Roman Medical Roadshow

De oorsprong van religieus extremisme III

Religieus extremisme wordt tegenwoordig vooral geassocieerd met de islam. In twee vorige artikelen heb ik betoogd dat dit historisch gezien niet juist is. Het is niet de islam, maar de monotheïstische doctrine waarin fundamentalisme kan bloeien. De geschiedenis van de grootste van die bewegingen, het christendom, kan ons belangrijke lessen leren over de herkomst van religieus extremisme en mogelijk inzicht geven voor de bestrijding ervan.

Het christendom was in het begin ook een beweging die zich richtte op een puur en rein leven in afwachting van het einde der tijden. De beweging begon als een van de talrijke joodse groeperingen en christenen hadden een eigen kijk op het pure en reine leven. Naast veel joden bekeerden onder andere groepen vrijgelaten slaven en rijke vrouwen (vaak weduwen) zich tot het christendom. Zij konden binnen de beweging een aanzien verwerven dat zij niet konden verkrijgen in de heidense maatschappij.

Romeinse overheersers maakten bekering strafbaar.

Het aanzien dat sekteleden binnen de groep verkrijgen is moeilijk voor gewone burgers om aan te komen. Religieuze sektes vereisen een hoge investering, maar gaven daar tevens een goede en zeer schaars verkrijgbare beloning voor terug. Deze beloning bestond uit sociaal kapitaal op korte termijn: aanzien, bescherming, vriendschap en sociale zekerheid. Maar, op lange termijn, in een transcendente wereld worden er nog hogere beloningen in het vooruitzicht gesteld zoals verlossing en onsterfelijkheid. Een gemene delers van de joodse en vroeg-christelijke sektes was dan ook een rotsvast geloof in een snel ophanden zijnde einde der tijden.

Romeinse overheersers waren niet te spreken over de christenen die hun goden terzijde schoven en maakten bekering dan ook strafbaar. Zeker aan het begin van de vierde eeuw leidde dit tot bloedige vervolgingen. Dit bleek echter averechts te werken. In het christendom werden martelaren, veel meer nog dan in de jodendom, op een voetstuk gezet. Zij werden heilig verklaard en zaten, zo werd letterlijk geloofd, naast Christus in de hemel. De martelaren gaven de nieuwe religie een bepaalde waarborg van zekerheid mee. Immers, iemand die sterft voor zijn geloof moet er wel heel zeker van zijn dat hij het bij het rechte eind heeft wat betreft het hiernamaals. De martelaarsdood werd zelfs zo populair dat hele groepen christenen zich vrijwillig aanmeldden bij de Romeinse gouverneurs en smeekten voor de leeuwen te worden gegooid. Hoewel de meerderheid van de Romeinen de christelijke martelaren als dwazen beschouwden, was er tevens een aanzienlijke minderheid die juist erg werd aangetrokken tot dit extremisme. De christelijke schrijver Tertullianus was er dan ook van overtuigd dat het bloed van martelaren het zaad was waar het christelijke geloof uit groeide.

Hoe meer christenen er voor de leeuwen werden gegooid, hoe groter de religie groeide. Hoewel er natuurlijk ook andere factoren meespeelde, dicht iedere historicus die het succes van het christendom wil verklaren, een grote rol toe aan de martelaren. De Romeinse machthebbers waren in een vreemde paradox beland waarin ze door het christendom te bestrijden het juist groter maakte.

Zoals in de oudheid religieus extremisme aantrekkelijk was voor een bepaalde groep mensen, zo is dat nog steeds het geval. De doelgroep voor de werving van nieuwe jihadisten zijn derde en vierde generatie immigranten. Deze groepen hebben overal in Europa een economische, academische en sociale achterstand in de maatschappij ten opzichte van hun leeftijdsgenoten. Of dit nu komt door moeilijke integratie, discriminatie of een combinatie van deze zaken, zij hebben moeilijkheden bij het aanboren van maatschappelijke status. Velen hebben wel een diploma op zak, maar maken niet zo gemakkelijk carrière als hun autochtone studiegenoten. De socioloog Gerhard Lenski heeft deze situatie geduid als status inconsistency. Ook hij merkte al op dat status inconsistency een motief kan zijn voor acties tegen het heersende gezag.

De combinatie van status inconsistency en een specifiek monotheïstisch fundamentalisme ligt aan de basis van de jongemannen die op jihad richting Syrië en Irak gaan. Zij zijn op zoek naar een bepaalde dadendrang. Ze zijn gefrustreerd in een, in hun ogen vijandige, maatschappij. Binnen de extreme groepen vinden ze het aanzien wat ze wordt ontkend. Het is interessant om op te merken dat de meeste Europese jihadisten Engels zijn, één van de plekken waar moslimjongeren het meest achterlopen ten opzichte van hun leeftijdsgenoten (en ten opzichte van andere groepen immigranten) bij het nastreven van een maatschappelijke carrière.

Een harde aanpak zal nog meer jonge mannen in handen van extremistische groepen leiden.

Net zoals de Romeinse regering maken westerse regeringen dezelfde fouten die het extremisme alleen maar verder aanwakkeren. De aandacht die de bestrijding voor het moslimextremisme opwekt is koren op de molen van extremistische groepen. Een harde aanpak, hoe bevredigend dit ook mag voelen op korte termijn, zal nog meer jonge mannen in handen van extremistische groepen leiden. Het stigma wat veel jonge moslimmannen ervaren in de afgelopen vijftien jaar draagt hier ook niet aan bij.

De religieuze en wereldse beloningen die extremistische monotheïstische groepen boden in de oudheid is dan de huidige maatschappij nog steeds een aantrekkelijk alternatief. Naast in deze wereld tastbaar sociaal kapitaal leveren extremistische groepen tevens bovenwerelds en postapocalyptisch kapitaal. Iets wat de seculiere westerse samenleving al helemaal niet te bieden heeft.

Er zal altijd individuen zijn die deze beloningen de investering waard vinden, zelfs als het een ultiem offer betekent.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven