Flickr / David DeHetre

De roes van revolutie

Mind in LifeEvan Thompson2007
Radical Embodied Cognitive ScienceAnthony Chemero2009

 Het rommelt in de cognitiewetenschap. Na decennia van orthodox rationalisme waarin de mens werd gereduceerd tot een computer, een robot, is er eindelijk een nieuw geluid. Het mag weer gaan over betekenis; over gevoel. We mogen weer naar ons lichaam luisteren.

Althans, dat is wat je de steeds vaker hoort; klaroengeschal van aanhangers van ‘embodied cognition’. Anthony Chemero is zo’n aanhanger en Evan Thompson stond, als coauteur van The Embodied Mind (1992) zelfs aan de wieg van de beweging, die momenteel nogal in de mode is. Of misschien moet ik zeggen: in opmars.

Wat is embodied cognition? Lastig. Het is een zwerm aan alternatieve ideeën en opvattingen over cognitie waarvan de eenheid nog het meest zit in de gezamenlijke vijand: het ‘orthodoxe rationalisme’.

Ooit zag men het brein als een gigantische computer; neurale hardware waarop mentale software draaide.

Ooit zag men het brein als een gigantische computer; neurale hardware waarop mentale software draaide. Via de zintuigen, was het idee, wordt de wereld omgezet in een soort code, een privétaal; ‘symbolische representaties’ waar regels op worden toegepast – zoals in een programma.

Aanhangers van embodied cognition leveren hierop twee soorten kritiek: praktisch-wetenschappelijk en dieper-metafysisch. Het laatste, diepere soort nu eerst: het thema van Thompsons imposante Mind in Life (2007).

Volgens Thompson toont de computermetafoor hoe ons denken vast zit in het substantiedualisme van Descartes – denk aan hardware/software, materie/informatie, lichaam/geest. Hoe naarstig we ook het mentale proberen te correleren aan het fysieke, onze concepten reproduceren ondertussen steeds de kloof.

Mind in Life schetst niets minder dan een wereldbeeld: een fenomenologisch, holistisch wereldbeeld, gestoeld op een ‘diepte continuïteit’ tussen mind en life.‘Mind is life-like, and life is mind-like.’

Het hoogtepunt zit vroeg in het boek, in een duizelingwekkende synthese van Kant, Merleau-Ponty en theoretische biologie. Thompson beargumenteert dat alle filosofische eigenaardigheden van ‘het mentale’ (in jargon: intentionaliteit, teleologie, subjectiviteit) al aanwezig zijn in de lichamelijke organisatie van het prilste leven. Onze belevingswereld, ons bewustzijn is een ‘verrijkte’ vorm van ‘sense-making’ en werkt volgens dezelfde principes waarmee een bacterie ‘sense’ maakt wanneer hij zijn weg zoekt naar glucose…

Een intrigerend idee: als dit klopt, zal al ons denken over kunnen bewustzijn veranderen; had Daniel Dennett ongelijk en worden computers nooit bewust; moet misschien zelfs de notie ‘informatie’ op de schop.

Als – want voorlopig is het slechts één bewering in een veel breder betoog.

Thompson had het voorstel netjes kunnen uitwerken en zo een baanbrekend boek kunnen schrijven, maar zijn plannen waren groter. Hij richt zijn pijlen op het darwinisme, de neurobiologie en eigenlijk de hele ‘reductionistische’ en ‘objectivistische’ wetenschap. Het boek wordt een soort strijdschrift en verliest zijn focus, of in elk geval mijn aandacht – ik bedoel: is DNA een ‘code’ noemen nu echt zo dualistisch?

De functie van het brein is niet denken, maar het aansturen van gedrag

Afijn, genoeg over het lichaam-geestprobleem. Ik wil het over het praktischere aken hebben; over praktisch-wetenschappelijke kritiek. Om dat te snappen, moeten we eerst nog even terug.

Vroeger, in het klassieke plaatje, bestond onze relatie tot de wereld uit representaties van de wereld; uit interne surrogaten. Ook u, lezer, leest deze pixels slechts als ze worden omgezet in abstracte denksymbolen. Achter de taal lag dus een diepere taal; achter waarneming (input) en handeling (output) lag een diepere laag: verwerking – en dat was where all the magic happens. De studie van cognitie was een studie van regels op dat hogere, abstractere niveau – het niveau dat onafhankelijk zou zijn van cultuur, context, waarneming en handeling.

Maar dat niveau bestaat niet.

De functie van het brein is niet denken, maar het aansturen van gedrag; zijn taak is het integreren van waarneming en handeling. Dit werkt interactief en er komt geen abstractie aan te pas. Door de computermetafoor heeft men zich kortom blindgestaard op een marginaal, afstandelijk, autistisch, geïdealiseerd stukje cognitie.

En nu, van de weeromstuit, wordt het ‘hogere’ herenigd met het aardse; ingebed in de cultuur; geworteld in het lichamelijke. Dat heet embodiment en gaat gepaard met een soort revolutionair elan en de wildste ideeën – zelfs het ontkennen van representaties.

Thompson en Chemero gaan zo ver. Ze hekelen het ‘mechanistische’ idee van hapklare brokjes informatie die stapsgewijs worden verwerkt en zien een veelbelovend alternatief in ‘dynamic systems theory’ (ook wel non-lineaire dynamica of chaostheorie). Dit idee stamt eigenlijk nog uit de cybernetica, maar noem het ‘dynamicisme’ en je hebt de meest vooruitstrevende stroming binnen cognitie.

Non-lineaire dynamica (het woord zegt het al) beschrijft het verloop van niet-lineaire dingen. Vaak zijn dat dingen die uit ontelbare componenten bestaan (zoals watermoleculen) met ontelbare interacties (zoals watermoleculen) waar je toch iets verstandigs over moet zeggen (zoals rivieren).

Daarvoor bestaat wiskunde en dat is nog spannende wiskunde ook, want lokale interacties leiden globaal tot wonderlijk gedrag – denk aan spanvlakken, kantelpunten, convectiestromen, etc. Het globale is méér dan de optelsom van het lokale en chaostheorie is dus perfect als formele beschrijving van holistische effecten – bijvoorbeeld in de biologie. Het is abstract, moeilijk, intrigerend – en de spil van Thompsons conceptuele arsenaal.

Door de computermetafoor heeft men zich blindgestaard op een marginaal, afstandelijk, autistisch, geïdealiseerd stukje cognitie.

Bij Chemero wordt het veel praktischer: zijn boek is een hands-on pleidooi voor de mogelijkheden van het dynamische paradigma. Veel beter dan klassieke aanpak, vindt hij, omdat ze ons een contextueel, situationeel, multi-causaal plaatje bieden.

In een verassend, lucide raamwerk combineert Chemero robotica, filosofie en ecologische psychologie om cognitie te beschrijven zonder verborgen stappen. Kleine veranderingen in de omgeving leiden tot grote verandering in gedrag (‘non-lineaire koppeling’) en van zulke koppeling slim gebruik maken, schrijft Chemero, dát is de basis van intelligentie.

Akkoord – maar dan ook echt de basis. Chemeros robots komen niet verder dan primitieve herkenning/coördinatie; logisch, want wie niets onzichtbaars postuleert houdt weinig ruimte over voor kennis. Had hij niet beter een nieuw soort representatie kunnen introduceren – aardser, gevoelsmatiger, directer? Op deze manier komen we toch nooit bij ‘echte’, hogere cognitie?

Nee, nee, claimt Chemero (dit is de ‘epistemologische claim’ van zijn manifest) ook daar zal ‘the best explanation’ een beschrijving zijn van het grotere geheel – met dynamic systems theory. Ingewikkelde wiskunde is het, vol indrukwekkend klinkend jargon. Maar Chemero legt goed uit. Zo goed, dat er iets geks gebeurde.

Terwijl ik bij Thompson nog een soort diffuus ontzag had voor dynamic systems – hij werkt het model op het simpelste fysieke niveau in detail uit, maar daarna dient het vooral als metafoor: toespelingen naar ‘attractors’, ‘state-space switches’, ‘temporele convergenties’; – zag ik bij Chemero wat een dynamische benadering van cognitie praktisch inhield. En daar, in al haar naaktheid, ben ik er gruwelijk op afgeknapt.

Ten eerste gaat complexiteitsleer juist over het ontstaan van abstractere niveaus, waar andere wetten kunnen gelden – zoals het gedrag van wolken ten opzichte van druppels. Een dynamische visie is dus niet onverenigbaar met (en dus géén vanzelfsprekend alternatief voor) het gebruik van overzichtelijke, discrete simplificaties – denk aan ‘signalen’, ‘representaties’ of ‘bedoelingen’.

Dit is een omslachtige versie van zeggen dat een wolk op een schaap lijkt; een verbrand stuk brood op Maria Magdalena

Maar ja: ‘representaties’ – daar geloven de auteurs niet in. Dat is zo abstract, zo statisch. Zo computationeel. ‘[C]ognition is an intrinsically temporal phenomenon’, ronkt Thompson, en ‘needs to be understood from the perspective of dynamic systems theory.’ Dus: ‘using equations … that describe change over time.’

Zulke equations kunnen heel nauwkeurig zijn. Een systeemomschrijving, toont Chemero, drukt alle componenten uit als functie van hun onderlinge samenhang – resultaat: één alwetende formule.

Prachtig, maar zulke fijnmazigheid leent zich alleen voor meetbare, laag-dimensionale dingen. Een irrigatiesysteem. Enkele neuronen. Of héél simpel cognitief gedrag, zoals – niet lachen – vingertrommelen.

Vingertrommelen? En taal dan? Probleemoplossing? Besluitvorming? Hoe moeten we dat dynamisch modelleren? Daarvoor, schrijft Chemero, moeten we generaliseren naar diepere patronen – “law-like regularities.”

Dat heeft hij niet zelf bedacht. Alle complexiteitsgeleerden doen het: patronen zoeken in veranderende dingen. En verhip: een kolkende mensenmassa lijkt op water in een pan! Auto’s in de file lijken precies op stollend glas!

Precies dezelfde dynamiek! Dezelfde metastabiliteit! Dezelfde non-lineaire metacriticale heteroperturbaties! Chaos! Isomorfie!

Maar wat betekent dat? Wat leren we hiervan? Niets. Echt, een abstract patroon impliceert nog geen dieper verband – dit is een omslachtige versie van zeggen dat een wolk zo op een schaap lijkt; een verbrand stuk brood op Maria Magdalena.

Maar even zonder grappen – zag u de paradox? Waar het dynamicisme begon om context, situatie, nauwgezette observatie eindigt het met general law-like regularities. Een onnavolgbaar butterfly–effect: van contextdenker – BAM! – mathematisch universalist.

Echt, dynamische modellen kunnen best mooi zijn; zelfs in de psychologie –soms. Maar het dynamicisme is wat anders: dat is net zo dogmatisch en abstract als het oude rationalisme en het ergste is dat de auteurs dat niet lijken te beseffen. Dat krijg je: al die non-lineaire newspeak verhindert helder denken en vergoelijkt vaagheid, en dat alles in een zweem van technische verhevenheid.

Een onnavolgbaar butterfly–effect: van contextdenker – BAM! – mathematisch universalist.

Want wat hoopt Thompson ‘neurofenomenologisch’ nu precies te vinden voor dynamische patronen? Mij werd het niet duidelijk, maar als ik lees over intrigerende gelijkenissen tussen Husserl en chaostheorie (zie bv. p.27, of 476) vermoed ik het ergste: hij weet het zelf ook niet.

Half onbegrijpelijk, heel intrigerend, vol parallellen – inderdaad: net als de vrije wil en kwantumtheorie! Maar zulke parallellen zijn geen theorie. Het is mathematisch obscurantisme. Een modern soort mysticisme.

Wierook – vermomd als wiskundige theorie.

Soit. Mind in Life en Radical Embodied Cognitive Sciene zijn goede boeken, werkelijk waar. Boeken die je uitdagen; je aan het denken zetten; je doen twijfelen aan alles waarin je ooit geloofde. Ze vertegenwoordigen het beste wat embodied cognition biedt – maar ook het slechtste: met het dynamisme transformeren ze de kritiek tot een bizar methodologisch dictaat. Een dictaat dat niet alleen alle kennis van de afgelopen decennia verkwanselt en onderzoek in die richting verbiedt, maar zelfs de eigen principes verloochent.

Het is precies dit soort roekeloze innovatiedrang, dit blinde geloof in De Nieuwe Methode, wat de cognitiewetenschap historisch gezien zo dogmatisch maakt. Een vak dat veroordeeld lijkt tot het eeuwig uitvinden van het wiel.

Jaap van Heerden beschreef jaren geleden al heel mooi hoe de psychologie, geteisterd door metafysische problematiek, eens in de zoveel tijd een identiteitscrisis doormaakt waarna ze alle opgedane levenslessen (bijv. de inzichten uit het behaviorisme) prompt vergeet.

Nu, is er een revolutie gaande in de cognitiewetenschap? Nog niet, denk ik, maar onstuimig is het zeker. Er is behoefte aan een nieuw verhaal. Een groot verhaal. Een allesomvattend verhaal. Ik hou m’n hart vast.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven