Flickr / Marcel Oosterwijk

De onhoudbare omroep

Onder artsen bestaat een motto dat luidt: “use it or lose it”. Het gaat dan voornamelijk om organen (magen, alvleesklieren, prostaten). Ik begreep laatst van mijn fietsenmaker dat het ook geldt voor rijwielen die jarenlang in de tuin staan te verroesten. En als we de afgelopen jaren aan bezuinigingen en hervormingen in de Nederlandse cultuursector bezien, lijkt er ook voor macht en invloed een use it or lose it-principe te bestaan.

Met het aantreden van kabinet Rutte I in 2010 werden kunstenaars bruut uit hun warme, gesubsidieerde niche geschopt. Ze moesten zich maar in leven houden door middel van de gunsten van het grote publiek: geen publiek, geen gunst, geen kunst.

Dat beleid was onomkeerbaar. Begin dit jaar sloot een aantal theaters voorgoed zijn deuren. Muzikanten die nu hun orkest moeten verlaten, gaan ergens anders heen. Als over een aantal jaar, onder de vlag van een andere premier, de geldkraan weer wordt opengedraaid komen die niet zomaar weer terug. Het is dus, kortom, allemaal heel erg.

De versimpeling van de omroepen ligt volledig in lijn met hun genadeloze korting.

Vreemd genoeg heeft Ruttes optimistische slachtpartij in de Nederlandse cultuursector nooit geleid tot een uitgebreide discussie over de vraag: hoe heeft dit plaats kunnen vinden?

Er is gepraat over wie het heeft gedaan: de filistijnse boekhouders van de VVD, de boerenkinkels van het CDA en de revanchistische PVV’ers – kortom – het cultuurbarbaarse deel van het land. Er werd wel gepraat over de inhoudelijke argumentatie: ze hadden ook wel een beetje gelijk, die theaterzalen en musea konden wel wat meer publiek gebruiken.

Niemand had het echter over het hoe.

Zo kan het gebeuren dat onder Rutte II, waar het CDA en de PVV geen enkele rol meer in spelen, een tweede afbraak in de Nederlandse cultuur plaats gaat vinden: die van de publieke tv-omroep. Staatssecretaris Dekker kondigde aan dat de omroepen 30% minder budget krijgen en dat er een nieuw toetsingskader komt, bestaande uit de nogal vage termen die men bovendien liever niet door politici laat definiëren: “originaliteit” en “kwaliteit”. Dat is mooi, iedereen is voor “kwaliteit”, maar ik denk dat de 30% minder budget de grote klapper is in deze kwestie.

Dat is toch vreemd? De publieke omroepen hebben toch inhoudelijk netjes geluisterd naar de roep om versimpeling? Dat zeurderige Netwerk is allang niet meer op de buis, Clairy Polak mag alleen nog op zondag op tv en een muziekje draaien in de ochtend op radio 4, de Telegraaf heeft inmiddels haar eigen kanaal gekregen, net als GeenStijl. Het verdomd goed geïnformeerde NOVA is vervangen voor Nieuwsuur, een programma dat feitelijk het format van Talpa’s glorieus gefaalde NSE volgt (Weet u nog? Dat was met Harmke Pijpers en Beau). Laatst hoorde ik iemand in Goede Tijden Slechte Tijden het woordje “desinfecteren” gebruiken. Dat was er op de huidige redactie van het NOS journaal  mooi niet doorheen gekomen, als u zulke lange woorden wilt horen dan kijkt u maar op zondagmiddag naar Buitenhof of anders ergens midden in de nacht naar Tegenlicht.

Eén ding zagen de omroepen echter over het hoofd: ze hebben nooit begrepen waarom ze plotseling zo gedwee het lijdend voorwerp van de Haagse politiek geworden zijn.

De versimpeling van de omroepen ligt volledig in lijn met hun genadeloze korting. Niet omdat de minister niet houdt van simpel, maar omdat simpel het mogelijk maakt voor politici om hun gang te gaan. Hier zou de vraag “hoe is het mogelijk dat de culturele sector wordt afgebroken?” over moeten gaan.

Stelt u zich nu eens voor dat u op straat volledig en genadeloos in elkaar getrapt wordt door een hele grote vent die heel hard roept: “Ik haat mensen die groene broeken dragen!” Dan kunt u twee conclusies trekken: 1) Ik trek helemaal nooit meer een groene broek aan of 2) Ik ga onderzoeken hoe deze meneer mij heeft kunnen pakken en er voor zorgen dat deze vent nooit meer ongestraft tekeer kan gaan. Wat zou een verstandig mens doen? Conclusie nummer 1 lijkt het simpelst, alleen begaat u dan de kardinale denkfout door aan te nemen dat iemand die willekeurig mensen in elkaar slaat op z’n woord te geloven is. Bovendien heeft die engerd niet gezegd dat hij geen hekel heeft aan mensen in rode of blauwe broeken.

Vreemd genoeg heeft Ruttes optimistische slachtpartij nooit geleid tot discussie over de vraag: hoe heeft dit kunnen gebeuren?

Zo is het ook met omroepen en zo is het ook in de kunsten. Op het eerste gezicht lijken de kunsten en de omroep twee totaal verschillende bewegingen te hebben gemaakt: na de roerige jaren '60 en '70 trokken kunstenaars zich terug in een klein wereldje van snobistische kenners, terwijl de omroepen zich juist verspreidden over de grootst vindbare massa. Politiek gezien – in termen van macht – deden ze echter exact hetzelfde. Maatschappelijke betrokkenheid was ver te zoeken en ze bemoeiden zich niet meer met het bestuur van ons land.

De afgelopen twintig jaar heb ik naast Eddy Terstal en Theo van Gogh geen enkele kunstenaar gezien die zich actief heeft bemoeid met politieke vraagstukken. “Maatschappelijke relevantie” is een platte term in kunstkringen.

In diezelfde periode, zij het langs hele andere lijnen, trokken ook de omroepen zich terug uit de politiek. Ze maakten exact dezelfde beweging als de kunsten. Dat klinkt misschien vreemd; Ferry Mingelen is nog steeds op tv. Maar de versimpeling van het taalgebruik, de gejaagdheid van de achtergrondprogramma’s en het wegdrukken van onderzoeksjournalistiek leid(d)en tot hetzelfde probleem. Journalisten zijn niet meer in staat om politici, CEO’s en ‘experts’ te controleren op het gedetailleerde niveau waarop deze mensen hun macht uitoefenen. Ze zijn dus niet meer in staat het publieke debat op zinnige wijze te informeren of te beïnvloeden.

Het ultrasnobisme van de kunsten en de 'verjeugdjournalisering' van ons publieke bestel zijn niet alleen schrijnend en gênant;  maar vooral onhoudbaar. Voor macht geldt: use it or lose it. Bemoei je met politici of word hun lijdend voorwerp. Wanneer je als kunstenaar of journalist netjes doet wat het kabinet van je vraagt, dan heb je dus al verloren.

Gerelateerde artikelen
Reacties
2 Reacties
  • Goed stuk, originele analyse. En tegelijk laat je zien dat de publieke omroep zijn teloorgang aan zichzelf te danken heeft. Vind ik helemaal mooi.

  • Goed stuk en een slimme analyse.

    Die opmerking over het vermeende 'terugtrekken uit de politiek' van de omroep, riep aanvankelijk wel wat weerstand bij me op. Voornamelijk aan het idee van 'hun eigen schuld' moest ik even wennen.

    Toen dacht ik aan een recente aflevering van Tegenlicht, Het brein van de bankier.
    Dat was een uitgebreid aangekondigde nieuwjaarsspecial; Joris Luyendijk zou meedoen en ik verwachtte er heel veel van.
    Met wat dissidenten uit de city of wall street en een kritische hoogleraar, hadden ze er vrij gemakkelijk iets heel goeds van kunnen maken. Een publieke aanklacht tegen het mondiale politieke falen sinds de crisis. Inside job: vier jaar later, zoiets.

    De aflevering bleek echter een poging tot bloedstollende psychologisering van de crisis. Tot overmaat van ramp (maar waarschijnlijk geheel in lijn met het advies-'publieke relevantie', oid) werd die psychologisering vervolgens gebiologiseerd - "there must be a molecule for this''.
    Het was een trendy parade van nietszeggendheid, een uiterst modieuze wassen neus.

    Een gemiste kans, dacht ik. Een incident.
    Nu weet ik beter.

    Dank voor dit stuk. Ik zal er aan denken wanneer tegenlicht voor het laatst op tv te zien is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven