Still uit 'Mad Men' s02e07

De Kantiaanse invloeden in Mad Men

De Engelse schilder en dichter Dante Gabriel Rossetti (1828-1882) wijdde een groot deel van zijn leven aan het zoeken naar de Heilige Graal. Toen hij op een keer aan zijn studenten vertelde over zijn zoektocht, schijnt één van hen hem gevraagd te hebben: ‘But Mister Rosetti, when you have found the Holy Grail, what will you do with it?’.

Het werk van Kant krijgt pas gestalte zodra het zijn plaats vindt in de realiteit buiten zijn boeken.

Een meesterlijke en bovendien buitengewoon relevante vraag, die in breder perspectief bij zo ongeveer elk filosofisch onderzoek gesteld kan worden. Zeker niet in de laatste plaats bij Kant, de man die een lezer kan achterlaten met het gevoel dat een rijke theorie zich heeft uitgesponnen in zijn geest, zonder dat deze ergens enige aansluiting heeft met de concrete werkelijkheid. Kant formuleert zijn theorieën over het oordeelsvermogen, de zuivere en praktische rede, het Ding an Sich en de categorische imperatief tot je als lezer niet anders kunt dan jezelf de vraag te stellen: But what shall I do with it? Het werk van Kant, zonder nu in al te popculturele Slavoj Zizek-achtige taal te vervallen, krijgt pas gestalte zodra het zijn plaats vindt in de realiteit buiten zijn boeken. Vaak begrijp je Kant door middel van zo’n reëel voorbeeld zelfs beter dan na het doorspitten van zijn boeken. In de serie Mad Men komt een scene voor waarin het esthetische oordeel zoals deze volgens Kant geveld zou moeten worden perfect wordt uitgebeeld. Zie het filmpje en lees hieronder waarom.

Bert Cooper, de senior partner van het reclamebureau Sterling & Cooper, heeft een schilderij gekocht en opgehangen in zijn kantoor. Het bureau gonst ervan: zijn kantoor is bijna altijd op slot en niemand weet om wat voor schilderij het gaat. Vier medewerkers besluiten stiekem zijn kantoor binnen te gaan om te kijken naar het schilderij. Het is een Rothko: abstract expressionisme, vage rode vierkanten boven op elkaar gestapeld. Binnen het viertal ontwikkelt één persoon, Harry Crane - head of television, zich direct tot een anti-Kantiaan, terwijl een ander, Ken Cosgrove - account executive, zich ontpopt tot een ware Kant-adept.

Voor secretaresse Jane is het al gauw duidelijk. ‘It’s smudgy squares, huh? That’s interesting.’  Harry Crane, de anti-Kantiaan, formuleert direct two possibilities:

‘Either Cooper loves it, and you have to love it (...) Or he thinks it’s a joke and you’ll look like a fool if you’ll pretend to dig it’.

En terwijl Harry Crane op zoek gaat naar een brochure die mogelijkerwijs uitleg zou kunnen geven over dit schilderij, laat Ken Cosgrove zijn licht over de zaak schijnen.

‘I don’t think it is supposed to be explained. Maybe you’re just supposed to experience it.    ‘Cause when you look at it, you do feel something, right?’

Volgens Kant moet een zuiver esthetisch oordeel voldoen aan vier categorieën. De eerste is dat het subject moet kijken en oordelen vanuit een belangeloze blik. Belangeloos: daar ga je, Harry. Want Harry is verre van belangeloos – hij stelt zijn hele oordeel in het belang van de sympathie van zijn baas Cooper. Als tweede wordt een zuiver smaakoordeel mogelijk gemaakt door het vermogen je blik te vergroten. Iemand die een zuiver smaakoordeel velt moet in staat zijn zich de blik van anderen, of liever nog iedereen, in te kunnen beelden. Kant zegt: ‘Als iemand zich ervan bewust is dat zijn welgevallen in iets voor hemzelf zonder enig belang is, dan kan hij niet anders oordelen dan dat dit iets een grond van welgevallen voor iedereen moet bevatten.’

Een zuiver esthetisch oordeel is altijd bij uitstek een voorbeeld van een zuiver esthetisch oordeel.

Harry’s manier van oordelen, die op persoonlijk belang is gefundeerd, kan nooit aansluiting vinden bij zoiets universeels als een grond van welgevallen voor iedereen.

Maar hoe zit het met het oordeel van Ken Cosgrove? In hoeverre bewijs je jezelf als Kantiaan door zoiets vaags te zeggen als ‘you feel something’? Het is juist dat voelen wat hem het meest tot een Kantiaan maakt. Alleen iemand die belangeloos oordeelt, kan naast oordelen ook voelen, en een mens die voelt heeft bij uitstek toegang tot het a-priori gedeelte van zijn geest. En met a-priori wordt dan bedoeld: het gedeelte dat voor alle mensen hetzelfde is, het objectieve gedeelte, het gedeelte waarin kennis van eeuwigheid, tijdelijkheid, vergankelijkheid en anderszins universele menselijke waarden te vinden zijn. Kant noemt dit gedeelte van je geest de ‘sensus communis’. Een mooi kunstwerk heeft toegang tot deze sensus communis, en wordt daarom  - volgens Kant- automatisch door iedereen mooi gevonden. Dit is Kants derde esthetische categorie: het ervaren van schoonheid onttrekt zich aan het verstand en houdt zich op in het universele menselijke gevoel. You’re just supposed to experience it.

Er is nog een andere reden waarom Cosgrove zich in deze scene bij uitstekeen Kantiaan toont. Na zijn korte analyse van het werk van Rothko - ‘It’s like looking into something really deep. You could fall in.’ - vraagt art director Salvatore Romano: ‘Did someone tell you that?’. Cosgrove kijkt om en stelt: ‘How could someone tell you that?’ Hiermee sluit hij aan bij het standpunt van Kant, en daarmee hebben we meteen de vierde en laatste categorie van het esthetische oordeel te pakken, dat een esthetisch oordeel ‘exemplarisch’ is. Een esthetisch oordeel is intrinsiek  ‘voorbeeldig’; het heeft een voorbeeldfunctie. Je kan niet uitleggen hoe je de eeuwigheid in een werk van Rothko kan zien, zonder dat specifieke werk erbij te betrekken. Een zuiver esthetisch oordeel is altijd bij uitstek een voorbeeld van een zuiver esthetisch oordeel. Dit klinkt misschien ontzettend logisch, maar het is minder logisch dan je wellicht vermoedt. Denk maar eens aan cirkels: bij benadering zijn alle cirkels verschillend, en er zijn maar weinig cirkels die kunnen doorgaan voor een cirkel van exemplarische aard. Bij een zuiver esthetisch oordeel is dit dus wel het geval. No one could tell you that.

Als Henry Crane later plaatsneemt in het kantoor van Cooper, begint hij over de Rothko.

‘It’s very modern. Mark Rothko, I’ve read about him.’

‘And?’, vraagt Cooper.

‘What do you think about it?’

‘Nobody has ever asked me that’, zegt Cooper. ‘Probably because it’s none of their business.’ 

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven