Odysseus & Nausicaa - Valentin Serov (bron: Wikimedia Commons)

De horizon van het verhaal

Julie Benschop-Plokker behaalde met het onderstaande essay de tweede plek voor de essaywedstrijd van #ikschrijf.

‘Zing van de man van de duizend listen, Muze, die zoveel/rondzwierf, nadat hij de heilige stad van Troje verwoest had/die van veel mensen zag hoe ze woonden en wist hoe ze dachten/die veel ellende kreeg te verduren op zee terwijl hij/vocht voor zijn leven en voor de thuiskomst van zijn vrienden (…) Zing de verhalen ook voor ons, Muze, dochter van Zeus en begin maar ergens.’

Met deze aansporing van de muze begint Homerus zijn epos over de Griekse koning Odysseus, die tien jaar vocht in de oorlog om Troje en die daarna tien jaar moest rondzwerven, in het ongewisse over zijn toekomst. De verhalen zijn drieduizend jaar oud, maar Odysseus is een held van alle tijden, die op zijn levensreis tijdloze avonturen beleeft. Steeds moet hij goed van kwaad, liefde van vijandschap onderscheiden en keuzes maken die niet alleen bepalend zijn voor zijn eigen lot, maar ook voor dat van zijn vrienden. Verlangend kijkt hij uit naar de horizon in de hoop dat daar zijn toekomst zal liggen, op Ithaka, het eiland van zijn geboorte.

Ook dit toekomstbeeld lijkt tijdloos. Aankomen op je bestemming, thuiskomen, terugkeren naar je oorsprong na een rijk en bewogen leven waarin je bent geworden wie je bent. Is dat niet een toekomstverlangen dat ook wij kunnen omarmen? Maar hoe geraken we aan die horizon? Hoe bereiden wij onszelf zo’n toekomst?

De mythe is door zijn vorm en inhoud een richtingwijzer op onze eigen levensreis

Zoals we het toekomstbeeld van Odysseus kunnen delen, zo kunnen we ons ook herkennen in zijn omzwervingen, moeilijkheden en overwinningen. Het verhaal nodigt ons uit om ons te verplaatsen, mee te leven, deel te worden van een wereld van nog onontgonnen mogelijkheden. Zo is de mythe door zijn vorm en inhoud een richtingwijzer op onze eigen levensreis. Hij wijst ons de keuzes waarvoor wij zelf staan, duidt onze twijfels en verlangens. Hij neemt ons mee op de weg naar voren doordat hij het mogelijke zichtbaar maakt. Door ons te verplaatsen ervaren we hoe de werkelijkheid er eventueel zou kunnen uitzien. De personages uit het verhaal komen tot leven doordat hun omstandigheden en hun reacties daarop de vorm krijgen van een aannemelijke mogelijkheid.

Ook de verhalen uit de christelijke traditie werken op deze manier en hebben mensen eeuwenlang houvast geboden om hun toekomst vorm te geven. Het autoritaire, godsdienstige kader waarin deze verhalen functioneerden hebben wij nu grotendeels losgelaten. Voor velen heeft de dwingende manier waarop er in de loop der eeuwen met de bijbel is omgegaan de ontvankelijkheid om met deze verhalen te leven bedorven. Dat is jammer, want ze verbinden ons in de letterlijk zin van het woord ‘religie’, ook zonder dat er van godsdienst sprake is. De verhalen dienen óns. Ze helpen ons om ons voor te bereiden op onze toekomst.

Dat geldt niet alleen voor bijbelverhalen, maar ook voor gedichten, sprookjes, rituelen en voor een mythe zoals de Odyssee. Al deze verhalen zijn een vertolking van de mogelijkheden waaruit de toekomst bestaat. Verbeeldenderwijs (in de meest letterlijke zin) stellen ze ons in staat iets mee te maken wat we persoonlijk (nog) niet doorleven, maar wat er toch is, als mogelijkheid. Door je met een verhaal te verbinden kunnen wij toekomst realiseren. Al lezend, luisterend, ervarend wordt de mogelijkheid waar.

In zijn grote werk De tijd en het verhaal benadrukt filosoof Paul Ricoeur het belang van het verhaal. Wij vertellen verhalen om grip te krijgen op de tijd, zegt hij. Daarin kunnen we het verleden vasthouden en het weer oproepen en kunnen wij verbeeldenderwijs grijpen naar de toekomst. Die verhalen over vroeger en later bepalen wie wij nu zijn.

‘Er is hier. Er is tijd/om overmorgen iets te hebben achtergelaten/Daar moet je vandaag voor zorgen/Voor sterfelijkheid’

Verhalen kunnen dus toekomst verbeelden, mogelijkheden tastbaar maken, waarin we wat nog komen moet kunnen doorleven. Ricoeur wijst echter tegelijkertijd op een ander belangrijk punt, namelijk dat de verhalen over ons verleden en onze voorstellingen van de toekomst vooral iets zeggen over ons leven nú en hoe daar wat van te maken. Je zou kunnen zeggen dat onze beelden over de toekomst óns maken, in plaats van dat wij de toekomst maken.

De vraag hoe wij iets van de toekomst maken, lijkt dus te betekenen: hoe geven wij vorm en inhoud aan ons leven hier en nu? Op zo’n manier dat wij ruim baan maken voor wat op ons toekomt enerzijds, en anderzijds een levenshouding ontwikkelend die perspectief, toekomst heeft (en geeft)?

‘Er is hier. Er is tijd/om overmorgen iets te hebben achtergelaten/Daar moet je vandaag voor zorgen/Voor sterfelijkheid’, verwoordt Herman de Coninck het in zijn gedicht De plek. Ook een gedicht vertelt een verhaal. Het is een poëtisch verband waarin mogelijkheden tot geboorte komen. Dit gedicht zet ons aan om ons de toekomst voor te stellen, of eigenlijk: ons naar die toekomst te verplaatsen en dan terug te kijken op wat nu voor ons ligt. Het vraagt ons na te denken over hoe we vandaag moeten leven op een manier die in de toekomst zinnig zal zijn gebleken.

Welke obstakels komen we tegen als we de weg naar voren willen openen waarlangs zin en betekenis op ons kunnen toekomen? Het gedicht geeft ook daarop een antwoord. De eerste strofe luidt namelijk: ‘Je moet niet alleen, om de plek te bereiken/thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken./Er is niets te zien, en dat moet je zien/om alles bij het zeer oude te laten.’

Verhalen, gedichten en rituelen zijn de vertolking van ons gezamenlijke verhaal

Om te beginnen moeten we dus loslaten. Dat klinkt ons, mindful-seculieren, bekend in de oren. Dan zien we niet langer wat we dénken te zien, wat we wíllen zien, maar maakt onze onbevangenheid ruimte voor wat op ons toekomt, om nú in onze werkelijkheid in te grijpen. Ruimte voor een manier van leven waarmee we iets vooruit stellen dat toekomst máákt, verwachting schept.

Ruimte ook om te ervaren dat het nooit om onze eigen toekomst alléén kan gaan. Toekomst bestaat immers niet los van anderen, plaatst ons in een verband dat zich horizontaal en verticaal uitstrekt. Het individu in het grotere verband van de samenleving, en de samenleving in het grotere verband van de geschiedenis, van wie voor ons waren en wie na ons komen. Wij zijn met elkaar deel van het verhaal van dit leven, van deze wereld, van onze geschiedenis en onze toekomst. Verhalen, gedichten en rituelen zijn de vertolking van ons gezamenlijke verhaal, het verhaal dat ons verbindt.

Ook de verhalen over Odysseus nemen ons ‘ik’ op in een ‘wij’. Wij kunnen meeleven met de vindingrijke man die altijd uitkomst weet, maar die als balling ver van huis zijn lot moet afwachten, ziek van heimwee naar zijn vaderland Ithaka. Wij kunnen ons verplaatsen in Penelope, de vrouw van Odysseus, die haar geliefde niet kan vergeten. Wij kunnen meevoelen met zijn zoon Telemachos, die in de schaduw van zijn afwezige vader moet opgroeien. Het epos laat ons deelnemen in het verhaal van nu en altijd. Het verhaal geeft ons toegang, tot de wereld, tot de ander, tot onszelf.

Als het om het scheppen van toekomst gaat, zijn de meest vruchtbare verhalen daarom de verhalen die een goed en menswaardig bestaan voor allen vertolken. Verhalen die in onze werkelijkheid, die daarvan zo ver is verwijderd, ingrijpen en onze houding van een noodlottige in een weerbare veranderen, ons aanzetten tot humane keuzes op politiek en maatschappelijk gebied.

Het zijn die verhalen die iets vooruit stellen, die toekomst máken. Ze scheppen een werkelijkheid door te doen wat ze vertellen. In een ritueel kunnen we dat bijvoorbeeld heel duidelijk ervaren. Zo schrijft filosoof Ger Groot over de viering van de eucharistie: ‘De priester geeft ieder van de gelovigen een stuk brood. Hierdoor ervaren zij zich als een gemeenschap en zien ze de wereld als een zinvolle, verloste werkelijkheid. Dankzij de voltrekking van het ritueel krijgt een onverschillig universum de gestalte van een bewoonbare wereld.’

Zing die verhalen ook voor ons, Muze, en begin maar ergens

Maar ook voor andere verhalen geldt dat zij een verandering in de werkelijkheid teweegbrengen. Ze creëren iets wat er daarvoor nog niet was: ‘Er is hier, er is tijd’. Het verhaal roept een werkelijkheid op, die de ‘echte’ werkelijkheid weerspreken kan. Die onze koers verandert (al is het maar minimaal). De werkelijkheid van deze scheppende woorden kan zelfs sterker blijken dan die welke zich willekeurig aan ons voordoet.

Dat kan doordat het verhaal ons deel laat uitmaken van hetgeen er plaatsvindt. We beseffen dat wat in het verhaal aan de orde is, van alle tijden en alle mensen is. De zeggingskracht ervan zet zich voort. We gaan participeren door ons in de verhalen te verdiepen, er samenhangen in te ontdekken en er betekenis aan toe te kennen, de consequenties ervan te trekken. Op die manier worden ze in je eigen leven werkelijkheid. Zo kunnen ze een beleving zijn waarin we buiten onszelf, naar voren gaan wijzen.

De betekenis ligt dan uiteindelijk niet ín of achter het verhaal, maar voor het verhaal uit, in de betekenis die wij er in ons leven aan geven, in de manier waarop het ingrijpt in onze werkelijkheid. Zulke verhalen hebben de toekomst.

Zing die verhalen ook voor ons, Muze, en begin maar ergens.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven