Still uit Antichrist, Lars von Trier (2009)

De paradoxale aantrekkingskracht van de ‘extreme film’ I

Michael Hanekes Funny Games US (2007) vertelt het verhaal van een vakantievierend gezin dat kort na aankomst op de plaats van bestemming bezoek krijgt van twee smetteloos geklede jongemannen. De twee jongens onderwerpen gedurende het verhaal het gezin aan allerlei fysieke en psychologische martelingen. Op een gegeven moment draait een van hen zijn hoofd naar de camera en vraagt de kijker: “Do you think it’s enough? I mean, you want a real ending, right?”. Ook in Gaspar Noés Seul Contre Tous (1998) richt de film zich direct tot de kijker. “Vous avez 30 secondes pour abandonner la projection de ce film” verschijnt er op het scherm net voor het einde van de film. Voor de gevoelige kijker is het een waarschuwing die serieus genomen mag worden. Deze twee voorbeelden zijn aanleiding om te vragen waarom mensen überhaupt kijken naar films waarin op nietsontziende wijze wordt gedood, gemarteld, verkracht en waar genitaliën de rondte invliegen. Of, anders gesteld, wat is de paradoxale aantrekkingskracht van dergelijke extreme films?

Een belangrijk onderscheid wat hier dan dient te worden gemaakt is dat van het type ervaring dat de film teweeg brengt bij de kijker. Om het verschil duidelijk te maken zal ik kort twee films bespreken die ondanks hun gewelddadige karakter door de literatuur anders worden beoordeeld. In de eerste plaats kan Tarantino’s Pulp Fiction (1994) als voorbeeld van ‘nouvelle violence’ worden genoemd. Cultuurfilosoof René Boomkens brengt de populariteit van de film in verband met een culturele ontwikkeling waarin de behoefte aan extreme belevenissen ter compensatie van het gebrek aan betekenisvolle ervaringen toeneemt. Boomkens betoogt dat een toegenomen geborgenheid en ervaringsloosheid in de moderne samenleving ten grondslag ligt aan dit gebrek. Het doel van gewelddadige films is om even opgezogen te raken in een spannend verhaal met een duidelijk begin en (goed aflopend) einde. De Belgische cultuurfilosoof Lieven de Cauter beschreef dit type ervaring (de shock) in navolging van Walter Benjamin en Charles Baudelaire als een ‘roes voor de massa’. Hij maakte hiermee duidelijk dat de gewelddadige shock zoals deze terug te vinden is in de gemiddelde Tarantino door de kijker als prettig en positief wordt ervaren.

Het doel van gewelddadige films is om even opgezogen te raken in een spannend verhaal met een duidelijk begin en (goed aflopend) einde

Dit in tegenstelling tot de gevolgen van shocks zoals deze worden veroorzaakt in films als Irreversible (2002). In deze klassieker binnen het genre van de extreme film wordt de kijker in de beginscène met schokkende camerabewegingen een club ingeleid waar onder ‘begeleiding’ van een letterlijk fysiek ongemakkelijk laagfrequent geluid iemands hoofd met een brandblusser wordt ingeslagen. De mogelijkheid tot het veroorzaken van sterke fysieke reacties bij de kijker kan daarmee als eerste belangrijke kenmerk van de extreme film worden genoemd. In de tweede plaats betogen verscheidene auteurs dat de films aanzetten tot enige ethische reflectie. De Franse filosoof Gilles Deleuze omschreef dit type films in Cinema 2, l'Image-Temps als volgt:

“[They] make us grasp, it is supposed to make us grasp, something intolerable and unbearable. Not a brutality as nervous aggression, an exaggerated violence that can also be extracted from the sensory-motor relations in the action images. Nor is it a matter of scenes of terror, although there are sometimes corpses and blood. It is a matter of something too powerful, or too unjust, but sometimes also too beautiful, and which henceforth outstrips our sensory-motor capacities.”

Op zijn beurt plaatst professor visuele cultuur Asbjørn Grønstad deze visuele provocaties onder het concept “razorblade gestures”. Hij refereert hiermee naar de surrealistische klassieker Un Chien Andalou (1928) waar een scène in voorkomt waarin een oog met een scheermes wordt opengesneden. Hij probeert hiermee te benadrukken dat het doel van de extreme film gelegen ligt in de veroorzaking van moreel en emotioneel ongemak bij de kijker.

De extreme film veroorzaakt een bepaald type shock

De extreme film wordt echter niet noodzakelijkerwijze gekenmerkt door grof geweld. Een voorbeeld van een film binnen het genre waarin de aanwezigheid van geweld tot een minimum is gebracht is Michael Hanekes Caché (2005). Caché wijst de kijker echter niet op onconventionele menselijke gedragingen op het gebied van seks of geweld. De film is daarentegen een aanval op de morele zuiverheid van de kijker door het (Franse) publiek impliciet te wijzen op het koloniale verleden van het land. De extreme film veroorzaakt dus wel een bepaald type shock al is deze heel anders dan de roes veroorzakende shock zoals deze is beschreven door De Cauter. Deze films zijn eerder het tegenovergestelde: door de kijker te confronteren met door conventies en normen toegedekt menselijk gedrag wordt dit met de diversiteit van het menselijk bestaan verbonden. De kijker wordt meer dan enkel een passief belevend subject: hij wordt gewezen op zijn eigen verantwoordelijkheid als geëmancipeerd kijker. Het gaat dus in principe bij de extreme film niet om het afbeelden van geweld. Het doel is om de kijker te laten nadenken, vaak door deze op een of andere wijze geweld aan te doen. Als plezier en het verkrijgen van een plezierige shock niet meer op de extreme film van toepassing zijn, vervalt ook de toepasbaarheid op de extreme film van Boomkens verklaring voor de aantrekkelijkheid van gewelddadige films. Wat is dan de reden dat de moderne mens kijkt naar een automutilerende Charlotte Gainsbourg in Antichrist (2009)?

Lees hier het tweede deel van het tweeluik.

Gerelateerde artikelen
Reacties
Nog geen reacties.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naar boven