Flickr // screenpunk

De haalbare verkiezingsbelofte

deFusie verheldert en maakt inzichtelijk. Deze week elke dag een inzending voor de schrijfwedstrijd 'Transparantie'. Vandaag de inzending die de tweede plaats behaalde, van de pen van Lisa van Bussel.

Op 6 april mocht Nederland naar de stembus om over het associatieakkoord met Oekraïne te stemmen. Maar men ging om veel meer redenen naar de stembus: om te stemmen over het akkoord, te stemmen over Europa en te stemmen over de mate van vertegenwoordiging in Nederland. De politieke vertegenwoordiging staat onder druk: het Sociaal Cultureel Planbureau concludeert in het eerste kwartaalbericht Burgerperspectieven van 2016 dat burgers verlangen naar meer directe democratie uit onvrede over de politieke vertegenwoordiging. Burgers willen meer invloed en controle op politieke besluitvorming, die nu gedomineerd wordt door onduidelijkheid en beslotenheid. Het debat over openbaarheid en vertegenwoordiging komt vaak terug in aanloop naar kabinetsformaties.

In deze periode wordt de spanning tussen openbaarheid en beslotenheid van politieke processen goed zichtbaar. De openbare verkiezingscampagne, waarin de burger actief betrokken wordt bij het politieke proces, verandert in een besloten kabinetsformatie, waarbij de burger alleen vertegenwoordigd wordt. Als het resultaat van deze onderhandeling niet voldoet aan de geschepte verwachtingen tijdens de campagne, komt de relatie tussen kiezer en gekozene verder onder druk te staan en zal de politicus een gebrek aan transparantie tijdens het onderhandelingsproces verweten worden.

De openbare verkiezingscampagne verandert in een besloten kabinetsformatie

De Noorse politiek filosoof Jon Elster beschrijft in het boek Deliberative Democracy de functionaliteit van besloten onderhandeling. Als een akkoord in beslotenheid tot stand komt, zegt hij, is het waarschijnlijk van hoger niveau dan in het geval van een openbaar proces. In beslotenheid kunnen onderhandelaars met meer vrijheid spreken en vindt verantwoording pas plaats als het akkoord definitief is. Aangezien iedereen pas geïnformeerd wordt als de handtekeningen al gezet zijn, is er geen kans op invloed op het resultaat. Beslotenheid heeft daarom bij veel politici de voorkeur: in besloten onderhandeling zal er eerder en inhoudelijk beter resultaat zijn. De foto van de onderhandelende Dries Van Agt en Hans Wiegel in le Bistroquet staat symbool voor de formatie die na lange tijd onderhandelen in betrekkelijke openbaarheid tussen de PvdA, D66 en het CDA, binnen twee weken beslecht werd door het CDA met de VVD als nieuwe onderhandelingspartner. Beslotenheid heeft echter ook een keerzijde: het draagvlak voor het resultaat zal onder burgers minder zijn door de uitsluiting tijdens het proces. Na de presentatie van het regeerakkoord in 2012 kwam de achterban van de VVD in opstand over de inkomensafhankelijke zorgpremie. Rutte II begon met een 1-0 achterstand in het draagvlakklassement aan de kabinetsperiode.

In een openbare omgeving is de kans op betrokkenheid en invloed van buitenstaanders een stuk groter, waardoor de kans op een moeizaam en vertraagd proces stijgt. Besloten formeren is efficiënter en voor de politicus voordeliger ondanks het ideaal van openbaarheid dat steeds terugkeert in het debat. Je kunt je daarom afvragen of politici wel echt een transparante kabinetsformatie willen. Is het streven naar openbaarheid een doel gedreven uit idealen? Of een middel om invloed uit te kunnen oefenen tijdens het formatieproces?

In de jaren ’70 en ’80 probeerden (voornamelijk) de PvdA en D66 door middel van moties, amendementen en wetsvoorstellen de kabinetsformatie openbaarder te laten verlopen. Deze opstelling veranderde toen de twee partijen de verkiezingen van 1994 wonnen en leidend waren tijdens de formatie. Dit was bij uitstek het moment om de langgekoesterde wens tot openbaarheid te verwezenlijken. Maar in plaats daarvan besloten PvdA en D66, dat openbaarheid ‘functioneel gezien moest worden’ ten behoeve van het sluiten van het regeerakkoord. De deuren gingen, onder de nodige kritiek van buiten, al polderend op slot.

Elster verklaart deze bewegingen met enig cynisme en concludeert: ‘When the strong bargain from strength, the weak argue from principles’. Partijen met een zwakke onderhandelingspositie zullen eerder terugvallen op het geven van principiële argumenten om op het gevoel van andere partijen en burgers in te spelen. Het geven van een principieel argument dat oproept tot openbaarheid kan dus het bereiken van invloed op het proces als eigenlijke doel hebben. Want bij een sterke onderhandelingspositie is invloed verzekerd en verdwijnen de principiële argumenten naar de achtergrond. Potentiele macht wint het van principes.

Er moet dus een verschil gemaakt worden tussen aan de ene kant het streven naar openbaarheid als principieel doel om de burger te betrekken bij het formatieproces en aan de andere kant het streven naar openbaarheid als middel om als politicus met een slechte onderhandelingspositie toch invloed uit te kunnen oefenen op het proces. Als de argumenten voor optie één gebruikt worden door politici om optie twee te bereiken en openbaarheid voor de burger niet het eigenlijke doel is, dan zal dit op den duur problemen opleveren. De relatie tussen kiezer en gekozene zal verder verstoord raken.

De kritiek ontstaat niet door wantrouwen in het formatieproces, maar wantrouwen voor de deelnemers aan het proces

Openbaarheid is geen doel op zich: het draait allemaal om vertrouwen. De vertegenwoordiging bevindt zich momenteel in de paradoxale situatie waarin gouden bergen beloofd moeten worden om voldoende stemmen te behalen voor een sterke onderhandelingspositie tijdens het formatieproces. In een opwaartse spiraal dwingen politici elkaar tot meer en meer beloftes, waar zij vaak bij de onderhandelingen afbreuk aan moeten doen. Het opgebouwde vertrouwen verdwijnt na de kabinetsformatie als sneeuw voor de zon. Zit het gebrek aan transparantie eigenlijk wel in de besloten onderhandeling? Of gaat men al de mist in bij de verkiezingsbelofte die nooit waargemaakt kan worden? Als politici willen investeren in het vertrouwen in de vertegenwoordiging, moeten zij niet nadenken over het proces van besloten kabinetsformaties, maar over de onhaalbare verkiezingsbeloftes die tijdens de campagne gemaakt worden.

De kritiek ontstaat niet door wantrouwen in het formatieproces, maar wantrouwen voor de deelnemers aan het proces. Als vertegenwoordigers aan de relatie tussen kiezer en gekozene willen werken, moeten zij beloftes zonder dubbele agenda maken. Propageer, als invloed je doel is, geen ideaal van openbaarheid, profileer je niet door je af te zetten tegenover een andere partij waar na de verkiezingen een coalitie mee gevormd wordt, en maak geen onhaalbare beloftes in de hoop een betere onderhandelingspositie te verkrijgen.

Het behalen van de meeste stemmen om daarna een ontevreden en wantrouwende kiezer te hebben door het niet nakomen van beloftes werkt uiteindelijk averechts. Niet de besloten onderhandeling, maar de onhaalbare verkiezingsbelofte speelt een hoofdrol in het wantrouwen. Wees transparant over afwegingen en informeer de kiezer over gemaakte keuzes. En kiezers, verkoop je stem niet voor de 1000 euro die Rutte je beloofde. Een kritische blik vooraf kan een hoop wantrouwen achteraf voorkomen!

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven