auraproblemen beginnen bij een ongewoon strenge opvatting van het concept ‘uniciteit’. Door een origineel kunstwerk, bijvoorbeeld de Mona Lisa, te reproduceren op ansichtkaarten en koekblikken zou de uniciteit ervan aan het origineel worden ‘ontstolen’. Het idee hierachter is dat het origineel een unieke locatie inneemt in ruimte en tijd, in dit geval het Louvre, terwijl haar reproducties op talloze plekken tegelijkertijd zijn. Volgens de auratheorie wordt de aura van de Mona Lisa zo vernietigd in de maalstroom van reproducties. Hoe foto’s op koekblikken de uniciteit van het origineel precies kunnen beïnvloeden blijft zeer duister. Ondanks de reproducties, hoe levensecht ook, is er immers nog steeds exact één enkel werk waarvan alle reproducties de reproductie zijn. Op die manier verwijzen alle replica’s juist naar het origineel door er van te verschillen (niet aan de muur in het Louvre en niet geschilderd door Da Vinci). Voor een resultaat zo dramatisch als de vernietiging van uniciteit moet toch meer nodig zijn dan uiterlijke gelijkenis alleen. Anders zou het verstandig zijn om, net als sommige Indianen gewoon zijn, film- en videocamera’s te mijden als het Ebolavirus.

Het is alleen mogelijk te geloven dat een reproductie de uniciteit van een werk vernietigt wanneer je gelooft dat dingen die op elkaar lijken ook daadwerkelijk hetzelfde zijn.

Laten we voor de grap meegaan in de defaultgedachte van de aurafetisjisten, namelijk dat reproducties de aura van een werk vernietigen simpelweg door erop te lijken. In dat geval zijn de tienduizenden toeristen die de mentale representatie van de Mona Lisa tegelijkertijd over de wereld verspreiden zelfs een nog grotere bedreiging dan de eerder genoemde koekblikken. Stel dat een Chinese toerist bij thuiskomst in Beijing een materiele reproductie maakt in de vorm van een tekening voor zijn familieleden. Is die daad genoeg om de aura van het origineel in het Louvre, duizenden kilometers verderop, te doen afnemen? En wat als hij het werk verbaal reproduceert door erover te vertellen. Is het genoeg dat hij de verschillen tussen het origineel en de aan zijn familie bekende reproducties beschrijft om het ‘hier-en-nu’ van het origineel aan te tasten? Een nog radicalere opvatting van reproductie is die van de herinnering. De bezoekers van het Louvre hebben het origineel gezien en een mentale versie ervan meegenomen. Op deze manier zijn er eenvoudig ontelbare reproducties bijgekomen. Enzovoort! Het is alleen mogelijk te geloven dat een reproductie, van welke soort ook, de uniciteit van een werk vernietigt wanneer je gelooft dat dingen die op elkaar lijken ook daadwerkelijk hetzelfde zijn.

De filosofische problemen en tegenstrijdigheden binnen het auraconcept zijn eindeloos. Geen wonder dat de term zo gratuit wordt gebruikt in debatten: iedereen weet immers van elkaar dat niemand precies weet waar hij het over heeft. Dat komt niet in de laatste plaats doordat er nooit een definitie van de aura is verschenen. De ‘auratheorie’ bestaat uit een verzameling onderling tegenstrijdige uitspraken en voorbeelden gevonden in verschillende vroeg twintigste-eeuwse essays[1]. Volgens de ‘auratheorie’ ontbreekt het ook film aan een aura. Zo wordt het medium film bekritiseerd om haar ‘verstrooiende functie’, in contrast met de ‘contemplatieve functie’ van andere kunstvormen. ‘Vervreemding’, ontstaan door het knippen van de film tijdens de montage, wordt specifiek aangewezen als auravernietiger.

Iedereen weet van elkaar dat niemand precies weet waar hij het over heeft.

Deze kritiek levert problemen op voor de aurastatus van andere, meer traditionele, kunstpraktijken. Montage is namelijk een ruim begrip. Wanneer een toneelschrijver zijn scenes op papier zet monteert hij de werkelijkheid net zolang tot hij tevreden is met het resultaat. Dat de uitvoering ervan door de toneelspelers vervolgens ononderbroken en dus ‘ongemonteerd’ lijkt heeft met de totstandkoming van het stuk weinig te maken. Het lijkt in het geval van toneel dus alsof de uitvoering wordt beschouwd als het echte kunstwerk en niet het script (sorry Shakespeare). Toch heeft het bizarre en sterk vervreemdende werk van een toneelschrijver als Samuel Beckett heel wat meer artistieke waarde dan een naar toneel vertaalde streekroman. Ook beeldende kunstvormen waarbij collagetechnieken en reproducties een rol spelen zijn hun aura niet zeker. Want hoe zit het met de collages van Dada en de massakunst van Warhol? Gek genoeg zal je de aurafetisjisten daar niet over horen.

De stomme films die aan het begin van de twintigste eeuw zo schamper worden vergeleken met toneel, gelden tegenwoordig als de absolute hoogtepunten van de cinema. De ‘auratheorie’ is niet in staat nieuwe media te plaatsen binnen de kunsttheorie, alleen erbuiten. Dat laatste is een probleem dat steeds lijkt terug te keren. Door vast te houden aan een eigenaardig concept van uniciteit valt vrijwel alle hedendaagse kunst buiten de auraboot. De bewering dat een bepaald kunstwerk geen aura zou bezitten heeft veel weg van een onbekende die je ervan beticht ‘geen ziel’ te hebben. De beschuldiging klinkt verontrustend en doet misschien zelfs pijn, maar het wordt nooit helemaal duidelijk wat er dan precies ontbreekt.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Misschien dat het punt van de 'mastodonten' - ik geef er persoonlijk overigens de voorkeur aan om mensen met veel ervaring en kennis iets respectvoller te benoemen, ook wanneer ze wellicht een andere visie hebben dan ikzelf - onder meer gelegen is in de gedachte dat reproducties de kennis omtrent het origineel aantasten. Ik geef een voorbeeld: begin jaren '80 was'het nummer 'Beast of Burden' een hit voor Bette Midler. Haar uitvoering is fantastisch, maar persoonlijk vind ik het origineel van de Rolling Stones beter. Toen ik deze mening een keer debiteerde in een gezelschap met een flink aantal toch redelijk onderlegde mensen, werd ik uitgelachen. De communis opinio was dat ik de causaliteitsrelatie verkeerd om legde: de Stones zouden het nummer gecoverd hebben van Bette Midler. De oorzaak is duidelijk: iedereen kende het nummer via Bette Midler en maakte hierdoor de gevolgtrekking dat de uitvoering van de Rolling Stones, die men pas later had leren kennen, 'dus' een coverversie was. Iets soortgelijks (maar dan anders) maakte ik mee met mijn nichtje. We wandelden met de familie in een bos en plotseling zei ze 'mama, dit bos ruikt naar dennenshampoo'. Het woord 'aura' behoeft niet gebruikt te worden om te erkennen dat de mening van de Bette Midler-aanhangers en het shampoo-nichtje in zeker opzicht mankemeneten vertoont. En zo zijn velen - wellicht terecht - bang dat toeristen in het Louvre op een gegeven moment tegen elkaar gaan zeggen 'kijk, hier hangt een schilderij van een koekblik' of in het Gemeentemuseum in Den Haag 'Kijk, die Mondriaan heeft gewoon een tube gel nageschilderd'. Maar eerlijk is eerlijk: dat is weer eens wat anders dan 'dat kan mijn nichtje van 3 ook'.

     

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven