Flickr / Alexis Bellido

Nederland doet onbegrijpelijke stap terug met nieuwe opiumwet

Aan de nieuwe Opiumwet is werkelijk niets te ontdekken dat ook maar enige voeling heeft met de realiteit, de wens om een veilige samenleving of een intelligente politiek die Nederland de progressieve voortrekkersrol teruggeeft die het altijd heeft gehad.

Bij de plaatselijke Intratuin moet de puber achter de kassa nu gaan inschatten of iemand op het punt staat een hennepkwekerij aan te leggen

Sinds begin deze maand is de Opiumwet uitgebreid. Aan de wet, die kortgezegd reguleert welke drugs wij stiekem gebruiken en welke op een terras, wordt een belangrijk artikel toegevoegd. In artikel 11a worden nu ook ‘handelingen ter voorbereiding van illegale hennepteelt’ strafbaar gesteld. Tot nog toe was alleen het kweken van hennep op grote schaal illegaal. De toevoeging impliceert bijvoorbeeld dat zogenaamde growshops van de ene op de andere dag strafbaar zijn, omdat zij willens en wetens spullen verkopen die nodig zijn bij het kweken van wietplanten.

Intussen blijft de coffeeshop legaal, zij het met een leeftijdsgrens. Kortom; de tegenstrijdigheid in het beleid van een legale voordeur en een illegale achterdeur wordt alleen maar scherper, en waarschijnlijk nóg moeilijker te handhaven. Ons gedoogbeleid is altijd al ambigu geweest. Wietpas of niet; vliegtuigen vol jonge toeristen komen naar Amsterdam om wiet te roken die in gezellige barretjes wordt geserveerd door iemand die qua kennis van zijn waar vaak niet onderdoet voor een sommelier. Alleen waar sommeliers hun wijnen in alle openheid kunnen inkopen, gaat het er aan de leveranciersingang van de coffeeshop heel anders aan toe. Al zo lang als Nederland beroemd is om de wiet, wordt er gediscussieerd over het vreemde gedoogbeleid, waarin wiet wel gekocht en gerookt mag worden, maar niet gekweekt op een schaal die de vraag kan evenaren.

Voor de verscherping van deze wet is werkelijk geen zinnige verklaring te bedenken

Nederland diende lang als progressief voorbeeld voor de hele wereld. Inmiddels is in bijvoorbeeld Uruguay, maar zelfs in de Amerikaanse staten Washington, Alaska (!) en Colorado recreatief gebruik van cannabis decriminalized. En dan ook volledig; het gehele productie- en gebruiksproces is daar legaal. Onlangs legde de burgemeester van Washington D.C., Muriel Bowser, haar richtlijnen voor de legalisering van marihuana voor aan de inwoners van haar stad. Zij stelde de tegenstanders hierbij gerust; ‘D.C. zou – god verhoede – géén Amsterdam worden’. De Nederlandse Ambassade in Washington zag zich genoodzaakt te reageren en zette onder andere in een fijne infographic uiteen wat nou werkelijk de verschillen zijn tussen Amsterdam en Washington. En wat blijkt? Niet alleen hebben wij in Amsterdam meer fietsen en musea, ook blijken wij er een veel strenger marihuanabeleid op na te houden. Met het jongste addendum van de Opiumwet wordt dit beleid alleen maar stringenter.

De toevoeging aan de Opiumwet zorgt er niet alleen voor dat expliciete growshops ineens zonder vergunning komen te zitten, maar ook dat bijvoorbeeld tuincentra geacht worden het te melden als een klant opvallende aankopen doet. En dat op straffe van drie jaar cel bij nalatigheid. Bij de plaatselijke Intratuin moet de puber achter de kassa nu gaan inschatten of iemand op het punt staat een hennepkwekerij aan te leggen of gewoon een hele grote vijver. En daar vervolgens de klant ook op aanspreken. Om een KvK-nummer vragen, en bij twijfel zelfs de aankoop te weigeren. Kortgezegd wordt het strafbare gebied veel groter; niet alleen aan de achterdeur van de coffeeshop en onder daken waar verdacht weinig sneeuw op ligt kunnen illegale praktijken aan de gang zijn, ook in de rij bij het tuincentrum kan ieder moment een laaglands drugskartel worden opgerold. Daarnaast stijgt het aantal mogelijke delinquenten ook; ja, de Intratuin-puber en zijn baas zijn verantwoordelijk. Zij kunnen strafbaar gesteld worden als zij ‘willens en wetens’ hebben meegeholpen aan grootschalige hennepteelt.

Voor de verscherping van deze wet is werkelijk geen zinnige verklaring te bedenken. Uit onderzoek, bijvoorbeeld over de verschillen tussen Nederland en de VS – de VS van vóór de legalisering, that is -, blijkt bijvoorbeeld dat in landen waar het drugsbeleid relatief soepel is, domweg minder drugs gebruikt worden. Een aanscherping van de Opiumwet kan dus niet tot doel hebben drugsgebruik terug te dringen.

Hoe gaat de politie dit handhaven als ze amper in staat is de sneuste foute dealer ooit te traceren?

Zou artikel 11a er dan voor zorgen dat we de hennepteelt, het verkopen en het gebruiken van wiet makkelijker kunnen reguleren? Onwaarschijnlijk. Zoals eerder gezegd wordt de groep mogelijke delinquenten veel groter, en worden gewone winkeluitbaters in de criminaliteit gedwongen door een arbitraire verschuiving van de lijn tussen goed of fout. Hoe gaat de politie dit handhaven als ze amper in staat is de sneuste foute dealer ooit te traceren?

Je zou ook nog kunnen bedenken dat de staatskas gebaat is bij nieuwe wetgeving. Maar ook die verklaring schiet tekort; juist door de wet óm te draaien zou Nederland er financieel iets mee opschieten. Als het gehele productie- en gebruiksproces legaal zou zijn, zouden we keurig accijns kunnen heffen op de verkoop en kan een kweker gewoon een boekhouder nemen en zijn BTW en inkomensbelasting gaan afdragen. Een klassiek geval van ‘geen gezeik, iedereen rijk’.

Hebben wij, Nederlanders, na ons hoongelachom de zinloze Amerikaanse War on Drugs, het onderspit gedolven door het liberale beleid de nek om te draaien? Is de overheid gezwicht voor inhoudsloze symboolpolitiek? Het lijkt erop.

Gerelateerde artikelen
Reacties
3 Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven