Flickr / Konstantin Stalinsky

De oorsprong van religieus extremisme

Deze zomer choqueerden groeperingen als Islamitische Staat en Boko Haram de wereld met gruwelijkheden. Met hun absolute intolerantie ten opzichte van andere denkbeelden keren deze terreurorganisaties zich tegen alle verworvenheden van de verlichte wereld. Inmiddels bestaat er in het westen een voor velen ongemakkelijk gevoel dat dit soort intolerant extremisme een automatisch uitvloeisel is van de islam. Kortgeleden werd in promotieonderzoek van David Suurmond betoogd dat Jodenhaat inherent is aan de islam.

Ligt de oorsprong van religieus extremisme, dat de laatste tien jaar nooit verder dan een ochtendkrant weg is, bij de islam? Religieuze fanatici waren al eeuwen voor het ontstaan van de islam te vinden in de Grieks-Romeinse wereld. Het soort religieus fanatisme waar de Islamitische Staat en Boko Haram zich in hebben gespecialiseerd vertoont zelfs opvallende parallellen met, ironisch genoeg, joodse fanatici uit de eerste eeuw na Christus.

Al ver voor het begin van de jaartelling waren Griekse en Romeinse intellectuelen gefascineerd door religieus fanatisme. Zelf aanbaden zij de Olympische goden, maar er bestond tevens een hele waaier aan geheimzinnige culten en sektes. De straten van de grote klassieke steden waren een multiculturele smeltkroes. Hierin waren de leden van obscure genootschappen de buitenstaanders, de anderen. Sommigen waren simpelweg buitenlandse groepen die hun eigen goden hadden meegenomen, anderen waren nieuwsgierig naar de diepere waarheden van initiatieculten en weer anderen waren verworpenen van de maatschappij. Maar allen zochten zij een gemeenschap van gelijkgestemden en waren ‘anders’.

De androgyne club van de Galli is een treffend voorbeeld van dit soort verworpenen. Mannen die zich in vrouwengewaden hulden en zich te buiten gingen aan feesten, gezang en promiscuïteit. Uiteindelijk castreerden zij zich ter inwijding in de sekte van de Grote Moeder, beter bekend als de godin Cybele. Naar verluidt zou de ingreep met een potscherf zijn uitgevoerd waarna de nieuw geïnitieerde een soort ereronde door de stad maakte met het bloederige lid in de handen. (Bij deze werkwijze worden inmiddels vraagtekens gezet. Het is immers zonder directe medische hulp onmogelijk jezelf te castreren zonder dood te bloeden, maar over het bestaan van dit soort eunuchen bestaat geen twijfel.) Deze groepen werden gemarginaliseerd en geridiculiseerd door de Grieks-Romeinse elite. Zij werden gezien als extremisten, fanatici die doorgeslagen waren in hun aanbidding van de moedergodin. Groots lijden en misschien zelfs sterven voor het geloof is dus niets nieuws.

Mensen doden uit naam van religie is echter een verhaal apart. Dit was in de Grieks-Romeinse wereld zeldzaam. Het gangbare polytheïsme (het aanbidden van meerdere goden) sloot geen enkele god uit. Hoewel de Romeinen andere volkeren wel dwongen de Romeinse goden te aanvaarden bestond er bij hen niet het idee de goden van de anderen te verbieden of te onderdrukken. Leden van sektes werden soms het slachtoffer van de zoektocht naar zondebokken wanneer er weer eens een ziekte heerste of er graantekorten ontstonden. Op zo’n moment konden er woeste vervolgingen zijn, maar die waren zeer uitzonderlijk. De Romeinen hadden geen notie van een concept als ‘eenheid in religie’ voor het hele rijk. Buitenlandse sektes waren wel uiterst laakbaar, maar geen overtreding van de wet.

In Romeinse ogen was Jezus een extremistische haatprediker.

Met de komst van het monotheïsme ontstond tevens het extremisme zoals we het nu kennen. De belangrijkste monotheïstische traditie van voor het begin van onze jaartelling (hoewel zeker niet de enige) was het jodendom. Het exclusieve karakter van de joodse Jhwh (hoewel de vroege joden waarschijnlijk wel geloofden dat andere goden bestonden, zij het als demonen) rechtvaardigde de bestrijding en afscherming van andere religieuze tradities. Het beschermen en benoemen van de scheiding tussen insiders en outsiders ligt in het hart van de joodse traditie. Zij die wel tot het volk behoren en zij die er niet toe behoren. Net zoals bij de heidense initiatieculten werd dit verschil gemarkeerd door kleding, haardracht en mutilatie van het lichaam.

Door opeenvolgende veroveringen van Babyloniërs, Perzen, Grieken en Romeinen werden de joden geïncorporeerd in bijna alle wereldrijken van de oudheid. Na veroveringen van de Perzische Cyrus (de Grote) en de Griekse Alexander (de Grote) werd het een grotere uitdaging voor de traditionele tradities om te overleven in een steeds kosmopolitischer wereld. Veel joden assimileerden in de nieuwe rijken. Hele groepen joden vergaten zelfs hun moedertaal Hebreeuws en gingen over op het Grieks. Er zijn zelfs aanwijzingen dat, voor mannen die niet vreemd wilden worden aangekeken in het Romeinse badhuis, er plastische chirurgie bestond om besnijdenis te laten omkeren (dit schijnt een uitermate pijnlijk proces te zijn geweest waar haken en gewichten aan te pas kwamen).

Conservatieve joodse groeperingen in de oudheid bekeken het assimilatieproces met argwaan. Als hoeders van de joodse traditie maakten zij groot bezwaar tegen de Griekse en later Grieks-Romeinse nieuwigheden. In 167 v.Chr. was de Griekse koning Antiochus IV Epiphanes kwetsbaar door een moeizaam conflict in Egypte. In Judea greep de joodse priesterfamilie, de Makkabeeën, zijn kans de macht te grijpen. De Makkabeeën presenteerden zich als beschermers van de Joodse traditie en riepen de bevolking op zich tegen het Griekse gezag te keren uit naam van het enige ware geloof. Het concept van heilige oorlog of reinigingsoorlog deed hier zijn intrede in de geschiedenis. Waar de rebellen gebied veroverden werden heidense altaren en tempels verwoest en families gedwongen tot bekering inclusief besnijdenis.

Propaganda werd ingezet om de Antiochus zwart te maken en de deugdelijkheid van het eigen volk te tonen. Antiochus werd neergezet als kindermoordenaar. Het verhaal ging dat een moeder en haar zeven kinderen werden gedwongen te kiezen: de joodse wetten verbreken door een stuk varken te eten of op een gruwelijke manier sterven. Zij waren er van overtuigd dat het beter was te sterven dan de joodse wetten te overtreden. De moeder, die moest toekijken hoe haar zoons werden gemarteld, moedigde haar kroost zelfs aan om de dood te verkiezen boven het verbreken van de wet. De boodschap moge duidelijk zijn: de kinderen en de moeder zijn helden en eenieder die sterft voor het geloof kan, net zoals deze familie, barmhartigheid verwachten in het hiernamaals. De zeven zoons en hun moeder werden vereerd als martelaren.

Toen de Romeinen op het punt stonden de laatste joodse citadel binnen te treden sloegen de sicariërs de hand aan zichzelf.

De Makkabeeën stichtten een in hun ogen puur en rein Judea. Bij verovering van Jeruzalem werden alle niet-joden bruut de stad uitgejaagd. De Romeinen namen een eeuw later de macht in Judea over na een interne troonstrijd onder de nazaten van Makkabeeën. Het extremisme was echter niet verdwenen. Fanatici kwamen in opstand tegen elke vorm van collaboratie met het Romeins gezag. Vooral berucht waren de sicariërs of dolkmannen, zij begaven zich in menigten met een dolk onder hun kleding om vervolgens toe te slaan onder (voornamelijk) geassimileerde joden. Sicariërs waren niet bang te sterven in verdediging van hun geloof. Zij waren de kern van de zeloten (letterlijk: enthousiastelingen) die de grote Joodse Opstand van 66 tot 70 aanvoerden en verdedigden de laatste joodse versterking letterlijk tot de laatste snik tegen de Romeinen. Toen de Romeinen op het punt stonden de laatste joodse citadel binnen te treden sloegen de sicariërs de hand aan zichzelf. De Romeinen veroverden slechts een berg lijken.

Na het noemen van joodse extremistische sektes die zich tegen de overheersende Romeinen keerden wordt het hoog tijd om de meest succesvolle te benoemen: het christendom. Ontstaan aan de randen van het Romeinse Rijk, begon deze sekte als één van de velen, maar groeide in de loop van de derde en vierde eeuw uit tot een religieuze groepering van formaat. Religieus fanatisme was de christenen niet vreemd. Met een geëxecuteerde oproerkraaier als grondlegger lag sterven voor het geloof aan de basis van de doctrine van de nieuwe beweging. Hoewel we niet veel met zekerheid kunnen zeggen over deze zonderlinge joodse rabbi lijkt het vrij zeker dat Jezus van Nazareth zich keerde tegen de Romeinse staatsmacht. Hij voorzag een christelijke staat die zeker duizend jaar zou bestaan. In Romeinse ogen was dit extremistisch verzet tegen het heersende gezag, Jezus was in hun ogen niets minder dan een haatprediker.

Drie eeuwen later werd deze joodse splinterbeweging echter door de Romeinse keizers omarmd. Dit betekende niet dat het extremisme de rug werd toegekeerd. Heidense instituten werden met geweld onderdrukt. Groepen fanatieke monniken namen deze taak op en beschouwden zich als hoeders van het ware christelijke geloof. Heidense tempels werden door het hele rijk omgevormd en platgebrand. Plato’s eeuwenoude Akademia werd verboden. Berucht is de steniging van de heidense wetenschapster Hypatia in 415. Waarschijnlijk is ook de beroemde bibliotheek van Alexandrië ten gronde gericht tijdens een opstand, opgehitst door dezelfde monniken. Het obscure monotheïsme van vijf eeuwen terug had zich omgevormd tot de dominante religieuze kracht van de oude wereld. Het is onmiskenbaar dat de exclusiviteit en het extremisme dat gepaard gaat met monotheïsme een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan dit succes.

Het monotheïsme, niet slechts de islam, biedt een denkkader waarin extremisme tot bloei kan komen.

Met het verdwijnen van het West-Romeinse Rijk bleef deze religieuze supermacht bestaan. Bij de verspreiding van het christelijke geloof tot in de verste uithoeken van Europa behoorden dwang, intimidatie en geweld tot het standaardrepertoire wanneer overtuiging door vreedzame middelen niet voldoende bleek. En dat bleek het zelden. Frankische heersers namen de christelijke missie op in hun verovering van West-Europa. In Nederland werden zeker tot aan de tiende eeuw Friese stammen onder dwang van het zwaard bekeerd.

De derde grote loot aan de monotheïstische boom is natuurlijk de islam. Ook de islam begon als afscheiding van het Griekse-Oriëntaalse polytheïsme. Hoewel volgens de islamitische traditie vele ongelovigen zich zonder bloedvergieten tot de islam bekeerden is dat hoogst onwaarschijnlijk. De heilige oorlog, maar vooral de interne zwakte in het Byzantijnse Rijk en andere gebiedsdelen van het voormalig Romeinse Rijk, lag aan de basis van het islamitische succes.

Het gebruik van geweld werd niet geschuwd en ook de islam werd vanaf het prilste begin door interne verdeling geplaagd. En daarmee was er niets nieuws onder de zon. Religieus fanatisme behoorde niet exclusief de islam toe, maar paste binnen de lange, succesvolle en veelal gruwelijke traditie van het monotheïsme.

Dat deze exclusieve religies de overhand hebben gekregen in de wereld is niet te verklaren door hun aantrekkingskracht of superieure doctrine, eerder door hun compromisloze houding tegenover andere religie. De uitspattingen hiervan zijn religieus fanatisme en geweld. Het monotheïsme, niet slechts de islam, biedt een denkkader waarin extremisme tot bloei kan komen. Uitspattingen van deze groepen kunnen tot uiting komen op plaatsen waar de staatsmacht wankelt, in de context van revoluties, crises en burgeroorlog.

De orthodoxie van zowel het jodendom, het christendom en de islam predikt (inmiddels) gelukkig vrede en tolerantie voor andersdenkenden. De rafelranden van het monotheïsme blijven echter ook in een moderne tijd bestaan. De conclusie dat deze vorm van religieus extremisme exclusief islamitisch is, is historisch onjuist. Het behoort toe aan alle zonen van Abraham.

Gerelateerde artikelen
Reacties
4 Reacties
  • Het polytheisme is inherent toleranter dan het monotheisme. Universalisme, hetzij religieus (christendom), hetzij wereldlijk (universele mensenrechten, marxisme) leidt tot onverdraagzaamheid.

  • Leuk stuk. Blijft de vraag waarom juist het Islamitisch extremisme nu zo floreert..

  • Beste Dingenis,

    Bedankt voor je vraag. Ik ben van plan hier een volgend artikel over te schrijven.

    Vriendelijke groet,

    Erik Ex

  • De islam is de oorzaak van extremisme/terrorisme.Islamitisch extremisme/terrorisme wordt ingegeven door een interpretatie van de Islam waarbij wordt gelooft dat de Islamitische wet, oftewel sharia, een alles omvattende religieus politiek systeem is. Binnen dit uitgangspunt wordt ervan uitgegaan dat door Allah (het Arabische woord voor ‘God’) wordt voorgeschreven dat sharia moet worden afgedwongen onder een wereldwijde islamitische staat. Moslimextremisten beschouwen deze vorm van regering de enige echte legitieme regeringsvorm. Ze wijzen democratie en humane normen en waarden af.De sharia is voor islamisten de hoogste norm inzake sociale doctrine en staatshuishouding, en niet de universele mensenrechten...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven