Wikimedia Commons

De mens als God. De actualiteit van Anatolij Vasilevič Lunačarskij

De 21e-eeuwer is gepokt en gemazeld in het denken in tegenstellingen. Hoewel ‘de moderniteit’ onderhevig is aan vele en uiteenlopende interpretaties, lijkt de volgende paradox in de afgelopen 250 jaar een terugkerend en kenmerkend probleem te vormen bij het creëren van individuele of collectieve zingeving. Enerzijds is de mens stapsgewijs uit het centrum van het bestaan verwijderd (door Copernicus en Darwin) en is hem zelfs zijn eigen handelingsvermogen afgenomen (Freud). Anderzijds is in de afgelopen eeuwen een reeks pogingen gedaan om de mens te emanciperen van zijn materiële omgeving en (hernieuwde of naar het verleden teruggrijpende) betekenis te geven aan het bestaan.

Uit deze laatste groep kunnen talloze (in)fameuze politieke, filosofische en religieuze voorbeelden gegeven worden. Het is echter interessanter om te bezien hoe juist geschipperd is tussen deze twee botsende ontwikkelingen. Typisch voorbeeld van een denker die zich onderwierp aan de fundamentele spanning tussen de mens als onderdeel van een dogma en het idee van zelfbevrijdend wezen is de in Oekraïne geboren marxist Anatolij Lunačarskij (1875-1933). Samen met Maksim Gorkij en Aleksandr Bogdanov ontwikkelde hij de idee van de Mensgod (in het Russisch Bogostroitel’, letterlijk ‘Godbouwer’). Sterk beïnvloed door Ludwig Feuerbach's idee van een religieus falsches Bewusstsein keerde Lunačarskij het in de Russisch-orthodoxe traditie gewortelde ideaal van de Godmens of Godzoeker (Bogoiskatel’, het binnentreden van de Heilige Geest in het lichaam van de gelovige) om. De mens zélf is de ontvouwde geest. Lunačarskij verviel aan de hand van deze omkering niet in atheïsme, maar in een cultus van menselijke zelfverheerlijking. De mens van de toekomst zou volgens hem zo superieur zijn, dat hij de facto God is. Middels wetenschap zou de mens tot Bijbelse wonderen in staat zijn. Het ideaal van de Mensgod ontstond in het eerste decennium van de twintigste eeuw, in de context van scheuring binnen het Russische marxisme (tussen bolsjewieken en mensjewieken), een voor Rusland desastreus verlopen oorlog met Japan en de voor de marxisten mislukte revolutie van 1905.

Lunačarskij had een drietal motieven voor zijn poging om het marxisme van een spiritueel fundament te voorzien. Ten eerste was het overgrote gedeelte van de Russische bevolking boer. Het idee van een Mensgod zou wat betreft terminologie beter aansluiten bij de religiositeit van de Russische boer. Ten tweede kleeft aan Lunačarskij’s theorie het ideaal van de onsterfelijkheid van de mens. De cultus van de mens overstijgt immers de aardse cyclus van geboorte en sterfte. Aansluitend op het eerste motief wilde Lunačarskij ten slotte een emotionele kant aan het eenzijdig koude en mechanische marxisme toevoegen.

Met deze ‘socialistische religie van de mens’ keerde Lunačarskij zich niet alleen af van de orthodoxe kerk, maar ook van de gangbare opvattingen van het Russisch marxisme

Met deze ‘socialistische religie van de mens’ keerde Lunačarskij zich niet alleen af van de orthodoxe kerk, maar ook van de gangbare opvattingen van het Russisch marxisme, verwoord door Georgij Plechanov.  Volgens Plechanov zou met het verdwijnen van religieuze doctrines namelijk ook de religieuze mentaliteit verdwijnen. Volgens Lunačarskij was het religieus denken te complex om als een ‘verkeerde uiting’ platgewalst te worden door de klassendialectiek.

Het idee van bogostroitel’ is onlosmakelijk verbonden met de Duitse filosofische traditie. Op hun eigen wijze hebben Hegel, Feuerbach, Marx en Nietzsche sterke invloed gehad op de Godbouwers. De idee van een van God bevrijdde mens is anderzijds sterk geworteld in de Russische populistische en nihilistische traditie. Het ideaal van een nieuw menstype stond al centraal in Ivan Turgenev’s Vaders en zonen en vooral in het sterk aan te raden Wat te doen? van Nikolaj Černyševskij.

De opvattingen van Lunačarskij zijn bijna onlosmakelijk modernistisch

De opvattingen van Lunačarskij zijn bijna onlosmakelijk modernistisch. Hij breekt de oude zingeving immers af en bouwt middels het haast technologische mechanisme van constructie en reconstructie een nieuwe op. Waarin schuilt de actualiteit van deze relatief onbekende en verguisde (Lenin vergeleek zijn opvattingen met mystiek en pornografie, namelijk een symptoom van intellectuele decadentie na een mislukte revolutie) denker? Het denken in extremen, tegenstellingen en ogenschijnlijk totale oplossingen voor ogenschijnlijk totale problemen is in het huidige politieke en maatschappelijke klimaat niet verdwenen. De door sommigen uitgeroepen dood van ideologieën heeft niet geleid tot een versoepeling of nuancering van de wereld. Hoewel de opvattingen van Lunačarskij tevens als zeer totaal en utopisch beschouwd kunnen worden wilde hij afrekenen met iets wat een eeuw later nog steeds een centraal probleem vormt: de eenzijdigheid, het primaat van tegenstellingen en het gebrek aan flexibiliteit van het menselijke categoriseren.  In een cultuur waarbinnen politiek en economisch labelen meer regel dan uitzondering dreigt te worden brengt Lunačarskij’s kritiek op het marxisme een aantal problemen in kaart. Ondanks dat Lunačarskij geen realistische oplossingen biedt, maakt dit hem juist door deze profetische blik geen filosofisch fossiel.

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=-T9ZdV5TY1c&feature=related]

Verder lezen

George L. Kline, Religious and Anti-religious Thought in Russia (Chicago 1968)

http://russiapedia.rt.com/prominent-russians/politics-and-society/anatoly-lunacharsky/

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Ha Thomas!

    Bedoelt Lunacarskij dat de mens zelf God (of de hand van God) is of dat God de mens (tijdelijk) binnentreden kan? En is er een keuze aan de kant van de mens om God's wil wel of niet ten uitvoer te brengen? En wat is de rol van de staat wanneer de mens Goddelijk wordt?

    "De mens van de toekomst zou volgens hem zo superieur zijn, dat hij de facto God is. Middels wetenschap zou de mens tot Bijbelse wonderen in staat zijn." Ergens lijkt dat laatste nu het geval te zijn: de mens is in staat tot dingen die voor alle generaties voor ons als wonderen zouden gelden. We kweken embryo's, zijn op de maan geweest, schieten onzichtbare deeltjes rond, genezen allerlei ziekten, hebben zonlichtgedreven auto's en vechten met onbemande vliegtuigen. Wat ik interessant vind, is dat we ondanks al deze technologische vooruitgang evolutionair gezien dezelfde wezens zijn die 20.000 jaar geleden met een stok achter konijnen aanholden. Dat roept de vraag op of er een punt komt waarop we een samenleving hebben geschapen die voor de individuele leden niet langer grijpbaar is. Voor mijzelf sprekend is dat nu al het geval: ik bevat maar een fractie van alles wat wij als mensen kunnen en doen. Allemaal rennen we in ons eigen veld zo hard wij kunnen, als Godbouwers. Maar behalve dat vooruitrennen lijkt er niet echt een plan te zijn.

    Misschien hoeft zo een plan ook niet, misschien is zo een plan zelfs gevaarlijk. Maar misschien zou het goed zijn wanneer we meer vooruit zouden blikken. Niet om totale oplossingen of totale problemen uit te roepen, maar wel om risico's en kansen te voorzien. Ik ben er niet van overtuigd dat de optelsom van het individuele handelen van mensen per se leidt tot iets Bijbels.

  • He Bruno, dank voor je reactie!

    Nee,Lunačarskij bedoelt expliciet dat de mens God wordt en niet andersom. De God die de menselijke geest binnentreedt is juist sterk geworteld in de traditie van het Russisch-orthodoxe christendom (de Godzoeker). In deze traditie is een christen iemand die God in zich draagt. Deze idee keert Lunačarskij juist om. Lunačarskij's these staat los van een al bestaande God. Het goddelijke in zijn toekomstvisie is utopisch, iets nog niet nieuws in het menselijke denken. De keuze voor of tegen God's wil is dan ook geen kwestie binnen zijn 'mensreligie'. Keerzijde aan deze gedachte is natuurlijk wie de invulling van een dergelijk geloof bepaalt. Is deze strikt persoonlijk of collectief? Gezien zijn politieke voorkeur staat Lunačarskij eerder het laatste voor.
    Goede vraag over de staat. Hier laat Lunačarskij zich niet expliciet over uit, maar conform het marxisme zal de staat zich ook in Lunačarskij 's utopische fase opheffen. Als de mens God is en de arbeider volledig geëmancipeerd is een staat overbodig.
    Je snijdt een interessant actueel element aan. Ik ben het zeker met je eens, maar wil wel toevoegen dat die modernisering zeer tegenstrijdig werkt op het bestaande toekomstbeeld in de huidige tijd. Want enerzijds grijpen mensen de technologische (maar ook politieke) ontwikkelingen aan om te stellen dat de wereld of geschiedenis 'af' is. Anderzijds zorgt de toenemende ontmythologisering van de wereld voor een besef dat er nog zoveel te ontdekken valt. Als ik bijvoorbeeld kijk hoe het internet zich de afgelopen tien jaar heeft ontwikkeld, dan wordt ik duizelig bij de gedachte over hoe het over een halve eeuw gesteld moet zijn. Hoewel dit onbehagen niet per se in utopisch denken hoeft om te slaan, versterkt het wel het idee dat het project dat de wereld over zichzelf heeft afgeroepen geen einde kent. Overigens komt deze tegenstelling in het denken van Lunačarskij niet voor, die geloofde immers heilig in een bereikbare eindfase van de wereld.
    Met je laatste opmerkingen over hoe tegen de toekomst aan te kijken ben ik het ook eens, maar zijn met een pragmatisme vervuld dat bij Lunačarskij geheel niet voorkomt. Het pragmatische bij hem zit hem erin om het marxisme aan te vullen en aantrekkelijk te maken, niet om de rigide marxistische toekomstvisie te nuanceren of pragmatischer te maken.

    Hoop zo het een en ander verhelderd te hebben of je anders nog wat verder aan het denken te zetten.

    Hoop ook dat je het nog altijd goed hebt daar? Ik hoop het allemaal van je te horen weer in Nederland.

    Groet

    Thomas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven