De Matthäus Passion en transitie: een eeuwige dialoog

Interviewer: “Bent u het er mee eens dat de Matthäus Passion het grootste werk is uit de muziekgeschiedenis?” Pablo Casals: “Daar ben ik het duizend keer mee eens.”

Met het verhaal over de laatste dagen in het leven en de kruisiging van Jezus Christus als basis schept Johann Sebastian Bach één van de meest besproken, geliefde, maar ook zeer complexe werken uit de westerse muziekgeschiedenis.

Ondanks talloze transities in de 300 jaar wereldgeschiedenis sinds zijn première, in het bijzonder de secularisatie van de samenleving, blijft de Matthäus Passion gekwalificeerd als ‘meesterwerk’. Gedurende de twintigste eeuw heeft zich vooral in Nederland een ware cultus ontwikkeld rondom de uitvoeringen: ‘de Matthäus Passion maakt deel uit van het collectieve bewustzijn van Nederland.’ Hoe kunnen we de Matthäus Passion in een focus zetten die de veronderstelde meesterlijkheid en de historische omstandigheden in de tijd van Bach met elkaar verenigen en wat is de motivatie voor de intensieve (wetenschappelijke) interesse in het stuk? Met veelal aan de borreltafel geventileerde opvattingen als: ‘de Matthäus is universeel’ komen we niet verder. Hoewel het predicaat maar door weinigen in twijfel zal worden getrokken is het niet écht een verklaring. Want wat dan precies universeel aan de Matthäus Passion is, is nu eigenlijk het hele punt van de vraag. Mijn antwoord, vooral geïnspireerd op ideeën van musicoloog John Butt, is: de eeuwige dialoog.

De eeuwige dialoog is wat de Matthäus Passion universeel maakt

Voor de muziek die Bach inzet om het verhaal muzikaal te vertellen en illustreren, trekt hij alles wat  tot zijn beschikking staat uit de kast. Hij gebruikt  twee muziekensembles (twee koren en twee orkesten) die een onderlinge muzikale dialoog vormen. Daarnaast zijn er de onderbrekingen van de gebeurtenissen uit het evangelie van Matthäus door aria´s en koralen die zorgen voor reflectie. Zowel in vorm (dansen, aria’s, recitatieven etc.), in compositietechnieken (fuga´s, homofoon gezette koraalzettingen) en in bezetting (instrumenten) gebruikt hij de gehele muzikale staalkaart. Door keuzes en combinaties uit die staalkaart te maken is het resultaat een grote muzikale diepzinnigheid vol verborgen symbolen. Met de Matthäus zorgt Bach voor een eclectische samenkomst van de ideeën over het menselijk bestaan in het begin van de achttiende eeuw. Veel van de geheimen ontsluiten zich pas met kennis over muziek in combinatie met andere vakgebieden. Maar wat het muzikale idioom zo aantrekkelijk maakt is de toegankelijkheid ervan voor iedereen. Er zijn lagen voor gevorderden waarbij een uitgebreide muziektheoretische kennis over contrapunt, ritme en harmonieleer vereist is, maar ook voor een muzikale ‘leek’ is het stuk vol van verborgen boodschappen die ervoor zorgen dat de beleving meebeweegt met een groeiende muzikale kennis. Er vindt een muzikale dialoog plaats met de uitvoerende en de luisteraar.

“Niet alle musici geloven in God maar ze geloven wel allemaal in Johann Sebastian Bach”

Ook dit jaar sta ik, als atheïst, weer met enig ongemak te zingen: ‘Was mein Gott will, dass g’scheh allzeit, sein Will der ist der beste’. Eén van de boegbeelden van het atheïsme, Richard Dawkins, worstelt ook duidelijk met zijn liefde voor Bach. Hij vraagt zich af welk resultaat het had gehad wanneer Bach een andere inspiratiebron dan de Lutherse Bijbel had gebruikt voor zijn grootste composities. Dawkins vervalt hier in een niet echt bruikbare ‘als…dan’-manier van denken. Dat nu juist deze compositie subjectiviteit van het individu verheft naar een nieuw niveau, biedt kansen voor herinterpretatie.

Er vindt een muzikale dialoog plaats met de uitvoerende en de luisteraar

Die subjectiviteit vinden we terug in de vorm van de teksten die de dichter Picander schreef voor aria’s en koren. Naast de toonzetting van deze delen selecteerde Bach zelf koralen uit het liedboek die ook op het verhaal reflecteren. De intentie was om het Bijbelverhaal persoonlijk te maken en daardoor het verhaal intenser te beleven tijdens de dienst op goede vrijdag waarvoor de passie is geschreven. Het mag duidelijk zijn dat dit een theologische drijfveer had, maar heeft als resultaat dat het de liturgische betekenis ontstijgt.

Bij iedere gebeurtenis uit het evangelie destilleren Bach en Picander het affekt (een gemoedstoestand) waarin zij de luisteraar willen brengen. Juist door die achttiende-eeuwse retorische benadering  maken ze het verhaal menselijker. Met God en de verlossing van de mensheid door zijn zoon kan ik weinig als atheïst - met troost, mededogen, haat en verlangen wél.

Hoewel ik mij afvraag of Jaap Goedgebuure weleens naar de teksten van de muziek op de EO jongerendag heeft geluisterd snap ik zijn volgende sentiment volledig: ‘Wat ons kromme tenen en jeukende haarwortels bezorgt, veroorzaakte het bij verstandige en weldenkende achttiende-eeuwers een schier extatische ontroering en de daarbij behorende stroom van tranen, die ongegeneerd in het openbaar werd vergoten.’ Misschien kunnen we dat idee over smaak het beste parkeren, want de intentie erachter zorgt voor het indrukwekkende element binnen deze Passie: de artificiële en subjectieve delen. Ontstaan uit het theologische piëtisme met als doel het evangelie dichterbij het individu te brengen, voor mij als atheïst het middel om verbinding te maken met het stuk als mens met aardse emoties.

De Matthäus Passion kleurt zich als een kameleon naar de tijdsgeest

De Matthäus vinden we een meesterwerk, niet vanwege een specifieke culturele inhoud of betekenis (of een overstijgende waarheid die los staat van menselijke bekommeringen) maar eerder vanwege de manier waarop verschillende elementen zich tot elkaar verhouden door de tijd heen. Het is dit spel van verschillende onderdelen dat zorgt voor een soort ‘anker’ met de mogelijkheid erop te reflecteren het te interpreteren en er een breed scala van betekenis en geloof aan toe te kennen. Dit verklaart de enorme verscheidenheid aan benaderingen door de eeuwen. Een interdisciplinaire benadering laat zien hoe en waarom het stuk tot ons blijft spreken. De Bach-onderzoeker is dus het liefst musicoloog, theoloog, literatuurwetenschapper, historicus, psycholoog en socioloog.

De Matthäus heeft zich in 2015 deels aan zijn theologische boodschap onttrokken, maar richt zich naar wat men ‘universeel’ noemt aan de borreltafel: het spanningsveld tussen waarheid en fictie, natuurlijk en artificieel, een confrontatie die de religieuze waarheid behoorlijk vertroebelt. Van belang is dus dat het niet de "Matthäus Passion" is die in een transitie verkeerd maar alles eromheen. Zoals een kameleon zelf niet verandert, maar de omgeving ervoor zorgt dat wij hem anders waarnemen, terwijl hij in essentie uit exact dezelfde cellen bestaat. De aanpassing aan zijn omgeving is een intrinsieke kwaliteit van de kameleon. Er is een continue transitie in beleving, uitvoering en bestudering van de Matthäus Passion door de veranderende achtergrond van de tijdsgeest. Ondertussen blijft de 300 jaar oude inkt in dat gekalligrafeerde handschrift van Bach onveranderd.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven