De econoom kijkt verder dan winst en verlies

 Het zou terecht zijn als de commissie de Nobelprijs van de economie toekent aan de financiële superheld die tien jaar geleden de aanstaande problemen voorzag, vijf toonaangevende publicaties schreef en op tijd de financiële baasjes een tik op de neus gaf om het vege lijf van de wereldeconomie te redden. Helaas, deze superheld is er niet of heeft het niet gehaald. Is het dan wel gepast om in deze jaren een Nobelprijs uit te reiken aan een wetenschap waarin theorieën jarenlang een antwoord leken te geven, maar die nu nog slechts uit vragen lijkt te bestaan?

Als het aan de heer Nobel lag, was de Nobelprijs voor de economie nooit uitgereikt. Bij zijn overlijden zag hij de rente over zijn vermogen graag verdeeld over vijf disciplines: Natuurkunde, scheikunde, geneeskunde, literatuur en vrede. In 1969 heeft de Zweedse Rijksbank ter ere van haar 300-jarige bestaan daar de ‘prijs van de Zweedse Rijksbank voor economie ter nagedachtenis aan Alfred Nobel’ bij verzonnen. Nobel zelf heeft er dus niks mee te maken. Misschien zag hij de economische onweersbui al hangen.

Is het wel gepast om in deze jaren een Nobelprijs uit te reiken?

Terug naar het heden. De politiek filosoof Michael Sandel trekt deze jaren volle zalen met zijn betoog over hoe wij van een markteconomie verworden zijn tot een marktmaatschappij. In een markteconomie is de vrije markt een waardevol instrument voor productieve activiteit. In een marktmaatschappij heerst een geloof waarin dit verder gaat en alles geprijsd kan worden door de vrije markt. U wilt een nieuwe nier, voor een goede prijs is het wel ergens te krijgen. U wilt niet in de rij staan voor uw nieuwe Apple-computer? Geen probleem, het bedrijf ‘we-are-good-in-line-waiting’ gaat wel voor u in de rij staan. Als u maar betaalt. Dit heeft geleid tot “een breed gedragen gevoel dat de markten zijn losgeraakt van de moraal en dat we die relatie op de een of andere manier moeten herstellen.”1 Sandel stelt dus dat er ‘producten’ zijn, die we niet door de vrije markt willen laten prijzen.

Maar als we dan een stapje terug doen en weer morele grenzen stellen aan wat we wel en niet denken te kunnen waarderen, hoe gaan we die producten dan in hemelsnaam verdelen?

Als u dan net met de handen in het haar zit, is daar toch weer de zojuist door u bij het grofvuil gezette econoom. De taak van de econoom is namelijk breder dan het optimaliseren van het binnenlands product. Het is hem te doen om uw volledige welvaart. En of u nu wel of niet een marktprijs op een product plakt, de econoom bedenkt een systeem voor een zo efficiënt en eerlijk mogelijke verdeling. En precies met deze problematiek hebben de heren professoren Lloyd Shapley en Alvin Roth zich beziggehouden, en hier dit jaar de Nobelprijs voor gekregen. Aan de hand van speltheoretische algoritmes3 komen zij tot optimale verdelingen  op die markten waar ‘producten’ niet prijsbaar zijn.

 Als u dan net met de handen in het haar zit, is daar toch weer de al door u bij het grofvuil gezette econoom.

In 1962 hebben Shapley en toen nog met wijlen Gale de basis gelegd voor het theoretische kader dat nu geprezen wordt. Hun publicatie ging onder andere over het volgende probleem. Stelt u zich John en Mary voor. John is verliefd op Mary, maar zij is helaas al getrouwd. Wat als hij er een jaar later achter  komt dat Mary in werkelijkheid wel van hem houdt? Het is mogelijk dat ze alsnog bij elkaar komen, maar dat gaat dan waarschijnlijk gepaard met pijnlijke bijzaken als ontrouw, scheidingen en schandalen. Tegelijkertijd geldt dat als Mary van haar echtgenoot houdt, ze waarschijnlijk niet met John zal vertrekken. Het algoritme van Gale en Shapley minimaliseerde het aantal onstabiele huwelijken en maximaliseerde het aantal stabiele huwelijken.

Gale, Shapley en later ook Roth hebben op basis van dit algoritme onder andere de arbeidsmarkt voor doktoren en de toewijzing van nieren geoptimaliseerd. Het staat buiten kijf dat het al veel toegepaste werk dat deze economen hebben gedaan, bijdraagt aan een hogere echte welvaart voor brede groepen mensen, zonder dat er dollars genoemd hoeven te worden. De keuze voor het toekennen van de Nobelprijs aan deze heren vind ik dan ook gepast en geeft weer reden tot het vertrouwen dat er economen zijn die er wel degelijk naar streven uw en mijn alledaags geluk te optimaliseren. Maar om nu al te zeggen dat zij Gods werk doen is het nog wat vroeg.

1. Michael J. Sandel – Niet alles is te koop

2. Voor een technische uitleg van hun algoritmes verwijs ik u naar de publicatie uit 1962: http://www.econ.ucsb.edu/~tedb/Courses/Ec100C/galeshapley.pdf

3. Een duidelijke uitleg van dit theoretisch kader geeft de heer Roth zelf in zijn Nobelprijs college: http://www.nobelprize.org/nobel_prizes/economics/laureates/2012/roth-lecture.html

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Jens v t Klooster,

    Hoi Simon,
    goede vraagstelling: of Alfred Nobel blij zou zijn dat er een prijs voor de economie is. Van je bevestiging ben ik nog niet overtuigd. Er zijn economen geweest die de crisis duidelijk hebben voorspeld. Dit artikel wijst die economen aan vanuit een duidelijk methodologisch kader: http://mpra.ub.uni-muenchen.de/15892/1/MPRA_paper_15892.pdf Deze economen verbindt dat ze naast wiskundige modellen ook naar de complexe werkelijkheid kijken. Economen die dit soort vragen stellen komen echter niet in aanmerking voor de prijs. Misschien toch een grond om de vraag te stellen of de Zweedse banken in deze tijd de meeste geschikte instanties zijn om te oordelen over welke economie prijswaardig is? Hartelijke groet, Jens

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven