Creative Commons / Staatliche Kunstsammlungen Dresden

De onvrije romantiek van jonge literatuur

Het zal u niet ontgaan zijn: er wordt meer geschreven dan ooit. Debuutromans zijn niet aan te slepen, literaire evenementen evenmin. Ondertussen klinkt er een hoop geklaag over de zogenaamde Mutual Admiration Society die het bestaansrecht zou vormen voor de jonge schrijver, en over de ‘literatuureluur’ die daar uit voort zou komen. Maar in plaats van ons steeds maar te beklagen, is het interessanter ons af te vragen waar deze golf eigenlijk vandaan komt. Het vermeende proseccogehalte van literaire avonden en de mogelijke zielloosheid van de hedendaagse coming of age-roman daargelaten: Hoe komt het dat zoveel jonge mensen zich geroepen voelen een boek te schrijven? Of beter gezegd: Hoe komt het dat ze dat allemaal willen?

Het huidige literaire klimaat is in grote mate vergelijkbaar met het literaire klimaat ten tijde van de Romantiek. Auteurs van nu, en dan met name de wat jongere, lijken veel - zo niet alle - kenmerken te delen met hun collega’s uit de achttiende eeuw. Werd de auteur in de twintigste eeuw nog doodverklaard, vandaag is hij meer levend dan ooit.  De kunstenaar wordt gezien als genie, de authenticiteit van zijn werk staat voorop en daarbinnen vooral het autobiografische element. Het genie laat zich interviewen, portretteren en filmen en gaat er op een schijnbaar vanzelfsprekende manier vanuit dat er behoefte is aan zijn of haar werk.

Het huidige literaire klimaat is in grote mate vergelijkbaar met het literaire klimaat ten tijde van de Romantiek.

Filosoof Maarten Doorman bepleit in het boek De Romantische Orde het idee dat we heden ten dage nog steeds in de Romantiek leven. Hij zegt daarin over schrijvers het volgende:

‘Niet dat proza of poëzie autobiografisch hoeft te zijn, al blijft dat een onverminderd belangrijk bestanddeel, alleen is de persoonlijke toon of verbeeldingswereld van schrijvers en dichters nauwelijks minder doorslaggevend dan honderd of tweehonderd jaar geleden, terwijl de aandacht voor de persoon van de kunstenaar, net als in de andere kunsten, navenant is toegenomen in de vorm van interviews, documentaires, biografieën en societyverslaggeving.’

Van eenzelfde verhouding tussen publiek en kunstenaar was sprake in de Romantiek. ‘De kunstenaars behandelden de massa laatdunkend en wilden daarvoor, (...), betaald worden “with flattery as well as cash”’. En iemand die zichzelf zo’n plaats toekent, aldus Doorman, die heeft geen beroep: ‘Die heeft een roeping.’ En juist deze roeping is iets waar vrijwel elke schrijver van vandaag aan zegt te lijden. ‘Een roeping die absolute trekken krijgt, waardoor de kunstenaar altijd tekortschiet en bijna per definitie lijdt aan het onbereikbare en onvoltooide.’ De lijdende schrijver met een roeping tot schrijven, schrijven uit noodzaak. Het lijkt misschien een uitvinding van het afgelopen decennium, deze werd echter al gedaan in de achttiende eeuw.

De schrijver als genie, wiens veelal getroebleerde persoonlijkheid niet zelden belangrijker is dan zijn daadwerkelijke schrijfwerk: Het publiek smult ervan en roept om meer. Want niet alleen de schrijver is romantisch; het publiek is zo mogelijk nog romantischer. En als we terugkomen op de vraag waar al die boeken toch vandaan komen, is er - een ingewikkeld kip-en-ei-verhaal daargelaten - eigenlijk maar één conclusie mogelijk: uit het lezerspubliek.

Het publiek, de lezers, aangestoken door de hedendaagse Bildungsromans die zij voorgeschoteld krijgen, kijken zichzelf plots aan en vragen zich af: ‘Zou mijn eigen volwassenwording niet ook iets zijn voor een boek? Ben ik zelf niet ook geschikt voor de geniestatus?’. Wat ontstaat is een vicieuze cirkel, die alles te maken heeft met de zogenaamde ‘onvrije wil’ zoals deze door John Stuart Mill in On Liberty beschreven wordt.

‘Not only in what concerns others, but in what concerns only themselves, the individual or the family do not ask themselves—what do I prefer? or, what would suit my character and disposition? (...) They ask themselves, what is suitable to my position? What is usually done by persons of my station and pecuniary circumstances? or (worse still): What is usually done by persons of a station and circumstances superior to mine?

Jonge auteurs zijn romantici; romantici die precies doen wat wij van ze verwachten.

Wat er gebeurt is dat talloze verschillende twintigers en dertigers op het schijnbaar unieke idee komen hun individuele leven en emoties op papier te zetten en dat uit te laten geven. Het product hiervan is een weinig van elkaar verschillende verzameling debuutromans, doordat de individuele emoties van verschillende jonge mensen - hoe ongemakkelijk dat idee misschien ook is - vaak nogal op elkaar lijken. Hoewel schrijven in principe een bij uitstek individuele uiting lijkt te zijn (naar Willem Kloos: ‘De allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie’), is het in de praktijk een product dat voortkomt uit de onvrije wil.

Hiermee komen we tot de crux van het verhaal, en bovendien tot het antwoord op de eerder gestelde vraag. Hetgeen ons allemaal beweegt de pen op te pakken is in wezen niet onze eigen unieke verbeeldingskracht of individuele uitingsdrang: het gegeven dat zowat alle jonge mensen van deze eeuw lijken te schrijven heeft alles te maken met het meedraaien in een massale vicieuze cirkel, en met het antwoorden aan een verlangen dat de ‘gewone man’ zo eigen is - het verlangen te voldoen aan een door de media voorgespiegeld ideaal. Jonge auteurs zijn romantici; romantici die precies doen wat wij van ze verwachten.

Gerelateerde artikelen
Reacties
4 Reacties
  • Aleksandr D.,

    Het hoger onderwijs, de populaire cultuur en het internet spannen samen om een zelfgeschapen cultuur van narcisme te onderhouden. Dat is het antwoord. Er zijn veel te veel jonge bloggers, publicisten en kunstenaars die zichzelf veel te interessant vinden en veel te veel voorspelbaar, ongeinspireerd werk leveren. Het individu is in plaats gekomen van de gemeenschap. De pose vervangt identiteit.

  • Juist Aleksandr. En daar is DeFusie bij uitstek een uitvloeisel van. Dit stuk van Doortje vind ik in die constatering overigens niet onaardig!

  • Anthony Jouniaux,

    Zeer geachte mevr. Smithuijsen, hartelijk dank voor dit prachtige artikel. Eindelijk iets beredeneerds. Uw stellingen frapperen me door de juistheid ervan: ook ik verlang naar het schrijverschap, - en de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ook ik ben aangestoken door de drang mijn leven in autobiografische geschriften te vatten. Dat opgeroepen ideaalbeeld van de schrijver merk ik trouwens ook bij mijn vrienden. Zeer treffend.

  • En goddomme, wat heb ik een hekel aan de hoogdravendheid en het extreme narcisme van Daan Heerma van Voss.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven