Flickr / Andrew Crump

De bestendige taal van Homeros’ Ilias

IliasHomeros8e eeuw v. Chr.
IliasImme Dros2015
IliasHerbert Jan de Roy van Zuydewijn1980

Waarom zou je in 2016 de Ilias lezen? Weliswaar geldt het heldengedicht van de Griek Homeros, het oudste werk uit de westerse letterkunde als een onvervalst meesterwerk, toch krijgen classici die vraag voorgeschoteld. En zelfs àls je je in een oeroud heldengedicht stort, waarom zou je dat dan ook nog eens doen in een taal die alleen filologen nog kunnen lezen en niemand meer verstaat? Zijn Homeros’ verzen niet vaak genoeg in kleurrijk Nederlands vertaald, dat een goed beeld geeft van het origineel?

Waarom de thematiek van de Ilias tot op de dag van vandaag niet aan zeggingskracht heeft ingeboet, is afgelopen maand helder in The Guardian uiteengezet: de thema’s van oorlog en vrede, vriendschap, heldendom en medeleven zijn oer-menselijk en weten moeiteloos de afstand van eeuwen te overbruggen. Maar al die motieven komen alleen naar voren bij de gratie van de letters op het papier. Wie de Ilias oppakt, leest in beginsel alleen verzen, die zich pas geleidelijk aaneensluiten tot het geheel dat ‘Ilias’ oftewel ‘Het verhaal van Troje’ heet. Omdat de ervaring dus allereerst op versniveau plaatsvindt, is het interessant om je op datzelfde niveau af te vragen: wat maakt Homeros tot zo’n bijzondere dichter en wat blijft er in Nederlandse vertalingen van zijn poëzie bewaard?

Het publiek waant zich deel van het vertelde

Het Oud-Griekse dialect dat Homeros gebruikt, is niet gebonden aan een vaste woordvolgorde. Daardoor kan de dichter zijn verzen zo rangschikken dat de woorden op onverwachtse maar daardoor juist extra effectieve plaatsen in het vers komen te staan. De volgende passage, halverwege het werk, is een voorbeeld van Homeros’ vermogen om met woorden niet alleen een beeld te schetsen, maar dit beeld ook zó op zijn publiek in te laten werken, dat het publiek zich deel waant van het vertelde. De Grieken belegeren al tien jaar de stad Ilion in het land Troje, succes is niet in zicht. Achilles, de beroemdste strijder aan Griekse zijde, krijgt ruzie met opperbevelhebber Agamemnon en trekt zich wrokkend terug van het slagveld. Zonder Achilles zijn de Grieken kansloos, en ze worden door de Trojanen zozeer in het nauw gedreven, dat dat die laatsten ’s nachts vlak bij het Griekse legerkamp hun tenten kunnen opslaan. De volgende dag zullen ze de vijandige schepen verbranden, om de Grieken de kans op thuiskomst te ontnemen. ‘Duizend vuren brandden op de vlakte’, aldus de dichter, ‘en bij elk zaten vijftig mannen in de gloed van ieder fonkelend vuur, terwijl de paarden bij hun wagens stonden, blanke gerst en spelt aten en wachtten op de Dageraad met haar mooie troon.

In deze passage wordt geraffineerd in- en uitgezoomd. Eerst zien we een vlakte met niet minder dan duizend vuren, bij ieder vuur mannen en vervolgens kalm etende paarden, die zich voorbereiden op de dag van morgen die hen triomf zal brengen. Homeros verplaatst de geestdrift van de Trojaanse soldaten naar de paarden, die normaal gesproken geen hoofdrol spelen. Op zich al een fraaie, karakteristieke vondst; deze vier verzen zijn in het Grieks zelfs nog veel beter. De wijze waarop de dichter zijn beelden in de woorden en klanken van zijn Griekse dialect weet te vatten, is nauwelijks in het Nederlands te imiteren. Laten we eerst kijken naar een letterlijke weergave van de woorden met hun betekenis. Lees hier de verzen mèt een geluidsopname, waaruit het dichterlijke effect naar voren komt.

khili’-ar en pediooj / pura kajeto, par de hekastooj
duizend – toen – op – (de) vlakte – vuren – brandden, bij – en - elke
heiato pen||konta / selai puros aithomenoio.
waren gezeten – vijftig – in (de) glans – van (het) vuur – fonkelend.
hip|poi de kri lewkon / ereptomenoi kai oloeras,
(de) paarden – en – gerst – blank – etend – en – spelt,
hestaotes par okhesphin / eüthronon È-òo mim-non.
staande – bij – de wagens – met goede troon – dageraad – zij wachtten.
(Ilias 8.562-565)

De paarden wachten tot de dageraad, die de Grieken, zoals ze zelf ook al vermoeden, verdoemenis zal brengen. Hier wordt hun wachten uitgesteld tot het allerlaatste woord, mimnon, en heeft de dichter de passage ritmisch zo geconstrueerd dat de volle nadruk op dit woord valt: bij È-òo (‘Dageraad’) lijkt het vers afgelopen te zijn, maar voelt het publiek dat er nog twee lettergrepen moeten volgen. Door deze spanning waan je je als luisteraar haast een Griekse soldaat, die beseft dat de Trojanen vlak bij het kamp staan te wachten tot het ochtendgloren, en voel je een deel van de spanning die een mens in zo’n benarde situatie ervaart. Is de wijze, waarop in deze vier Griekse verzen vorm en inhoud verbonden zijn, in het Nederlands na te bootsen? Een poging laat zich, in Homeros’ metrum, wagen:

Duizenden vuren straalden daar over het veld, en bij ieder
zaten vijftig mannen, verlicht door de gloed van de vlammen.
Aan de bakken met haver stonden de paarden te eten,
naast de strijdwagens op het ochtendgloren wachtend.’

Mij stemt dit nog niet tevreden. Een probleem is dat het Nederlands minder goed met deelwoorden als ‘wachtend’ uit de voeten kan dan het Grieks, en dat de vorm ‘zij wachtten’ door het klankmatige samenvallen met de tegenwoordige tijd voor verwarring zorgt, en zich bovendien lastig op het verseind laat plaatsen. Als een deFusie-lezer hier een oplossing voor weet, houd ik me aanbevolen.

Het Nederlands kan minder goed uit de voeten met deelwoorden als 'wachtend'

Twee verzen die zo direct aanspreken dat ze ook in de film Troy werden opgenomen, bevinden zich in het vierentwintigste en laatste boek. Achilles heeft de Trojaanse held Hektor vermoord en het lijk meegenomen. Kort voor het einde van de Ilias komt Hektors vader Priamos op bevel van de Goden naar Achilles toe en smeekt hem om het lijk van zijn zoon te mogen meenemen. ‘Eerbiedig de Goden, Achilles,’ zegt hij, ‘en heb medelijden met mij – herinner je je vader en bedenk je hoeveel meelijwekkender ik ben’:

etlèn d’hoi ou poo tis / epikhthonios brotos allos,
ik heb verdragen – en – zodanige dingen als – nog nooit – een – op de aarde – sterveling – ander,
andros paidophonoio / poti stoma kheir’ oregesthai.
van de man – kinderdodend – naar de mond – de hand – te bewegen.

Het gaat om het slotvers: de luisteraar weet dat hierin zal worden uitgelegd wát Priamos precies heeft verdragen. Eerst noemt de koning de ‘kinderdodende man’, en wel in de bezittelijke vorm: we begrijpen dat het niet om de man zelf gaat, maar om iets ván hem. Maar op uitsluitsel moeten we wachten: eerst wordt ‘naar de mond’ genoemd, en zien we voor ons hoe de oude koning zich vooroverbuigt. Bij kheir’ pakt Priamos de hand, en bij oregesthai zien we dan eindelijk het smekende gebaar waar het om gaat. Niet voor niets werd Homeros in de Oudheid ‘de grootste schilder van allemaal’ genoemd: op een 1e-eeuwse Romeinse zilveren beker zien we dezelfde scène aangrijpend afgebeeld. Maar een beweging zó na te vertellen dat een toehoorder zich tegelijkertijd toeschouwer, haast een medebelever waant, bestaat alleen in de woordkunst. In deze verzen staat qua klank en qua betekenis ieder woord op de juiste plaats, of zoals Antonio Salieri in de film Amadeus opmerkt over de muziek van Mozart: ‘Verplaats één noot, en de gehele structuur zou instorten.’

De formulering in Troy is helder als glas, maar mist de Homerische magie

Aan de hand van deze verzen kunnen we ons afvragen: is Homeros überhaupt vertaalbaar? Een heel mooie, sec verwoorde vertaling wordt gebruikt in Troy: ‘I have endured what no man on earth has endured before. I kissed the hands of the man who killed my son.’ Daarin is de formulering helder als glas en prachtig in haar eenvoud, maar mist ze desondanks de magie van de verzen van Homeros. De verhouding tussen de volgorde van de woorden en die van de beelden, de balans tussen alledaagse, eenvoudige woordkeus (‘naar mijn mond’) en verheven taal (‘de kinderdodende man’) verlenen aan zijn woorden een kalme trefzekerheid. Twee Nederlandse vertalers, die allebei de Homerische versmaat aanhouden, hebben uit deze verzen het volgende gesmeed:

Dros (2015)
‘ik, die heb opgebracht wat geen mens op de wereld ooit opbracht,
ik, die de hand aan mijn mond breng van hem die mijn zonen gedood heeft’.

De Roy van Zuydewijn (1980)
‘want ik bestond wat geen andere man op aarde bestaan heeft,
ík bracht de hand van hem die mijn kind heeft gedood aan mijn lippen.’

Bij een waarderende vergelijking van vertalingen hangt altijd veel af van smaak, maar vast staat dat De Roy van Zuydewijn de beeldstructuur van Homeros getrouwer volgt dan Dros: zij sluit het vers of met het doden, waar haar collega dat, meer in lijn met het Grieks, middels Priamos’ lippen doet. Dros neigt naar een directere stijl en stelt daarmee wat minder eisen aan een hedendaagse lezer; de toon van De Roy van Zuydewijn is vaak nogal plechtstatig en zijn vocabulaire verheven. Wie liever verzen als de volgende (8.553-4) leest: ‘Zo dan zaten die nacht op het slagveld de mannen te zamen, /  trots en bewust van zichzelf, te midden van talrijke vuren,’ kan wellicht eerder met de oudere vertaling uit de voeten. Wie ‘En de Trojanen bleven die nacht triomfantelijk op het / slagveld zitten waar vuur na vuur in hun middden ontvlamde’ verkiest, is met Dros beter bediend.

In ieder geval mag het Nederlandse taalgebied zich gelukkig prijzen dat er zo veel verschillende vertalingen voor zo veel verschillende publieken beschikbaar zijn, ook versies in moderne versmaat (Lateur, 2010) en in proza (Schwartz, heruitgave 2012). Ook Homeros mag zich gelukkig prijzen dat zijn poëzie achtentwintig eeuwen na haar ontstaan wordt gelezen, vertaald, gewaardeerd en ook nog steeds in het Oud-Grieks wordt voorgedragen. Beroemd is de voordracht van de Amerikaanse professor Stanley Lombardo. Wie deze woorden hoort, wordt er nogmaals van doordrongen dat zelfs achtentwintig eeuwen overbrugbaar zijn.

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Martijn Streefkerk,

    Ach wat, laat ik aan je oproep gehoor geven:
     Duizend vuren vlamden op de vlakte, bij elkeen
    vijftig man in fonkelglans gezeten
    Paarden aten van haver en spelt
     
    Bij betroonde wagens het krieken der dag beidende

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven