Still uit Irreversible, Gaspard Noé (2002)

De paradoxale aantrekkingskracht van de 'extreme film' II

Eerder besprak ik de twee hoofdkenmerken van de extreme film. In de eerste plaats kan het kijken van een dergelijke film leiden tot sterke fysieke reacties (zoals misselijkheid van afschuw) bij de kijker. In de tweede plaats doet de extreme film een ethisch appèl op zijn publiek. Maar in tegenstelling tot een gewelddadige film als The Texas Chain Saw Massacre (1974) of Hostel (2005) lijkt het type ervaring dat een film als Irreversible (2002) teweegbrengt toch van een geheel andere categorie.

Om het verschil duidelijk te maken tussen het ervaren van de extreme film en de gewelddadige blockbuster is het interessant om te kijken naar hoe er in deze laatste wordt omgegaan met negatieve emoties. Filmprofessor Carl Plantinga bespreekt in zijn Moving Viewers: American Film and the Spectator’s Experience de zogenaamde paradox van de negatieve emoties. Wat is de reden dat mensen kijken naar films die negatieve emoties teweegbrengen? Een analyse van de Titanic (1997) doet hem besluiten de vraag te beantwoorden met behulp van het concept ‘catharsis’. Plantinga ziet deze term niet in de klassieke betekenis als die van een ‘emotionele zuivering’, maar meer als een “working through”. De kijker van de film verwerkt de opgelopen negatieve emoties tot iets positiefs waarmee hij dan de film afsluit. Wat hier van belang is, is het feit dat de mogelijkheid tot catharsis door de blockbuster-regisseur is ingebouwd. Uiteindelijk zorgt de regisseur met een combinatie van verschillende typen prikkels ervoor dat de kijker een positief gevoel overhoudt aan de film. In Plantinga’s woorden: “(…) mass market narratives, at their heart, are vehicles of pleasure and wish-fulfillment.”

Het feit dat er een mogelijkheid is tot het verwerken van negatieve emoties in de film, maakt het mogelijk de blockbuster nog sterker af te zetten tegen de extreme film. In de extreme film is deze ingebouwde mogelijkheid tot catharsis namelijk afwezig. De kijkers zijn overgeleverd aan de regisseur die hen een dosis negatieve emoties voorschotelt zonder deze aan het einde van de film op een of andere manier te compenseren. Thomas Vinterbergs Jagten (2012) is hiervan een goed voorbeeld. De film gaat over een man die onterecht is beschuldigd van kindermisbruik. De beschuldiging lijkt aan het einde van de film te zijn rechtgezet. De film eindigt echter met een scène waarin de hoofdpersoon tijdens een jachtpartij wordt beschoten, waardoor de hele opbouw naar een positief einde in twijfel wordt getrokken. Er wordt geen nader uitleg geboden waardoor de kijker deze zelf moet bedenken. De extreme film kan worden gezien als een visuele oproep tot ‘durf te weten’, sapere aude.

De extreme film kan worden gezien als een visuele oproep tot sapere aude

Beetje bij beetje heeft de extreme film nu inhoud gekregen. De extreme film kan worden gekenmerkt als een film die de kijker geweld aandoet door deze te confronteren met zaken die om wat voor reden dan ook buiten de heersende normen vallen. Het is een kritisch visueel experiment waar je moeite voor moet doen. Deze confrontatie gaat gepaard met een shock die allerminst als plezierig wordt ervaren. De film heeft de eigenschap de kijker te laten twijfelen over de waarde van de film zelf. De extreme film is niet leuk en niet makkelijk om te kijken. De aangedragen oplossingen in de literatuur voor de paradox van de negatieve emotie blijken bij nader inzien ook niet goed toepasbaar. Wat maakt het dan de moeite waard jezelf een onprettige avond te bezorgen? Het antwoord op deze vraag moet liggen in het idee dat de extreme film oproept tot het nadenken over on-alledaagse zaken. De reden dat deze oproep gehoor vindt, kan worden verklaard met behulp van het door Theodor Adorno en Max Horkheimer geïntroduceerde begrip cultuurindustrie.

Deze Duitse filosofen zagen de moderne Westerse maatschappij als een samenleving gedomineerd door een industrie die zo efficiënt mogelijk zo veel mogelijk producten wil verkopen. De consument is binnen de cultuurindustrie gereduceerd tot een volgzame passieve afnemer van kant-en-klare, hapklare en gestandaardiseerde producten. Adorno en Horkheimers interpretatie van de moderne consumptiemaatschappij is nuttig voor het begrijpen van de aantrekkelijkheid van extreme films. Zelfs bijna onkijkbare films als Salò, or the 120 Days of Sodom (1975) of A Serbian Film (2010)[1] kunnen vanuit de optiek van Adorno en Horkheimer bestempeld worden als kunstwerk vanwege de wijze waarop zij onconventionele thema’s in beeld brengen en bepaalde sociaal-politieke misstanden aan de kaak proberen te stellen. Want beide films zijn meer dan onconventioneel: A Serbian Film gaat over een sadist die een extreme pornofilm maakt, waarbij pedofilie en necrofilie aan bod komen en Salò over fascisten die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in het staatje Salò kinderen onderwerpen aan misbruik en marteling.

Ondanks het feit dat Plantinga’s interpretatie van catharsis niet geheel van toepassing bleek te zijn op de extreme film maakte het wel duidelijk dat de kijker zelf moeite moet doen om iets van de film te maken. Het ethische appèl en de oproep tot kritisch nadenken, voortkomende uit de veelal sterk fysieke en emotionele reactie die de kijker opdoet bij films als die van Michael Haneke, Lars von Trier en Gaspar Noé, blijven langer in het geheugen hangen dan de zoveelste Rambo of Hostel. De verwerking ervan vormt daardoor een intrinsiek waardevolle ervaring. Deze ervaring is intrinsiek waardevol omdat het onderwerpen aansnijdt die mogelijk verloren kunnen gaan in de allesverzwelgende cultuurindustrie.

De consument is binnen de cultuurindustrie gereduceerd tot een passieve afnemer van gestandaardiseerde producten

Naast de mogelijkheid tot sapere aude en meer specifiek, de mogelijkheid tot het laten nadenken over onderwerpen die anders het daglicht niet zien, kan nog een derde en laatste verklaring voor de aantrekkelijkheid van de extreme film worden opgeworpen. Het is een zelfde soort verklaring welke kan worden gebruikt bij het verklaren van de aantrekkelijkheid van schrijvers als Schopenhauer, Hermans en Céline. Nare films en literatuur waarin wordt gezocht naar de grenzen van het menselijke bestaan kunnen als een heerlijke bevestiging worden gezien van het idee dat de mens ook maar beperkt is in zijn doen en laten. In plaats van dat de slechterik keer op keer door een in een wit shirt gestoken Bruce Willis wordt verslagen, is het met andere woorden soms prettig om te worden gewezen op de feilbaarheid van de mens en de onzekerheid van ons zijn. Of zoals W.F. Hermans het verwoordde:

“Ik geloof dat, ieder boek, of iedere roman, of ieder toneelstuk dat met de triomf van de hoofdpersoon zou eindigen, dat toch een onvoltooide indruk zou maken. Er is bij geen enkele geschiedenis een ander eind denkbaar dan de ondergang, de dood.”



[1] A Serbian Film is een van de weinige films die ik adviseer niet te kijken.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven