Flickr / SG | photography

De geest van Hegel, de geest van Muntz

Socrates was een meester in het ontmaskeren van ijdele pretenties. Wanneer een Athener zegt te weten wat wijsheid of rechtvaardigheid is, weet Socrates hem meestal in een pagina of tien op de knieën te brengen, zodat de Athener moet toegeven dat hij geen idee meer heeft wat ‘wijsheid’ of ‘rechtvaardigheid’ nu eigenlijk betekent. De grote woorden en fraaie ideeën die in Athene de ronde doen blijken bij nadere analyse slechts luchtkastelen en zeepbellen te zijn, die onder het socratische spervuur sneuvelen.

Als een ware 21e-eeuwse Socrates ontmaskert Thomas Muntz in het artikel ‘wie is er bang voor de tijdgeest’ de ijdele pretenties van journalisten die beweren dat ze de tijdgeest duiden. In een drietrapsredenering waar Plato trots op zou zijn fileert Muntz de semantiek en pragmatiek van het woord ‘tijdgeest’.

Tijdgeest wordt, volgens zijn analyse, ten eerste gebruikt als simpele dooddoener (‘tja, dat is nou eenmaal de tijdgeest’). Ten tweede wordt het ingezet om op een gewichtige manier onder het geven van verklaringen uit te komen (‘deze verandering kwam door de Zeitgeist’). Ten derde wordt het lege woord gebruikt als onderdeel van een verklaring, alsof er een echte betekenis en diagnostische waarde aan vast zit (‘de tijdgeest van materialisme zorgt voor moreel verval bij de jeugd’), waardoor de maatschappijcriticus een luchtkasteel gebruikt als fundament voor vaak ver reikende conclusies.

Zoals de Atheense adel beweerde wijsheid en waarheid in pacht te hebben, zo beweert de moderne journalistiek de tijdgeest in pacht te hebben.

Muntz concludeert dat het begrip ‘tijdgeest’ een valse munt is waar niets mee te kopen valt. ‘De tijdgeest is een uitermate geschikt instrument om te fulmineren op de onaangename kanten van ons moderne leven zonder te hoeven wijzen op oorzaken, schuldigen of verantwoordelijken.’ Daarom is het beter om het woord ook helemaal af te zweren: ‘We hebben al genoeg problemen en verwarring, nodeloos gegoochel met chique woorden zal vermoedelijk geen oplossingen bieden.’

Zoals de Atheense adel beweerde wijsheid en waarheid in pacht te hebben, zo beweert de moderne journalistiek de tijdgeest in pacht te hebben. Socrates en Muntz laten zeer terecht zien dat aristocraten en journalisten hun pretenties niet waar kunnen maken. Maar hier is Socrates positiever dan Muntz. Dat een groot woord kleingeestig wordt ingezet betekent voor Socrates niet dat we het woord maar moeten afschaffen. Integendeel: dat we niet weten wat ‘waarheid’, ‘wijsheid’ of ‘rechtvaardigheid’ betekent is des te meer reden om te blijven streven naar inzicht.

Deze zelfde les zou ook Thomas Muntz moeten leren: ja, het woord ‘tijdgeest’ wordt leeg en ijdel gebruikt, maar het duiden van de tijdgeest is een belangrijke taak. Want is dat niet wat kritische journalistiek op haar beste momenten doet? Iedere gebeurtenis als ingebed in een bredere context beschouwen. De historische veranderlijkheid van trends, normen en vanzelfsprekende clichés blootleggen. Minder in het oog springende verbanden tussen gebeurtenissen aan het daglicht brengen. Ik zie geen betere naam voor deze bezigheden dan ‘de tijdgeest duiden’.

Tegelijk ben ik het ook met Muntz eens dat het woord ‘tijdgeest’ over het algemeen hol gebruikt wordt. Hoe is het mogelijk dat één woord tegelijk een loze pretentie en een sleutelconcept is? Om dit te begrijpen is het denken van Hegel, waarop ook Muntz zijn argument baseert, cruciaal. Voor Hegel bereikt een concept pas zijn verwezenlijking als het een heel proces heeft doorgemaakt. Vòòr dit proces zijn zelfs de rijkste begrippen slechts woorden, vorm zonder inhoud.

Journalistiek is het proces van expliciteren wat de tijdgeest is; zoals zoölogie het proces is van expliciteren wat dieren zijn.

Hegel geeft een mooi voorbeeld[1]: de zoölogie gaat over dieren, maar het uitspreken van het woord ‘dieren’ kan niet als zoölogie gelden. Zo kan het oordeel ‘dat is de tijdgeest’ ook niet als journalistiek gelden – maar gaat journalistiek wel over de tijdgeest. Journalistiek is het proces van expliciteren wat de tijdgeest is; zoals zoölogie het proces is van expliciteren wat dieren zijn.

Daarom moet het woord ‘tijdgeest’ gekoesterd worden, als heilige graal van de journalistiek. Hoewel we de tijdgeest nooit zullen kunnen vangen, is de jacht erop een motor achter het beste soort kritische journalistiek.

Tot een paar jaar geleden had All Souls College in Oxford een legendarisch toelatingsexamen, dat bekend stond als het moeilijkste examen ter wereld. Het bestond uit één enkele schrijfopdracht, die drie uur duurde. De kandidaat kreeg een pen en een stapel papier om op te schrijven. Als opgave een briefje met daarop slechts één woord, bijvoorbeeld ‘culture’. De opdracht: ‘please elaborate’.

Het woord betekent nog bijna niets op het moment dat de kandidaat de examenruimte binnenkomt. Maar in de handen van een goede kandidaat ontspint zich in 3 uur een rijkdom aan betekenis die toch volledig voortkomt uit dat ene woord. Het woord ‘tijdgeest’, in zichzelf een lege term, kan onder handen van een goede journalist door een scherpe analyse van een verschijnsel in een bredere context een grote rijkdom krijgen. Dit is de taak van de journalistiek: tijdgeest – please elaborate.


[1] In het voorwoord bij de Fenomenologie van de Geest

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • underground-man,

    Zijn tijd in gedachten te vangen, was dat volgens Hegel niet de opdracht van de filosofie?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven