Wikimedia Commons

De nieuwe elite?

Gelukkig zijn er nu even geen verkiezingen. Want hoewel alle duiding en opinie interessante perspectieven op politiek en de samenleving voortbrengt, brengt deze stortvloed aan meningen direct ook veel frustratie met zich mee. Nooit lijken de verschillen tussen links en rechts zo groot, is de stemmer zo erg aan het zweven en nergens is de kloof in de maatschappij dieper. Althans, dat is wat er in de media naar voren komt. Verkiezingen lijken nou eenmaal om tweedelingen te vragen.

Telkens wordt er beweerd dat de tweedeling tussen de elite en het volk (of ‘de gewone burger’ of ‘de maatschappij’) toeneemt. Maar is dat wel zo? Of wordt de kloof alleen maar anders gedefinieerd? Religie, cultuur, kennis, klasse, opleiding en inkomen worden opeenvolgend aangehaald om de elite aan te duiden, maar deze verschillende variabelen leveren geen bewijs voor een opkomende of vergrootte kloof in de samenleving. Door de kloof op een andere manier te definiëren lijkt er telkens sprake te zijn van een vergrote tweedeling. De afstand wordt niet per se groter of kleiner, maar krijgt telkens een andere naam.

Het bestaan van concurrerende elites kan daarom ook alleen maar schijn zijn.

Ongeveer twee jaar geleden werd ons wederom voorgelegd hoe en waarom de kloof tussen elite en maatschappij zich manifesteert. In het boek ‘Diplomademocratie[1] stellen Mark Bovens en Anchrit Wille dat het opleidingsniveau de kloof tussen de elite en ‘het volk’ bepaalt. Het politiek proces wordt meer en meer gedomineerd door hoger opgeleiden, terwijl de lager opgeleiden uit het politieke ambt verdwijnen.

Ook Robert Putnam schreef dat de hoger opgeleide een steeds grotere rol zal krijgen in de nieuwe elite. Deze wordt gevormd door de specialist in de intellectuele technologie: de wetenschapper is aan de macht.[2] Deze twee publicaties laten zien dat elk decennia de elite ander wordt gedefinieerd. Opmerkelijk genoeg bepaalt de elite zelf het dominante criterium vanuit welk perspectief de samenleving wordt beschreven en welke kenmerken naar voren worden geschoven om de tweedeling in de samenleving te beschrijven.

Het lijkt nu al behoorlijk passé om een sticker met ‘linkse hobby’ op je bakfiets of Mac te plakken, maar een luttele twee jaar geleden was deze geuzennaam aanzienlijk populair om je te onderscheiden van SBS6-kijkend Nederland. Door jezelf bewust in de groep van de culturele elite te plaatsen ga je aan een bepaalde kant van de samenleving staan. Zo kan met elk kenmerk opnieuw een kloof – al dan niet uitgehold of verkleind – expliciet worden gemaakt en daarmee in het leven worden geroepen. Door te appelleren aan specifieke kenmerken van een groep wordt een dichotomie gecreëerd die een kloof schijnbaar dieper laat lijken. Door een sticker met ‘linkse hobby’ op je Macbook te plakken eigen je je kenmerken toe, plaats je jezelf daarmee in een bepaalde groep en ontzeg je de rest van de samenleving deze kenmerken. Zonder linkse of rechtse hobby’s dus ook geen kloof.

Door jezelf te definiëren bepaal je ook direct de ander.

Dit is uiteraard de aard van definities. Zolang je een begrip zelf kunt definiëren is het mogelijk ook de wereld op de gewenste manier te beschrijven. De kloof in de maatschappij wordt daarom onder meer bepaald door de elite zelf. Afhankelijk van hoe zij zichzelf graag gerepresenteerd zien, bepalen ze uit welke tweedeling de samenleving bestaat. Dit kan te zien zijn bij Putnam die stelt dat zijn eigen beroepsgroep de toekomst in handen heeft en bij die sticker op je Macbook. Door jezelf te definiëren bepaal je ook direct de ander.

Echter, in wezen verandert de elite niet door zichzelf anders te definiëren. Een elite draagt altijd sociaal kapitaal met zich mee dat gekenmerkt wordt door culturele, politieke en economische factoren en hetgeen ze tot elite maakt. Verschillende sociale contacten binnen dit netwerk zorgen voor diverse kenmerken om een elite te kunnen definiëren. Door één enkel criterium te kiezen om de kloof te beschrijven wordt er een onvolledig beeld gevormd van de samenleving. Ogenschijnlijk verschillende elites onderscheiden zich met minieme kenmerken van de rest van de samenleving en trachten daarmee de macht naar zich toe te trekken, al dan niet bewust. Het bestaan van concurrerende elites kan daarom ook alleen maar schijn zijn. De elite heeft als netwerk een bepaald sociaal kapitaal wat het al naar gelang haar belangen in kan zetten.

Deze verbanden tussen de elite, macht en definities zijn wellicht zelfevident, maar de media zou deze bloot moeten leggen als ze weer verwijzen naar die diepe kloof in de samenleving. Om gebeurtenissen en feiten te verklaren zouden de media er goed aan doen om onderliggende structuren door middel van een meer opiniërende en analyserende insteek aan de kaak te stellen. Zo zegt het goochelen met definities van een elite en ‘het volk’ wel degelijk iets over de emoties die leven tijdens verkiezingen. Als deze nu eens echt onderzocht zouden worden, zou dit ons hopelijk meer kunnen vertellen over veranderingen in onze samenleving. Niet het feit dat er een elite en ‘de ander’ is, is direct interessant, maar door wie en op welke manier deze wordt gedefinieerd.


[1] Mark A.P. Bovens en Anchrit Wille (2011), Diplomademocratie:over de spanning tussen meritocratie en democratie. Amsterdam: Bert Bakker

[2] Robert D. Putnam (1976), The Comparative Study of Political Elites. New Jersey: Prentice Hall

Gerelateerde artikelen
Reacties
1 Reactie
  • Arjan Miedema,

    Als dit stuk bedoeld is om de lezer totaal verward het kerstreces in te sturen dan is dat bij mij gelukt...

    Stelt de auteur voor om in plaats van te focussen op 1 kenmerk, altijd alle verschillen tussen groepen mee te nemen in de analyse om zo telkens tot een compleet en afgewogen vergelijking te komen? En dit moet de media doen? In verkiezingstijd?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven