Pixabay / PDPhotos

De Dood Aanvaard

Het thematiseren van de dood vereist de grootste voorzichtigheid. De meeste lezers verlies je al bij de titel, de dood wordt voornamelijk weggedacht uit het leven. Het is de ironie van de dood te worden doodgezwegen. Dat is verwonderlijk, gezien al onze activiteit uiteindelijk door de dood mede wordt bepaald. In de filosofie van Heidegger wordt de dood als essentiële mogelijkheid van het leven aanvaard en blijkt het noodzakelijk om tot een authentiek bestaan te kunnen komen. Ik verschaf hier een korte uiteenzetting van de positieve herwaardering van de dood, waar geboorte (als leven) en dood elkaar impliceren, en waar de aanvaarde dood uiteindelijk zal leiden tot een voller begrip van het leven.

Uit het dagelijks leven wordt de dood weggedacht. Het meest verschrikkelijke en gruwelijke van de dood is gelegen in de eindigheid. Er is niets meer erna. Het behelst de definitieve scheiding van de relatie van de persoon tot de wereld. De persoon houdt op mens te zijn. Door deze eindigheid niet te durven aanvaarden vlucht men voortdurend voor de dood als vruchtbare mogelijkheid in het leven.

Dat wat wij niet kunnen begrijpen daar kunnen we ook niet over spreken, lijkt het adagium.

Verloren in de dagelijkse beslommeringen van het leven word je als persoon bepaald door de anderen om je heen. Zij versluieren de dood als iets dat iedereen ooit gebeurt, maar nu nog niet. Hier past ook de befaamde uitspraak van Epicurus, die zich afvraagt waar men zich druk om maakt als men het over de dood heeft: ‘Als ik er ben is de dood er niet en als de dood er is ben ik er niet.’  Graag vat men de dood op als het onbevattelijke. Het vormt een algemeen aanvaard gebruik de dood aldus weg te gummen uit ons blikveld. Dat wat wij niet kunnen begrijpen daar kunnen we ook niet over spreken, lijkt het adagium. Deze gangbare weg lijkt de voorgebaande weg te zijn waarover wij over de dood spreken. Ook de moderne natuurwetenschappen zetten de dood buiten spel. Door de dood namelijk te typeren als het natuurlijke einde biedt het geen perspectieven meer op het leven. De dood aanvaard draagt als mogelijkheid meer in zich dan deze slechts af te doen als onbevattelijk.

De dood aanvaarden vereist een op je nemen van de zekerheid dat je sterft. Alleen als je je eigen dood op de schouders neemt, kun je je eigen leven leiden. Deze actieve houding zal je allereerst angstig maken ten opzichte van de dood. Het is daarom ook verleidelijk weer terug te vallen in het gangbare negeren, tot de belerende menigte die je vooral ertoe aan zet niet over zulke moeilijke zaken te veinzen. In het peinzen schuilt echter een vruchtbare strijd waarin je je uiterste zelf onder ogen kunt zien. De gangbare angst die de mens kan bevatten al nadenkend over de dood werpt hem namelijk terug op zichzelf. De dood is als uiterste mogelijkheid van ieder persoon tegelijkertijd zijn meest persoonlijke mogelijkheid. De angst voor de dood brengt de mens oog in oog met zijn eigen, betrekkingsloze, bestaan.

De kunst ligt erin verscholen je niet te verschuilen voor de eindigheid van het leven.

De kunst ligt erin verscholen je niet te verschuilen voor de eindigheid van het leven, maar er juist open voor staan, zodat je door het besef van dit einde, een nieuw begin tot je kan laten komen. Een begin echter waarin je eigen zijn je ten volle voor ogen staat. In dit begin schuilt de kracht van het leven.

In De dood van Ivan Iljitsj van Tolstoj dringt bij Ivan Iljitsj tegen het einde van het boek het besef op van het leven zoals dat aan hem is voorbij gegaan. Het boek legt het sterven op een confronterende manier aan de lezer voor. Vanaf het moment dat Iwan te horen kreeg dat hij stervende was bemerkt hij een proces van vereenzaming. De mensen om hem heen struinen door in hun dagelijkse beslommeringen. Het naderende sterven werpt Ivan Iljitsj terug op zichzelf en biedt hem de mogelijkheid zijn leven te herzien. De aanvaarding van de dood brengt Ivan uiteindelijk tot rust en geeft  hem de oereigen vruchtbare mogelijkheid te leven in de kracht van het moment.

Daarop kwam hij tot rust, hij hield niet alleen op met huilen maar ook met ademen en werd een en al aandacht: het was of hij niet naar een stem die in klanken sprak luisterde maar naar de stem van zijn hart, naar de stroom gedachten die in hem was ontstaan.’

Martin Heidegger: Zijn en Tijd, Afdeling II, Hoofdstuk 1: Het mogelijk heel-zijn van het erzijn en het zijn-ten-dode. Vertaling: Mark Wildschut

Lev Tolstoj: De dood van Ivan Iljitsj Vertaling:Arthur Langeveld.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven